Week7

week07: 23 augustus t/m 31 augustus 2003 geschreven door: Thea
 Het binnenland in…

Deze week maar even beginnen met een rectificatie, voordat een aantal mensen volledig in de war raakt of denkt dat Australië een andere datumtelling kent. Natuurlijk zijn wij op donderdag 21 augustus naar de parelkwekerij geweest. Maar ja, we zijn zo niet met dagen en data bezig, dat een dergelijk foutje er snel insluipt 😉

De vrijdag hadden we nog ingepland als boodschapjes-dag en nog even naar het witte strand met de blauwe zee. Tenslotte zien we die zomaar een aantal weken niet meer. Echter, het weer wilde niet helemaal meewerken. Lekkere temperatuur, maar veel wind. Wij (amateur weermensen) denken dat dit te maken heeft met de lagedruk gebieden in het zuiden van Australië. Daar wil het maar geen mooi weer worden. Perth heeft de koudste en natste winter sinds jaren (hoe zat dat ook alweer met Nederland?). Op zich hebben we dus niets te klagen, maar in bijna elke plaats waar we komen zeggen ze ook daar dat het: ‘Silly weather’ is. Wij vinden het prima. Gewoon korte broeken weer. Kortom we wandelen nog wel even op de pier van Broome en bewonderen het prachtige strand van het stadje dus van de andere kant. En zien allemaal nog even een zeeslang in het water. Super.

Zaterdag gaan we voor het eerst echt weg van de kust. We rijden een kleine 400 kilometer naar Fitzroy Crossing. De reis gaat weer perfect en we zijn er ‘s middags om half twee. Lisa merkt op dat de reis niks voorstelt, ze vindt het echt kort. We springen met z’n allen in het zwembad en hebben een gezellige avond.

De volgende dag naar Geiki Gorge geweest. Een prachtig natuurgebied. Leuk wandelingetje gemaakt en een boottocht. De meiden hopen een krokodil te zien. René zegt dat ze daar niet op moeten rekenen. Misschien wel, maar geen garantie. We krijgen ongeveer 30 krokodillen te zien. Jullie mogen raden hoe vaak René aan zijn uitspraak werd herinnerd. Overigens is het toch anders als je die beesten in het wild ziet. Natuurlijk zaten wij in een boot, maar toch, ze zwemmen wel gewoon om je heen. De natuur is hier overigens prachtig. Dit gebied is héél vroeger zee geweest, een soort Great Barrier Reef. De rotsen zijn aan de onderkant wit, dat zijn de fijngestampte fossieltjes enzo. Mooi gezicht.

De dag daarna onze eerste echt volledige dagtocht. Naar twee natuurparken deze keer. En daar ben je ook niet zomaar. De eerste 40 kilometer gaan nog over een geasfalteerde weg, maar daarna 63 km dirtroad naar het ene park en nog eens 35 km verder naar de volgende. Dat valt niet echt mee. We hadden de dag ervoor de tip gekregen om niet te zacht te rijden op de dirtroads. Als je 80 rijdt voelt het rustiger vertelde een Australiër ons. Nou vooruit maar, wij dachten dat dat misschien niet zo goed zou zijn voor de auto, maar al die mensen zullen het wel beter weten. En het werkt. Alleen lijkt het wel op rally crossen, en dat betekent dus dat je onwijs alert moet zijn. Bijvoorbeeld voor hippende kangoeroes (10 meter bij de auto vandaan), her en der een kuiltje in de weg, mooie puntige stenen, loslopende koeien en (echt waar) loslopende dromedarissen. Kortom volop avontuur. Op een gegeven moment betrapte ik mezelf dat ik bijna 100 reed. Ahum, even wat gas terug dan maar.

Windjana Gorge en Tunnel Creek waren beide de moeite waard. Bij Windjana Gorge moest je door een spleet(je) in de rots lopen, en daar stond je dan. Midden in een plaatje. Links en rechts rotsen, althans als je omhoog keek. Want als je schuin omlaag keek zag je een rivier vol met krokodillen. Er lagen er minsten 30 een heerlijk zonnebad te nemen. Dit keer geen boot, en ook geen hek tussen toerist en krokodil. Maar wees gerust (slik) dit zijn zogenaamde Freshies (zoetwater krokodillen) deze beestjes vinden mensenvlees niet erg lekker, en worden dus ook niet als gevaarlijk beschouwd. Hoe dan ook, het blijven er veel, en dus blijven we ook met respect op een aantal meters afstand. Eén krokodil hebben we tot een meter of 5 benaderd. Dat vonden wij voldoende. Ook hier, schitterende omgeving.

Op naar Tunnel Creek. Dit is een tunnel, zoals de naam al doet vermoeden, die de berg inloopt. Het is hartstikke leuk, roept iedereen ons toe. Je loopt er in het pikkedonker met je voeten door het water (weet u nog, creek). Nou, wij geloven het direct en trekken er met twee zaklampen op uit. Er staan ongeveer 6 auto’s op de parkeerplaats. We hebben er zin in. Het is nog een hele klauter om er binnen te komen. Anders dan bijvoorbeeld grotten in Frankrijk, is er hier één rood reflectortje aan het begin van de grot op een rots geplaatst. Deze zie je overigens pas als je al over een paar flinke stenen heen bent geklommen. De Aussies hebben dus niet de moeite genomen een pad naar de tunnel te maken. Natuur is natuur tenslotte.

Binnen in de tunnel aangekomen ziet het er echt mooi en avontuurlijk uit. Je stem echoot, verder is het stil. Heel bijzonder. Zaklampen aan en door het water de duisternis in. Jawel, duisternis. Geen streepje licht te zien. En zoals gezegd ook horen we niets of niemand anders. Heel anders dan we gewend zijn van een toeristische attractie. René en ik denken beiden aan onze Frankrijk grot ervaringen, mooie relingen, prachtig uitgelichte stalactieten en niet te vergeten de stalagmieten natuurlijk. Niets van dit alles. Je eigen zaklampie om het geheel te beschijnen. Heeft natuurlijk wel iets weg van Indiana Jones en andere avonturenfilms.

We waden een stukje en dan meen ik een krokodil te zien. Brrr… nog eens goed schijnen, en jawel, een stuk hout. Jullie mogen raden hoe vaak ik dat heb moeten aanhoren die middag. Na een bocht of twee zien we licht. Hoera, en een gekwetter van jewelste. Waar komt dat geluid toch vandaan. Mirthe ziet ze het eerst. Buiten de grot in het zonnetje, hangen tientallen vleermuizen. Wat doen die beesten nou in het zonnetje, ik meende toch echt dat zij het donker nodig hebben. Mooi gezicht, en ook de wortels van bomen die een flink aantal meters door het gesteente boven ons steken en in de bodem (zand) verder groeien zijn de moeite waard.

Nog steeds geen andere levende zielen gezien of gehoord. Wij gaan nog iets verder de tunnel in, en na de volgende duistere bocht in zicht besluiten wij dat dit voor ons ver genoeg is. Het is mooi en avontuurlijk, en wij gaan weer terug. Dan in de eerste bocht op de terugweg komen we de eerste mensen tegen. Gelukkig, en zijn er dus meer. En als we bijna helemaal terug zijn, zien we een groepje mensen met een Aboriginal gids. We luisteren even aandachtig en horen de gids zeggen dat ze wel een beetje voorzichtig moeten zijn omdat er aan het eind van de tunnel nog wel eens krokodillen liggen. Maar als ze die met rust laten gebeurt er niks. Ook leven er slangen in de grot/tunnel, maar hiervoor geldt hetzelfde. Met rust laten en doorlopen. Wij voelen ons ware helden, ook al hebben wij ongeveer eenderde van de tunnel gelopen.

Die avond heb ik mijn eerste ‘kikker in de WC’ ervaring. Wat is dat zult u zich afvragen. Nou, het is precies zoals het klinkt. Ik was een uurtje eerder al bijna op een kikker gaan staan die een metertje van onze caravan was gaan zitten. Maar dat was niets vergeleken bij dit. Na het toiletbezoek trok ik door, en daar kwam een bijna 10 centimeter lange kikkerbil onder de rand van het toilet vandaan. Ik schrok me een hoedje, ook al was ik geestelijk voorbereid. Op een website van andere Nederlanders was dit fenomeen al eens genoemd, en ook onze motorvriend Ian had het over deze kikkers gehad. Ze verstoppen zich onder de rand. Lekker koel en vochtig. Als je dus gaat zitten zie je er niks van, totdat je doorspoeld, want dan hebben die beesten alle moeite zich met hun zuignapjes vast te houden. Ik besluit de volgende ochtend dit ook maar even aan de kinderen te melden. Te laat, Mirthe gaat ’s ochtends uit bed direct even plassen, en ….. ontmoet de kikker. Vanaf nu spoelen de kinderen de WC eerst door voordat ze erop gaan zitten. Zal wel wennen, hoop ik 😉

Die dag trekken we verder naar Halls Creek. Een plaatsje waarvan we een aantal keren te horen hebben gekregen dat het een ‘noisy’ plaatsje zou zijn. Veel herrie van de plaatselijke Aboriginals. We besluiten er toch heen te gaan. Ook dat hoort erbij. Het moet worden gezegd dat het merendeel van de Aboriginals die wij tot nu toe gezien hebben, een troosteloos bestaan lijken te leiden. Ze hangen in groepjes (tot groepen) rond op plaatselijke groenstroken, grasveldjes, etc. Bedrinken zich in de loop van de dag, maken (waarschijnlijk daardoor) veel ruzie en dus herrie. En verdwijnen voor de nacht. Halls Creek blijkt werkelijk zeer troosteloos. Omdat we zoveel gewaarschuwd zijn valt de herrie ons mee, maar het is er wel. We blijven een nacht en trekken door naar Kununurra.

We komen aan op een 5 sterren camping. Eén van de mooiste plekken tot nu toe. Alles is tot in de puntjes geregeld op de camping. En de meiden hebben een playground en een pool. Ook hier een aantal uitstapjes. Eentje naar het stuwmeer dat ze hebben aangelegd om ook in het ‘dry season’ water te hebben. En dat is ze gelukt. Een flink stuk land onder water en je hebt stroom en het hele jaar door water. Op de camping worden wij door middel van een bord aangemoedigd de beplanting om ons heen flink te besproeien. Dat is voor het eerst. Meestal is het in Australië: Zuinig aan doen met water.

Een uitstapje naar Wyndham valt flink tegen. Een oud en vervallen dorpje, waar de armoede vanaf straalt. Wel levert dit een leuke foto van ons met een 20 meter lange krokodil op. Op de terugweg langs The Grotto. Dat is een plek waar je het hele jaar kunt zwemmen (volgens de Lonely Planet). Het is weer een geweldig avontuurlijk tochtje, ca 140 treden naar het dal toe. Maar zwemmen, nee bedankt, de handdoeken hadden we boven kunnen laten. Er is wel een klein meertje onder in het dal. Maar die ziet er groenig uit en een van de eerste dingen die we daar zien is een gigantische hagedis. We schatten een kleine meter. Hij heeft een vissenkop in zijn bek, en dat is goed te ruiken. Waarschijnlijk houden deze hagedissen van lekkere rotte vis, want de stank is bijna niet te harden. Levert wel een mooi plaatje op. Ook hier denk je weer dat je in een prentenboek bent binnengelopen. En het mooie is dus dat je geen ‘toeristisch’ gevoel hebt. Net als bij Tunnel Creek komen we ook hier maar een paar mensen tegen.

De zondag nog even rondgewandeld bij Kununurra zelf. Je zult maar zo’n National Park als Mirima (Hidden Valley) naast je deur hebben. Heel bijzonder, kleine wandelingetjes van ca. 800 meter. Je hoeft er niet eens heel sportief voor te zijn.

Maandag zullen we verder trekken naar The Northern Territory. We gaan dan een tijdsgrens over van 1 1/2 uur. Ik moet eerlijk bekennen dat ik niet wist dat er plaatsen waren waar de tijdgrens niet in hele uren opschuift. Het tijdverschil met Nederland wordt dan 7 ½ uur.