Ga naar de inhoud

Week29

week29: 25 januari t/m 1 februari 2004 geschreven door: Thea
 Het (wilde) westen…
Vandaag op naar de gletsjers. Jawel, dat lezen jullie goed, er zijn gletsjers hier in Nieuw Zeeland. En het bijzondere van deze gletsjers is, dat ze echt dichtbij zee liggen. De eerste gletsjer (gezien vanaf het noorden) is de ‘Franz Josef Glacier’, nou, is dat niet een echte naam voor een gletsjer? 😉 Veel Oostenrijkers kan het niet, en dat klopt. Een Oostenrijker heeft hem dik honderd jaar geleden vernoemd naar de toenmalige Keizer van Oostenrijk.

De route is minder spectaculair dan het gedeelte dat we gisteren hebben gereden. Mooi, ja zeker, maar minder spectaculair. We stoppen ergens halverwege voor een kopje koffie bij ‘The Bushmans Centre’ een hartstikke leuk eethuis/uitspanning /museum/kinderboerderij. Kortom, weet ik veel wat het precies is, je kunt er koffie drinken, wat eten, herten voeren, grappige teksten lezen, museumpje in over de originele natuur hier en NZ aandenkens kopen. En het voelt goed. Eén van de grappigste dingen vind ik een bord waarop staat dat iedereen die er komt moet ophouden over het weer te zeuren. Je bent hier namelijk in een REGENWOUD, dus het MOET regenen. En als je zon wilt op je vakantie moet je maar naar de Sahara gaan. Heerlijk 🙂 Het kopje koffie smaakt prima, en Lisa voert nog even een hert. Mirthe neemt daar liever foto’s van.

Franz Josef is een tamelijk druk dorpje, beetje Alpengevoel geeft het wel. Dat is ook niet zo heel gek, want ’s winters, eh zomers dus in Nederland, is het hier een skioord. Nu is er ook sneeuw/ijs te zien, maar dat ligt wel wat hoog. We rijden er nog even voorbij, want de toegangsweg naar de gletsjer ligt net voorbij het dorpje.

De laatste kilometers zijn de eerste ‘off road’ kilometers die we in Nieuw Zeeland maken. Met andere woorden, er is geen geasfalteerde weg aangelegd naar de gletsjer. Tijdens deze kilometers wordt ons al een blik gegund op de witte massa bovenin de bergen. Natuurlijk, René en ik kennen dit wel van de Alpenlanden, maar toch, hier midden in Nieuw Zeeland geeft het een ander gevoel. De meiden vinden het ook prachtig. Zeker als ze merken dat de wandeltocht naar de gletsjer een behoorlijk avontuur is.

De eerste 20 minuten loop je nog over een echt pad, maar daarna wandel je door de rivierbedding, waar vroeger de gletsjer zelf gewoon door liep, naar het koude ijs. We zijn alle vier behoorlijk onder de indruk. Wat een heerlijk natuurgeweld weer. Links en rechts bergen grotendeels in het groen, waar zich her en der een waterval bevindt Maar als we ongeveer op tweederde zijn, komt er nog wat natuur bij. Het begint namelijk te regen. Nu waren we een beetje voorbereid, want de lucht was al behoorlijk grijs, dus we hadden onze regenjassen aan. We wandelen nog even vijf minuten door. Maar als we naar de lucht kijken, zien we dat er alleen maar meer grijs het dal binnendrijft. Na deze minuten kunnen we ook de gletsjer zelf bijna niet meer zien. Ook al zouden we doorlopen, het uitzicht bij het eindpunt is ook in wolken opgegaan. Dus keren we om, en komen we als verzopen katten (maar nog wel zingend hoor) weer bij de camper aan. Gelukkig is het niet koud. En het eerste deel van de wandeling was de moeite meer dan waard.

We hebben een camping uitgezocht die wordt omschreven als een ‘gem’, een juweeltje dus. En dat blijkt te kloppen. De camping ligt echt in ‘native’ regenwoud en is supermooi aangelegd. Veel houten cabins en ook de receptie en de toiletblokken zijn van hout. We zijn onder de indruk. Beetje jammer dat het zo regent, maar ja, dat hoort nou eenmaal in een regenwoud 😉 Vanonder een afdakje van een houten barak kijk ik nog even naar de camper en de prachtige omgeving. Wauw, gaaf hier.

De volgende ochtend worden we aangenaam verrast door een nog wat waterig zonnetje. Het heeft de hele avond en een groot deel van de nacht geregend, dus we hadden eigenlijk niet veel beter verwacht. Maar de zon heeft al vrij snel de overhand, en drukt de wolken aan de kant. Dit betekent dat je ook de omgeving wat beter kunt bekijken. En de camping en haar uitzichten blijken bij mooi weer nog mooier. De hoge bergen met haar sneeuwtoppen zijn vanaf hier te zien. We besluiten snel op pad te gaan, op naar ‘Fox Glacier’. De tweede gletsjer een kleine 30 kilometer verderop. We weten niet precies wat het weer zal doen, en dus lijkt het ons wel lekker nog met mooi weer daar te gaan kijken. De weg tussen de twee gletsjergebieden is weer prachtig en we zijn er dan ook met een kleine 40 minuten (wel bergachtig).

De wandeling is iets korter dan gisteren, en lijkt ook iets minder spectaculair. Maar het blijft indrukwekkend, door een vallei richting een hoop ijs lopen. Ook vandaag vinden de meiden het prachtig. Lekker een beetje klimmen, van steen naar steen over (kleine) beekjes springen. Het weer is nog mooier dan verwacht. We krijgen het zelfs warm in onze truien. Alleen als we echt dicht bij de imposante ijstong staan is het even lekker iets meer dan je T-shirt aan te hebben. En imposant blijft het. We zijn blij dat we vandaag toch ook nog naar deze gletsjer zijn afgereisd. Het zicht is natuurlijk veel beter dan gisteren met die zware bewolking, en we zijn er blij mee.

We besluiten ook nog ‘even’ naar het Matheson meer te gaan. Deze ligt een paar kilometer buiten Fox Glacier, en geeft prachtige uitzichten op de hoge met sneeuw bedekte bergtoppen. Om het effect helemaal goed te hebben, raden ze je aan om het meer te lopen. Aangezien we met de dames al een aardige tippel hebben gemaakt vandaag, besluiten we tot ongeveer halverwege te gaan. En inderdaad, het is de moeite waard, de combinatie van water op de voorgrond en bergen erachter is prachtig. Dus vandaag hebben we onze avondvierdaagse kilometers ruimschoots gehaald.

We tuffen langzaam door naar Haast, ons eindstation voor vandaag. De camping daar stelt niet veel voor. Kale plekken en weinig sfeer. Behalve in de ‘lounche’. Een soort grote stal is omgebouwd tot huiskamer en keuken ineen. En dan heb ik het over een 200 m2 bij elkaar. Erg leuk gedaan, er liggen spelletjes, puzzels, boekjes, een TV en er staan twee internetcomputers. En er staan verder ook gewoon eettafels en een complete keuken. Alles is oud, maar dat maakt het wel weer extra leuk. Na het eten raken René en ik aan de babbel met een ouder echtpaar uit Engeland. Hij blijkt de echte Engelse droge humor te hebben (zij is ook niet mis hoor), en heeft ook nog aardig wat zelfspot. Kortom, het wordt een hele plezierige avond. Totdat de muggen die verder komen verstoren als het donker wordt.

De volgende dag gaan we naar Wanaka. Van de reis zelf verwachten we niet al te veel. We zullen door wat bergen rijden, er staan nog twee kleine watervalletjes op het program, maar dat is het wel. Welk een verrassing. Het wordt een geweldige tocht. We vallen van de ene natuurverbazing in de andere. De bergen laten zich van hun beste kant zien. Vooral de combinatie van de sneeuwtoppen en het regenwoud hier beneden, spreekt mij zeer aan. De begroeiing is groen, divers en vooral lekker wild. En overal kom je beekjes en riviertjes tegen. Die moet je dan wel over natuurlijk. En dat vaak over bruggen en bruggetjes die maar eenbaans zijn. Toppunt is wel de weg/treinbrug die we gisteren zijn tegengekomen. Dit is dus een eenbaans brug waar zowel auto’s als de trein over moeten !!! Gelukkig geen trein gezien, ik kreeg al van die tekenfilmbeelden in mijn hoofd over twee van die tegemoetkomende koplampen 😉

Afijn, zoals gezegd, vanaf het begin van de reisdag zijn wij zeer vermaakt door de omgeving. De watervallen waren prachtig, de bergen ook. En als we dan na een dik uur langs het eerste meer van deze dag komen te rijden, valt onze mond helemaal open. Het Wanaka Lake heeft meer dan 40 kilometer lengte, en de schoonheid is verbluffend. Het water met daaromheen de heuvels ziet er echt fantastisch uit. En als we dan naar het tweede meer toe rijden (zonder omweg, dit is gewoon de doorgaande weg) vallen we echt stil. Het is een soort spiegelmeer. Ook weer van vele kilometers lang, en zó mooi!! Het is bijna jammer om na een stop weer door te rijden.

Wanaka ligt aan de zuidkant van het meer. Het is een leuk dorpje waar vooral het ‘meerzicht’ overheerst. We gaan naar de camping, alwaar de kids weer lekker in een zwembad kunnen duiken. Het weer is ernaar. We overwegen zelfs hier maar eens twee dagen te blijven. Aan het eind van de middag gaan we nog weer even naar het dorpje om te genieten van het meer. Het zonnetje schijnt op ons bolletje en we vermaken ons prima.

Als we weer terugkomen bij de camping wacht ons een verrassing. We reizen nu de hele tijd al met twee andere stellen op. Een Nederlands stel en een Nieuw Zeelands stel, beiden met kinderen. Dat laatste verklaart natuurlijk wel een beetje dat we steeds campings opzoeken met speelgelegenheden enz. Maar toch, Den ‘Ollanders hebben we meteen op onze tweede camping gezien, en daarna nog een keer of 4 !!! Met de Kiwi’s is het nog erger, die hebben we al 3 keer als buren gehad, hebben ze minstens op nog 3 andere campings gezien, en zelfs nog een keer of 3 bij stops onderweg !!! En jawel, ze staan alle twee weer op dezelfde camping. En ik kan jullie verzekeren, Nieuw Zeeland is wel degelijk héél groot, en je kunt hier wel degelijk héél véél keuzes maken alle verschillende kanten op. Maar goed, we zitten elkaar niet in de weg 😉 Met ons Engels gaat het overigens minder goed dan in Australië. Vanwege het vele reizen (bijna elke dag) en de vele Nederlanders, gaat het beter met ons Nederlands dan ons Engels. Ook wel weer gezellig hoor, maar toch …. je kunt ook te veel landgenoten treffen. We willen tenslotte nog wel een beetje het gevoel hebben dat we ver weg zijn 😉

De volgende dag is het bewolkt en de verwachting is dat het gaat regenen, we besluiten dan ook door te reizen. Ons tijdschema is tot aan Christchurch toch nog wel redelijk krap, dus we gaan liever nog even ergens twee nachten staan als het echt lekker weer is. Op naar Queenstown dus. Het stadje/dorpje dat beroemd is om alle ‘thrill seeker’ activiteiten. Ons is al door meerdere mensen verzekerd dat dit ook echt een leuke plek is.

Maar we verlaten Wanaka niet voordat we naar Puzzlingworld zijn geweest. ’s Werelds eerste 3D ‘maze’, en dat is dan het Engelse woord voor doolhof, is daar. De dames zijn hierop geattendeerd door Geeke (zie week 27) en dit is voor hen een reisdoel op zich geworden. Het hele gebeuren bestaat uit twee delen, het al eerder genoemde ‘outdoor’ doolhof en nog een ‘puzzling world’ binnen. Hier wordt je brein gepuzzeld, oftewel wat zie je en is wel/niet waar. We beginnen bij het 3D doolhof. Dit houdt in dat je niet ‘gewoon’ je weg moet zien te vinden in een aantal honderden vierkante meters doolhof. Maar dat er ook nog trappen/bruggen zijn die je van de ene sectie naar de andere, maar vooral verder in verwarring, brengen. Kortom, jullie begrijpen dat na de eerste ‘ren je rot ‘ start er een hoop ‘gepuzzeld’ wordt om de vier torens in het doolhof te vinden. Het is overigens een bijzonder grappig gezicht tientallen volwassenen als ‘gekken’ door het doolhof te zien gaan om de oplossing te vinden. Wij hebben alle torens beklommen en de uitgang gevonden, maar dit heeft ons wel een uur en een kwartier gekost. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat we, na het vinden van de torens, de pijp net aan Maarten wilden geven (en vals wilden spelen dus) toen we toch de officiële uitgang vonden.

Binnen was het ook erg leuk. Een hoog Esscher gehalte. Hologrammen en ook een ‘scheve’ kamer waar het water omhoog loopt. Erg leuk dus, voor jong en oud.

De reis naar Queenstown verloopt soepel en weer langs prachtige heuvels en meren, al is het wel een beetje druilerig. Dit is wel jammer voor de uitzichten. Veel bergen zijn gehuld in wolken. Als stop hebben we de beroemdste Bungy-Jump brug gepland. En dat lukt we vinden hem, is ook niet zo moeilijk. Want pal aan de doorgaande weg en duidelijk genoeg aangegeven. Het is namelijk een ware attractie. Veel auto’s en bussen, en de onvermijdelijke campers, staan op de parkeerplaats. Dit is een oude brug, ergens uit 1800 en sinds 1988 wordt hier gejumpd. Beelden van de eerste jumps, van deze brug dus, zijn de hele wereld over gegaan. De exploitant heeft er werk van gemaakt. Er is een heel centrum omheen gebouwd. Je kunt er gratis in en vanaf een platform kijken naar alle ‘vrijwilligers’ die zich van een brug van 43 meter hoogte afstorten. En het moet gezegd, het is leuk om te zien. Natuurlijk zijn vooral de twijfelaars een attractie op zich, maar die worden ook het hardst toegejuicht. Waarschijnlijk dat wij, en de meeste toeschouwers, ons toch het beste met deze mensen kunnen identificeren. Het blijft voor mij overigens een raadsel waarom mensen $ 130 betalen om van een brug te springen. Ik zou erover na gaan denken als ik dat bedrag kreeg, maar toch niet als je moet betalen. Het is overigens zeker niet de hoogste jump hier in de buurt. Je kunt een triootje boeken, waarbij de hoogste sprong 134 meter bedraagt.

En jawel, ook Queenstown is weer gelegen aan een heerlijk meer. Een behoorlijk meer overigens, niet al te breed, maar met al haar bochten wel 85 kilometer lang. Kun je een lekker stukje varen, zeg maar. We besluiten deze keer niet op zoek te gaan naar de meest geriefelijke camping, maar naar degene die het dichtst bij het dorpje zit. De camping is een beetje kaal, maar alle voorzieningen zijn prima. Kaal is overigens niet hetzelfde als leeg hoor, er staan hier meer dan honderd tentjes. En ook nog enkele tientallen campers en alle cabins zijn bezet. We wandelen even het dorpje in. Een super toeristisch dorpje. Toch ook wel weer eens leuk, en het schreeuwerige valt ons mee. Natuurlijk is het weer heerlijk even op de kade te staan, lekker kijken naar de activiteiten bij en op het meer.

De volgende dag doen wij het rustig aan. Althans, vergeleken bij wat je hier allemaal kunt danwel behoort te doen. Bungy Jumpen, Parasailen, Paragliding, Jetboating, Rocketflying. Kortom, wat wij ook besluiten te doen, voor hier is het rustig. Wij gaan met de gondel naar boven, de berg op 🙂 En dat vinden wij spannend genoeg. Zeker de meiden, voor hen is het de eerste keer in zo’n gondel. En het moet gezegd, hij gaat vrij stijl omhoog. Al snel krijg je dus de mooiste vergezichten. En we moeten zeggen, het uitzicht boven is geweldig. Mocht er dus iemand naar Queenstown afreizen, de mooiste uitzichten zijn boven op de berg te verkrijgen.

Daarna nog weer even het dorpje in. Het kan nu zomaar. De camper blijft vandaag op zijn plaats. Het is lekker weer, halfbewolkt, en het plaatsje ziet er nog vriendelijker uit dan gisteren. Even wat boodschapjes gedaan en weer een pakketje naar Nederland op de bus gedaan. Dat gaat hier heel wat makkelijker dan in Australië. We hoeven geen paspoorten te overleggen, en ook het invullen in drievoud van formulieren blijft achterwege. Benieuwd of het aankomt 😉

Aan het eind van de middag ga ik met de meiden nog weer even bij een minigolf baan op bezoek. Het wordt een soort wederkerend item dit jaar, onze dames vinden het geweldig. Deze minigolfbaan is overigens vrij bijzonder. Hij is namelijk binnen, en de 18 banen worden omringd (en ook op de baan dus) met meer dan 500 modellen. Dat zijn huizen, vrachtwagens, houtzaag fabrieken, gondelbaantjes, reuzenrad, en wat dies meer zij. Hier hebben meerdere knutselaars zich maanden op uitgeleefd. De golfballetjes maken meerdere ‘ritjes’ in allerlei molens en liftjes. Erg leuk gedaan dus, al heeft het hier niet altijd te maken met hoe goed je het spelletje beheerst. Ik win wel, en dat blijkt tegen de afspraak die René met Lisa en Mirthe heeft gemaakt. Ze zouden van me winnen. Nou, nog een paar jaar en dan gaat ze dat vast lukken 😉

Zaterdag gaan we door naar Milford. Althans, richting Milford, we gaan namelijk niet helemaal tot het eind. Milford is eigenlijk niet echt een plaatsje, maar de plek waarvandaan allerlei cruises (niet teveel bij voorstellen, het zijn boottochtjes) op het fjord worden gemaakt. Jawel, hadden we eerder deze week de gletsjers, morgen gaan we zomaar fjorden zien. En dat boft, want we zijn nog geen van allen ooit in Noorwegen of Finland geweest. Maar goed, punt van het verhaal is dat je vanaf het vertrekpunt van de boten niet echt kunt kamperen, en dat het eerste dorpje voor deze plek meer dan twee uur rijden is. Aangezien we een boot van half 11 hebben geboekt, besluiten wij halverwege de weg naar Milford in het wild te gaan kamperen. Nou valt dat wilde ook wel mee hoor. Het zijn een soort parkeerplaatsen die onderhouden worden door de Nieuw Zeelandse Staatsbosbeheer (DOC).

Maar voordat we daar aankomen eerst de rit erheen natuurlijk. Na een uurtje rijden stuiten we op een stoomtrein. Dat stomtoevallig op dat moment staat te rangeren. Dat moeten we even van dichtbij bekijken natuurlijk. In Australië hebben we een ritje gemaakt in Puffing Billy, maar deze trein blijkt nog wel wat groter en luxer. Het vreemde is wel dat hij hier echt in de ‘middle of nowhere’ staat. Zomaar in een stuk land, met een bord erbij dat het hier de Kingston Flyer betreft.

Verder is de reis wat saai. En na wat we de afgelopen week allemaal gezien hebben, mag dat ook wel eens. Gewoon wat heuvels met schapen en koeien, prima. Te Anau is het laatste plaatsje voor de weg naar Milford. En dit is weer een zeer aangenaam aanvoelend dorpje. Jullie raden het al, aan een prachtig meer (na Lake Taupo de grootste van NZ, al zie je het niet, hij is erg langgerekt) ligt dit heerlijk relaxte dorpje. Je kent het wel, je komt een dorpje binnen en je hebt er meteen een gevoel bij. Of het is niks, of matig, of het is een dorpje dat je lekker past. Nou dat laatste is zeker het geval.

We vallen overigens ook nog eens met de neus in de boten, ehh boter. De plaatselijke Sneekweek lijkt aan de gang te zijn. Er zijn zeilwedstrijden. De boeien worden uitgelegd, het startschot klinkt, en…. er gaan 5 (vijf) zeilboten van start. Maar dat blijkt alleen de eerste categorie. Na deze eerste ‘grote’ start gaat het startschot nog twee keer. Er gaan nog twee Laser(achtigen) en drie Optimistjes van start 🙂 Ik denk dat iedereen vandaag wel een prijsje krijgt.

Op naar een kampeerplek richting Milford. De weg is mooi, en het gaat eigenlijk sneller dan we hadden verwacht. Na een dik uur hebben we er al bijna 80 kilometer opzitten, en zien een afslag naar de DOC ‘parkeerplaats’. Eén van de zeven overigens, deze ligt het dichtst bij onze eindbestemming. Het is er nog rustig, we zien wel wat campers staan, maar die hebben zich niet geïnstalleerd. Het ziet ernaar uit dat zij alleen even een stopje hebben gemaakt.

We kiezen een plek met een picknicktafel en een BBQ plek uit. Niet dat we willen BBQen, maar een vuurtje stoken is natuurlijk altijd leuk 🙂 Het uitzicht is prachtig, en we staan dicht bij een beekje met super helder water. Dit nodigt natuurlijk weer uit tot wat steentjes keilen. We bouwen een vuurtje, wat nog niet zo makkelijk is. Het hout is namelijk behoorlijk vochtig. Niet zo gek, we zitten hier in het meest natte gebied van Nieuw Zeeland. Er valt hier per jaar gemiddeld meer dan 6 meter regen !!!! (Ik kan jammer genoeg niet overdrijven, want dan krijg ik Dagmar, de nicht van Lisa en Mirthe op mijn nek. Die heeft namelijk een project over Nieuw Zeeland gedaan op school. Dus ik moet me bij de feiten houden.) Dus gemiddeld 6 meter, maar een jaar van 7 meter regenval is geen uitzondering. Droog hout is dus niet echt makkelijk te vinden. Maar het lukt ons als raspadvinders toch een vuurtje brandend te krijgen. Blijft altijd leuk. Er komen nog een paar campers en zelfs een tentje bij. Maar de dichtstbijzijnde buren staan op een meter of 50 afstand.

De volgende ochtend worden we met regen wakker. Toch wel lekker in een camper dan. We hebben alles bij de hand, en hoeven dus in principe de camper niet uit. Op ons gemakkie tuffen we de laatste 40 kilometer naar Milford. We hebben de tijd, en dat is ook wel nodig, want de laatste 40 kilometer kosten ongeveer evenveel tijd als de eerste 80. De weg kronkelt zich door de heuvels en brengt ons richting de fjord. Om er te komen moet je ook door een tunnel. Dit wordt voor ons Hollanders toch echt even een ervaring. Niks mooi verlichte brede tunnel. Een met houwelen uitgehakte tunnel die werkelijk stikdonker is wordt je ingestuurd. En breed ook zeker niet. Er zijn stukken waar je geen bus moet tegenkomen, je kunt elkaar niet passeren, een van de twee zal dan dus moeten wachten. Gelukkig komen we helemaal niemand tegen. Na de tunnel slingeren we naar beneden naar de eindbestemming. De fjord heet Milford Sound, dit laatste betekent riviermond. Maar later op de dag krijgen we te horen dat dit een onterechte naam is. Het is toch echt een fjord, gevormd door een gletsjer.

De boot ligt al op ons te wachten, net als nog een flink aantal boten langs de steiger overigens. Het is hier een komen en gaan van rondvaartboten. Als wij om half 11 vertrekken is het nog redelijk rustig. We zitten met maar een man of 20 op een boot waar minstens 60 personen op kunnen. Iedereen een plekje bij het raam dus. En het is een prachtige reis. Het regent de hele weg, maar het is geen harde regen. Meer een zware miezer. De boot is daarvoor uitgerust, want als we onze ‘lounche’ uitstappen, komen we op een overdekt achterdek. Dus wel lekker buitenstaan in de regen, zonder nat te worden. Denk nu niet dat we zielig zijn, want de regen heeft twee voordelen: a.) het aantal ‘sandflies’ (zeer vervelende steekbeestjes, zitten qua grootte tussen een vlieg en een mugje in) wordt hierdoor tot een minimum beperkt b.) we zien alle prachtige watervallen die de fjord vullen, twee uur nadat de regen is gestopt houden 90% van de watervallen op water te geven.

Wij vermaken ons dus prima. En de dames ook, die worden mede onderhouden door een Friese meneer. Hij is met een gezelschap van 4 mensen, kan geen vijf minuten stilzitten en vindt het zeer leuk grapjes te maken met de meiden en wat (veel) te babbelen. René en ik constateren dat elke familie wel zo’n oom heeft (zoekplaatje 🙂

Deze fjord is prachtig. We varen van de ene waterval naar de andere, en de ene rotswand is nog steiler dan de volgende. Voor we het weten zijn we al bij het eind van de fjord beland, en keren we om. We varen langs de andere kant van de fjord terug. Het blijft regenen, maar zoals gezegd is het niet hinderlijk. We kunnen ons overigens wel voorstellen dat het hier met zonnig weer heel anders uitziet. Eigenlijk zou je hier twee keer moeten komen, om het in beide weersomstandigheden te bekijken. Maar ja, plan het weer maar eens hier 😉

Op de terugweg doen we het ‘ underwater observatory’ aan. Dit is een zuil onderwater, met op 9 meter diepte vensters. Om het onderwaterleven hier nog maar eens goed te bekijken. Ons wordt keurig uitgelegd dat dit leven zeer bijzonder is. Dat komt doordat de fjord ervoor zorgt dat er bovenop het zoute zeewater een laag zoetwater ligt, hierdoor is het na een meter of 6 de diepte in al ‘donker’. Het onderwaterleven dat er nu dus op deze diepte ontstaat, is normaal gesproken alleen te zien vanaf een diepte van 60 meter en meer. Tja, of het zo bijzonder is kunnen wij als zeeleken natuurlijk niet zeggen. Maar wel dat het heel mooi is. Voor de meiden is dit ook het hoogtepunt van de reis. Mooie zeesterren, zwart koraal (welke wit blijkt te zijn bij leven), en prachtige schelpen. Kortom een levensgroot aquarium, wat geen aquarium is. Echt heel apart en mooi om te zien. Na een half uurtje worden wij weer ingeladen in onze boot, en de volgende boot met toeristen weer uitgeladen. Wij horen overigens dat veel mensen niet naar dit observatory gaan, volgens ons een gemiste kans. Het maakt de trip door de fjord echt compleet. Een aanrader !! Na deze tussenstop staan we met een kwartiertje weer aan land. De boot wordt weer voorbereid voor de volgende trip, en de hal vanwaar wij vertrokken is nu behoorlijk vol met honderden mensen. Voor de deur staan tientallen bussen geparkeerd. De natuur laat zich hier gretig bekijken. En gelijk heeft ze.

Op de terugweg naar Te Anau stoppen we nog een paar keer voor wat mooie uitzichten. We vereeuwigen ons nog even met wat eeuwige sneeuw, voelen we ons nog een beetje thuis 😉 Nu is het jammer dat het weer niet zo geweldig is. De uitzichten hier in de dalen hadden wat beter gekund, maar ja …. We stoppen ook nog even bij een beekje waar wat boomstronken over liggen. Altijd leuk om even overheen te klauteren. Ik kan niet anders zeggen dan dat dit een zeer indrukwekkende omgeving is.

Terug in Te Anau kiezen we een lekkere luxe camping, dicht bij het water en dicht bij het dorpje. Dat hebben we na een nachtje ontbering wel verdiend 😉 Geintje natuurlijk, we realiseren ons dat we zeer luxe op pad zijn. Als we dan al die kleine tentjes zien waarmee veel mensen hier in Nieuw Zeeland op pad zijn. Pff nee daar moet ik met dit weer toch niet aan denken. Gelukkig hebben we de kinderen als excuus. We sluiten de week af met een etentje, benieuwd wat ons volgende week weer te wachten staat. Dan laten we het natuurgeweld van het westen achter ons. Kunnen we even op adem komen ….. 😉