Week9

week09: 8 september t/m 14 september 2003 geschreven door: Thea
 Top End

Zoals gedacht verloopt de reis naar Darwin soepel. Een uur en een kwartier rijden. We komen aan bij de camping, dit blijkt een echte ‘stadscamping’ te zijn. De weg ligt dichtbij, dus verkeersgeluid, en …. het vliegveld van Darwin ligt meer dan binnen gehoorafstand. We kunnen de vliegtuigen zien landen en stijgen. Ook blijkt de RAAF hier een basis te hebben. Dames en heren, ik kan jullie vertellen dat het een indrukwekkend geluid is een F16 (of broertje, of zusje) van zeer nabij te horen opstijgen. De grond en je ingewanden trillen ervan. Ach, voor die paar dagen. We kunnen ons voorstellen dat dit niet ideaal is als je maar een paar weken op pad bent, maar we staan ook voldoende in de natuur. We hebben voor deze camping gekozen omdat het op loopafstand van de garage ligt. Loopafstand is een rekbaar begrip overigens, René wandelt er ruim een half uur over.

Darwin is overigens zo warm als men je belooft. Iedereen die er geweest is meldt je dat ook als eerste. Het is dus net een ander klimaat, het plaatsje waar we vandaan komen, 100 km zuidelijker, voelde anders aan qua temperatuur. Het is hier warm in een meer benauwde zin. We redden het net om te slapen, vinden het net niet te heet. Dan horen we dat de nachten dat wij er zijn als ‘nogal koel’ worden omschreven ?!?!?

In Darwin wil ik in ieder geval naar het plaatselijke museum. Die hebben een prachtige verzameling Aboriginal kunst en een tentoonstelling over de dieren van Noord Australië én een tentoonstelling over de cycloon Tracy van 1974 die 95%, ik herhaal 95%, van alle gebouwen in Darwin heeft gesloopt. Waanzinnig idee, en dat ook nog op kerstavond. Ingrediënten voor een film. Op eerste kerstdag is dus bijna heel Darwin dakloos. Dit kwam bovenop de bijna verwoesting van Darwin in de tweede wereldoorlog. Het is de enige stad van Australië die actief is aangevallen, en dat wel een keer of 50.

Het museum stelt niet teleur. Voor ieder wat wils. De kinderen krijgen een rugzakje met miniatuurbeestjes etc. mee. Als zij wat minder geboeid zijn kunnen ze zich daarmee vermaken. Prima idee van het museum. De dames gebruiken het overigens alleen bij de Aboriginal kunst. Ook daar lopen ze eerst keurig een rondje langs de velden, en gaan dan lekker zitten spelen. Verder is er genoeg te zien. Zowel de dierenafdeling als ook de cycloontentoonstelling zijn interessant opgezet.

Daarna nog even naar Fanny Bay, een uitstulpinkje aan de noordkant van Darwin. Mooie uitzichten ook daar weer. Maar helaas voor mij de ‘Mangrove boardwalk’ waar ik me op verheugd had zit dicht :-(. De meiden hebben daar geen enkel probleem mee, want er staat me daar toch een partij speeltuin! Ik geloof niet dat er in Nederland parken/jes zijn waar ‘zomaar’ een speeltuin van dergelijke omvang staat. Jullie kunnen hem zien bij de foto’s. De dames hebben zich nog even een halfuurtje prima vermaakt.

René is niet mee naar het museum, hij houdt zich bezig met de auto. Die is naar de garage. De mensen keren hem zo’n beetje binnenstebuiten, omdat wij aangeven (hadden wij weer gehoord van een Landrover garage in Kununura) dat er olie in het koelsysteem zit. Dit blijkt niet het geval, het is een ander goedje wat in het systeem is gesmeten door dan wel vorige eigenaar, dan wel garage die hem ons verkocht heeft. Maar er is niks mis met koelsysteem en/of koppakking. Hele geruststelling dus, en meteen maar een goede servicebeurt. Over ruim een week vertrekken we naar het rode hart. Onderweg liever geen ellende. Wel vindt de beste man nog een slang die er niet best aan toe is. Geen lange reis meer maken, vindt hij. OK maken dan maar. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Er moet dus een nieuwe slang worden ingevlogen !! Er is hier bijna niets op voorraad, alles gaat op bestelling. We willen nog graag een uitstapje maken naar het Wildlife Nature Park in Berry Spring, ongeveer 45 km ten zuiden van Darwin. Dus vraagt René of hij de auto donderdag kan brengen. Da’s geen probleem.

Woensdag dus een heerlijk dagje uit. Weer echt de natuur in. Het Wildlife Park wordt alom aangeprezen. Als ruim opgezet, en de dieren in een redelijk natuurlijke omgeving ‘vastgehouden’. Dat blijkt ook echt zo te zijn. Je waant je in een bos, eh je bent gewoon in een bos natuurlijk. Ik bedoel dat je de ene ‘attractie’ niet kunt zien vanaf de andere. Het is inderdaad heel ruim opgezet. Gelukkig loopt er een bustreintje door het park. Die rijdt elk kwartier en je kunt bij elk thema uitstappen. Het is warm, maar er zijn overal door het park drinkkraantjes aangelegd. Een tof park. Maar …. eerlijk is eerlijk, we merken dat we al vreselijk verwend zijn. Net in Litchfield geweest. Wat mij betreft adembenemend mooie meertjes en watervallen. Katherine Gorge per kano, super mooie natuur. Ook bij Katherine ‘The Hidden Valley’ waar ik samen met Mirthe ben geweest. Onvoorstelbaar mooie rotspartijen. We struikelen tegenwoordig bijna over de kangoeroe’s. Er kruipt een possum (omschrijving: kruising tussen een aapje en een rat) ’s nachts bij ons door de bomen. We zien om de haverklap enorme hagedissen en noem maar op. Tja, dan is een natuurpark van de omgeving nog wel echt mooi. Maar krijgt nu geen 10 meer. Mocht er iemand deze kant ooit op gaan. Wel een aanrader hoor. Je ziet niet elke dag een krokodil van ruim 4 meter van dichtbij. En de verzameling slangen is ook niet mis. En echt genoten hebben we van het nachthuis met al zijn wonderlijke nachtdieren en diertjes.

Afsluitend naar Berry Spring Nature Park geweest. Dat ligt ernaast, en ook daar is een warme bron die voldoende water uitspuugt voor een mooi zwembassin. Dus nadat we heerlijk stoffig zijn geworden in het Wildlife Park is dit een prachtige gelegenheid ons weer af te poedelen. De natuur is hier natuurlijk weer prachtig (gaap). Het water is heerlijk warm. Misschien wel een beetje te. Als het boven water iets van 35 gr is, dan is een bad van 30 gr een beetje warm. Iets koeler mag dan wel, zoals bijvoorbeeld het zwembad met een temperatuurtje van 25 gr. Da’s beter ;-). Kortom, jullie horen het al. We raken wat verwend zo hier en daar.

Overigens nog even een kleine klacht vanuit Darwin. Er zitten hier ‘sandflies’ (ik hoop dat je het zo schrijft). Voelen doe je ze in ieder geval erg goed. Wij hadden deze ervaring nog niet eerder gehad, maar zijn er al door vele Australiërs voor gewaarschuwd. Het zijn ieniemini kleine vliegjes, je ziet ze nauwelijks, maar zogauw ze op je zitten steken ze. Het prikt en jeukt dus, niet fijn. Bij mij en Mirthe valt het overigens nog wel mee. Maar René en Lisa zitten eronder. Ze doen ons denken aan een mosquito plaag die we ooit hebben meegemaakt in Zuid-Frankrijk. Net zulke kleine beestjes, en René kreeg er dezelfde rode vlekjes van.

Op donderdag gaat René weer in alle vroegte naar de garage. De slang is er en de garagehouder zegt dat het waarschijnlijk niet te veel tijd zal kosten. René wordt teruggebracht naar de camping, maar 15 minuten later weer opgebeld. Ze hebben de verkeerde slang opgestuurd. Typisch geval van jammer. Morgen weer een kans ……. Even balen, dat betekent dat onze Darwin ervaring met nog een dag wordt verlengd. Maar ja, het is zoals het is. En er zijn natuurlijk ergere plaatsen om ‘vast’ te zitten dan Darwin. De kinderen gaan nog even ijverig aan het schoolwerk. Een lekkere plons in het zwembad en dan gaan we Darwin in. Wat internetten, shoppen en aan het eind van de dag naar Aquascenic, waar al 40 jaar vissen worden gevoerd. Wat is daar nou speciaal aan, hoor ik jullie denken. Nou, het zijn gewoon vissen uit de zee. Het is in een soort baaitje aan zee. En de vissen komen in groten getale op het brood af. Duizenden vissen en niet van die kleintjes. Er mag absoluut niet gevist worden (boete Aus$ 10.000), want dat zou ze afschrikken. Deze dieren komen dus uit vrije wil elke keer bij vloed naar de kust om brood gevoerd te krijgen. Maf gezicht, al die happende vissenbekken uit het water. De grootste vissen halen overigens rustig de 1 meter. Dat jullie niet denken dat we goudvissen aan het voeren zijn. Er zwemmen ook een paar prachtige panter pijlstaartroggen. Die hadden we nog niet eerder gezien.

Daarna nog even naar een soort cultureel evenement, maar wel frequent wederkerend. Elke donderdag in het droge seizoen zijn er zo’n beetje 200 kraampjes op de Mindle Beach Sunset Market. De naam zegt het al, het is bij sunset. En het is een markt, met allerlei kraampjes. Ook veel etenskraampjes uit allerlei culturen, we vinden zelfs een poffertjeskraam ;-). De meiden zijn het meest geboeid door een kunstenaar die met spuitbussen prachtige ‘schilderijen’ maakt. Je kunt zien hoe hij ze maakt. Het is mooi om te zien, en zijn kunstwerken zijn mooi. Dit stimuleert Lisa nog meer om misschien later maar kunstenaar te worden. Als je dan zulke prachtige dingen kunt maken.

We hadden het nog niet verteld, maar Mirthe is een week of 4 geleden vegetariër geworden. Een tweetal weken daarvoor had ze haar vleesinname al geminderd. Maar ze heeft nu dus besloten helemaal geen vlees meer te eten. Mooi moment hier in Australië, vleesland bij uitstek. Dat maakt het boodschappen doen er niet makkelijker op. Maar wij doen ons best. Hier en daar is een vleesvervangend product te vinden. Een visstick mag nog wel, en Mirthe krijgt af en toe een eitje meer. Het is een bewuste keuze van haar, en gezien de duur nu al, geen gril. Ik zal haar vragen om volgende keer bij haar verhaal zelf te vertellen waarom ze hier nu voor heeft gekozen. Bij een roadhouse weigert ze op een bank te gaan zitten waar een koeienvel als leuning achter hangt: Dat doe je niet als vegetariër, hè mam? ;-).

Op vrijdag krijgen we gelukkig een telefoontje dat de slang er is, anders werd het na het weekend. René brengt de auto erheen, en krijgt een leenauto mee. We moesten hem even op de auto zetten. Niet alleen omdat ik nu weet dat Adriaan een bedrijfje in Darwin heeft achtergelaten 😉 Maar ook omdat René zo prima in deze Mazda 121 past, zie foto ;-).

Zaterdag dan op pad naar Kakadu. Het grootste en meest bekende natuurpark van Australië. OK voor de watersport liefhebbers, samen met het Great Barrier Reef aan de oostkant. We hebben er zin in. Vijf dagen in een stad is voor ons voldoende. En Kakadu heeft natuurlijk een reputatie. De tocht erheen is al prima. Mooie landschappen wisselen zich af. Kakadu staat in hoog aanzien bij de vogelaars (echt waar Lennaert), vanwege de wedlands. Gebieden die in de regentijd onder water lopen, maar nu in de droge periode een soort grasland met billabong’s en moerasstukjes vormen. Een billabong is een meertje dat in het regenseizoen in verbinding staat met een rivier.

De camping in Jabiru is weer prima. Een echte kampeercamping. Maar wel met een super zwembad, helaas is de glijbaan van het zwembad gesloten. Verder weinig aan te merken. ’s Middags gaan we nog even naar het centrale informatiecentrum van Kakadu. Eigenlijk gewoon een museum, met alle mogelijk denkbare info over het park. En prachtig ‘natuurlijk’ opgezet. Daarna nog even een lekkere duik in het zwembad. En ’s avonds, oei het blijft hier echt warm hoor. De slaapzakken voor de meiden zijn overbodig. Onze ventilator is zijn geld meer dan waard om de caravan koel, eh…. sorry, dragelijk warm te maken, voor de nacht.

Op zondag naar Ubirr, het meest noordelijke puntje van Kakadu (met verharde weg dan) geweest. Wat een geweldige plek. Ik hoop dat de foto’s een (kleine) indruk geven van wat we hebben gezien. Maar ook hier zijn eigenlijk woorden niet genoeg. Als je het ziet en voelt, weet je waarom dit voor de Aboriginals een van de heilige plekken is. We mogen ook niet overal bij, de Aboriginals willen niet dat blanken op hun heilige grond komen, maar wat er te zien is is voldoende. De rotsschilderingen zijn inderdaad prachtig. Een heel raar gevoel dat een aantal van deze tekeningen meer dan 20.000 jaar oud is. Maar hoogtepunt blijft het adembenemende uitzicht vanaf Ubirr.

Op de weg terug nog ‘even’ een wandelingetje gemaakt. De Bardedjilidji walk. Ook hier is de natuur weer overweldigend. Lachen dat wij allemaal maar kunst willen maken, maar als je ziet wat de natuur allemaal met (gigantische) rotsen en lagen steen kan doen, tja dan blijft dat van ons maar gepruts. De meiden klagen steen en been, en ja het is inderdaad snikheet. Maar dat maakt mij niet uit, ik ben blij dat we deze wandeling hebben gedaan. Aan het eind van de 2,5 km zijn de dames het leed ook al gauw vergeten. We hebben nog veel lol om onze smerige voeten en de zweetvegen in het gezicht van ons allemaal.

Verder blijft het hier errug warm. Het is nu bijna half elf ’s avonds, maar zeker nog 25 graden. Héél stil liggen maar weer vannacht. En….morgen ben ik jarig. Eindelijk een verjaardag waarbij ik gegarandeerd mooi weer heb ;-). Omdat we in het National Park zitten, en geen ‘snelle’ internetverbinding hebben kunnen vinden (wat raar hè, dat zou toch ook leuk zijn voor die Aboriginals), komen de foto’s van deze week ietsie later.