Week49

week49: 14 juni t/m 20 juni 2004 geschreven door: Thea
 Ten Noorden van Cairns
Op maandag is het weer niet echt verbeterd. Hou me ten goede, het is niet ‘slecht’ de zon schijnt alleen niet. En da’s toch wel jammer, mooi strand hier bij Port Douglas, maar dat moeten we nog maar een dagje uitstellen. We besluiten naar Mossman Gorge te gaan. Een kloof hier een goede 20 kilometer vandaan. Je kunt er lekker zwemmen, er zijn prachtige keien in de rivier (laten alle plaatjes in de folders zien 😉 en je kunt er dus heerlijk wandelen. Het ritje stelt voor ons als doorgewinterde reizigers niets meer voor. Zelfs de meiden zijn verbaasd als we na een minuutje of 20 al stoppen. Een geëmigreerde Hollandse dame vertelde ons overigens dat we niet moeten denken nu in Nederland geen probleem meer in afstanden te zien. Hier reed ze rustig voor een kopje koffie 90 tot 100 kilometer, maar als ze af en toe in Nederland terug was, vond ze 50 kilometer nog steeds ver. Da’s nou jammer.

Mossman valt zeker niet tegen, het is een prachtige omgeving. Het water heeft de aanwezige boulders (keien) mooie ronde vormen gegeven. Het water krult daar nu prachtig omheen. We wandelen naar een hangbrug, blijft altijd leuk, ook al hebben we er al een stuk of 6 gehad. En nemen daarna het ‘circuit’ door het regenwoud. Zelfs Lisa ziet het helemaal zitten. En het is ook prachtig, vooral als we bij een half verborgen meertje komen zijn we alle vier toch weer aardig onder de indruk.

Overigens is het water echt ‘water uit de bergen’ oftewel geen 25 graden. Wij besluiten dat dat voor ons vandaag voldoende reden is om maar geen duikje te nemen. We houden het bij genieten met het oog. En dat wordt natuurlijk bezegeld met een lekker ijsje op de parkeerplaats. De conclusie blijft dat er natuur voldoende is hier in Australië.

De volgende dag besluit ik een wandeling op een pad achter de camping te maken. De mevrouw van de receptie heeft me een papiertje gegeven waar het pad opstaat. Het gaat een heuvel op, en vandaar af heb je prachtige uitzichten over Port Douglas en de zee, aldus de enthousiaste medewerkster. Vooruit maar, wel de wandelschoenen aangedaan, want je wordt wel gewaarschuwd voor onze ‘glijdende vriendjes’ hier in Australië. Je kent het wel, die beestjes zonder pootjes en met zo’n gespleten tongetje. Dat blijkt een goede keuze. Want van een pad is eigenlijk nauwelijks sprake. Ik moet ineens denken aan mijn ‘barre’ tocht bij Walpole. Ook daar was een ‘pad’ aangegeven, maar net als hier zou het af en toe beter zijn geweest een kapmes oid bij de hand te hebben. Als ik na een paar honderd meter even stilsta om te overdenken of ik wel door zal gaan, zitten er binnen 15 seconden minstens 7 muggen op me. Door dus maar, want opgegeten worden door muggen is ook geen fijn idee.

Avontuurlijk is het natuurlijk wel, en goed voor de bovenbeenspieren, want het is inderdaad aan één stuk door heuvel op. Af en toe zie ik een pijl of een bordje, gelukkig ik ben nog op het ‘pad’. De wandeling verloopt verder prima, en het goede nieuws is dat de muggen me niet tot de top gevolgd zijn. Dus bovenop, mugvrij van een leuk uitzicht genoten. Tja, leuk, want niet spectaculair. Maar goed, je moet maar denken dat het ook weer een gratis training was 🙂 Verder heb ik ook op de terugweg gewoon gedacht dat al het geritsel in het gras om me heen hagedisjes waren. ‘No worries’.

’s Middags gaan we dan toch nog even naar Port Douglas zelf. We willen alvast wat op pad voor souvenirs. Hebben we ons daar tot nu toe nog niet zo druk over gemaakt, nu begint het ook wat dat betreft toch wat te kriebelen. We bekijken de souvenir winkeltjes dus aandachtiger dan voorheen, en vinden al wat van onze gading. Verder zien we al slenterend nog een schattig kerkje aan de zee, waar net op dat moment een trouwerij plaatsvindt. De meisjes en ik kunnen de drang niet weerstaan om even naar binnen te gluren. Er blijken twee Aziatische mensen te trouwen. Die hebben vast thuis ook niet zo’n mooi uitzicht 😉 Daarna is het terug naar de caravan. Helaas geen echt strandweer (volgens deze verwende menschen). Port Douglas had voor ons misschien wat meer allure gehad als we wat meer zonneschijn hadden genoten. Maar goed, de temperatuur is prima.

We kunnen goed merken dat onze dametjes de afgelopen week veel met andere kinderen hebben gespeeld. Ze zijn deze dagen hun speelgoed helemaal aan het ‘herontdekken’. In Cairns zagen we ze bijna niet, en hebben ze nauwelijks binnen gespeeld. Af en toe een tekening met Megan of Dieuwke gemaakt, maar dat was het dan ook. Verder waren ze op pad.

Op woensdag trekken we 40 kilometer verder naar Wonga Beach, een caravanpark aan zee. Lijkt ons nog wel even lekker. Deze locatie wordt onze uitvalbasis naar het Noorden. We willen nog even van onze 4WD gebruik maken, en dat kan hier. Er loopt een kustweg naar Cooktown en deze is vanaf Cape Tribulation (alwaar James Cook aan land is gekomen, maar daarover later meer) geheel onverhard, en volgens een aantal mensen redelijk zwaar. Fijn dus voor ons. Over een paar weken zitten we weer in een gewone gezinswagen, dus nog even lekker door creeks en over onverharde wegen rijden lijkt ons wel wat.

De camping zelf ziet er prima uit. Lekker zwembadje erbij, en deze keer zal hij waarschijnlijk ook wel gebruikt gaan worden, want het is prima weer. Heerlijke blauwe lucht en een graadje of 25, beetje Frans. Het strand valt een beetje tegen, waarschijnlijk door de wind is er veel afval hier voor de kust. Allemaal blaadjes en stokjes, waarschijnlijk van de eilanden hier voor de kust of via de rivier vanuit het binnenland aangevoerd. Verder is het er prima toeven, en al kun je hier niet zwemmen (krokodillengevaar) even lekker banjeren en op het strand hangen gaat vast lukken. Wonderbaarlijk wat een beetje zon doet. Alles lijkt een nog mooiere kleur te hebben. We zitten al voor het middaguur weer heerlijk in de zon een kopje koffie te nuttigen. Gezellig!

René en ik hebben ons overigens het afgelopen weekend vergaapt aan de huizen en dan vooral de prijzen daarvan. In en rond Cairns koop je een riant vrijstaand huis, minimaal 4 slaapkamers (en in een enkel geval ook nog een ‘granny flat’ en mét zwembad in je eigen tuin, voor iets van $ 350.000 dat is nog geen twee ton in Euro’s. Maar ja, dan moet je wel er wel tegen kunnen dat het een maandje of 6 á 7 per jaar regent. En ik bedoel dan ook écht regent. Cycloonrisicootje en dat soort dingetjes. Ach, dan toch maar gewoon de Hollandse winters 🙂

’s Avonds merken we wel de keerzijde van deze heerlijke dag. Omdat het geheel helder is, daalt de temperatuur ook meer dan we de afgelopen tijd gewend waren. Nou ja, gaan we even een uurtje eerder naar binnen 😉

De volgende dag is het nog steeds heerlijk weer. Wij besluiten om morgen op pad te gaan naar Cooktown. Vandaag rijden we even naar het gehucht Daintree. De Daintree Forest is reuze bekend hier, dus we zijn benieuwd. Het valt ons eigenlijk een beetje tegen, het is niet veel meer dan een opstapplaats voor wat riviertochtjes. Van het regenwoud is nog niet veel te bekennen, daarvoor moeten we toch echt de rivier oversteken, en dat gaat dus morgen gebeuren.

Vandaag overigens nog een heugelijk feit te melden. De dametjes hebben grote vakantie. Jawel, alle taken en werkjes zijn af. Ze hebben goed en hard gewerkt dit jaar, en vooral de laatste maanden bijna zonder gemopper. Gewoon een paar keer per week er echt voor gaan zitten. En met trots kunnen de beide docenten melden dat (volgens hen) de dametjes het verdiend hebben over te gaan. Gefeliciteerd 😉

Vrijdag begint dus het echte avontuur van deze week. Op naar Cooktown. We laten de caravan op deze camping achter. We zijn van plan twee nachten in een backpackers hostel oid door te brengen, maar voor de zekerheid gaan ook onze tentjes mee achterin. Je weet maar nooit.

De weg die wij nemen heet de Bloomfield track. Het is een grotendeels onverharde weg, met behoorlijke hellinkjes. Om precies te zijn, er zitten stijgingen en dalingen in van 33%, da’s nog eens wat anders dan die 10-12% in de Alpen 😉 Verder zijn er nog een paar creeks die overgestoken moeten worden. In ‘the wet’ is deze weg regelmatig onbegaanbaar. Dan wordt hij ook gewoon afgesloten. Beetje spannend is het dus wel. Er is ook een weg door het binnenland naar Cooktown. Die is ongeveer 150 kilometer langer. Maar wel bijna helemaal geasfalteerd. Maar goed, we hebben nog een weekje of twee de beschikking over een 4WD en willen daar dus nog wel even goed gebruik van maken 😉

Om te beginnen moeten we een rivier oversteken met een veerboot. Dat is altijd leuk natuurlijk. Meteen na dit tochtje zien we dat de natuur anders is. We zitten nu echt in het regenwoud. En het is ook meteen klimmen en dalen. Nog wel op geasfalteerde weg, maar een gemiddelde snelheid van 80 km per uur is verleden tijd. Levert natuurlijk prachtige vergezichten op. Als we stoppen zijn er nog weer een paar Aussies die ons meewarig aankijken als we zeggen nu op weg te zijn naar Cooktown. De weg is volgens hen erg slecht. Maar als ze nog wat misplaatste opmerkingen maken, besluiten we ze te zien als mopperkonten. Als je ook al kunt mopperen op een pauw op de camping (waar we ze dan van herkennen) leid je volgens ons geen vrolijk bestaan.

Onze volgende stop is Cape Tribulation, vrije vertaling is Kaap Ellende. Niet volgens ons, en de meeste reizigers nu. Maar wel volgens Captain Cook, die hier op een rif strandde in 1770, en erg weinig oog had voor het natuurwonder van The Great Barrier Reef. Hij wist het schip vlot te krijgen en naar het huidige Cooktown te varen, waar hij een maandje of vier heeft doorgebracht om het schip te repareren. Hoe dan ook, het is een gehucht nu waar nogal wat backpackers een of meerdere nachten doorbrengen. Jawel, volgens ons vooral nachten 🙂 Verder is er niet zo heel veel te zien, wij besluiten na een kopje koffie door te rijden en aan het 4WD avontuur te beginnen.

Direct na de Cape begint de dirt road. Geen asfalt meer te bekennen, maar wel veel gaten. Door de regen in the wet komen er behoorlijke kuilen in de weg. Rustig aan rijden is dus het devies. Verder zijn er de genoemde hellingen en hellinkjes. Die blijken een niet al te groot probleem voor onze Landrover. Alleen bij de 33% helling hebben we echt het gevoel dat we de low gear van de auto nodig hebben. Verder zijn er dan nog de creeks, die zijn de laatste dagen mooi opgedroogd. Dat betekent dat de diepste creek die we over moeten steken een centimeter of 35-40 diep is. En ook dat is goed te doen.

De natuur is prachtig en de meiden vervelen zich ook niet. Die (s)turen ingespannen met ons mee, en constateren na een uurtje dat het net zo spannend is als Fraser Island. Maar ook niet spannender. En dat is ook onze conclusie. Als je voorzichtig aan doet is deze weg met dit mooie weer prima te doen.

Na een uur en drie kwartier hebben we een goede 35 kilometer gereden, en komen we aan bij een waterval. Eentje die je volgens allerlei folders en de Lonely Planet niet mag missen. En dat zijn wij met ze eens. De Bloomfield Falls lijken wel van bovenaf uit een brandweerspuit. Het water valt niet naar beneden, maar wordt met kracht van de berg af gestort. Een mooi gezicht. Wel zijn we gewaarschuwd niet te dicht bij het water te komen. Krokodillen vinden dit ook nogal een lekker plekje. Waarschijnlijk omdat de vissen die naar beneden komen, als ze al niet dood zijn, in ieder geval een tijdje groggy zullen zijn van de val. Wij hebben geen trek in het illustere rijtje van onvoorzichtige toeristen te komen, dus blijven maar op veilige afstand.

Terug bij de auto pakken we onze eetdoos, en gaan lekker in de schaduw een broodje eten. Wat smaakt zo’n broodje dan toch lekker. Na de lunch stappen we weer in voor de tweede helft van de trip. Deze is zeker niet zo ruig als het eerste deel. Wel is het nog steeds opletten met betrekking tot gaten. Maar het is aanzienlijk vlakker en de weg is beter. Langs deze weg liggen nog een paar gehuchten, dat zal er ook wel iets mee te maken hebben. Volgens ons moet je toch bijna van het type kluizenaar zijn om hier te willen wonen, maar goed, die mensen bestaan dus ook.

Vlak voor Cooktown zijn we nog weer getuige van een bijzonder natuurverschijnsel. Een berg van 300 meter met rotsblokken, rotsblokken en nog wat rotsblokken. En allemaal rond en zwart. Maar dan ook echt niets anders. Een heel bijzonder gezicht. Je vraagt je gewoon af wie al die blokken daar nou heeft neergelegd 😉 Het is gedesintegreerde lava. Maar het maakt helemaal niet uit wat het nou precies is, het is het zoveelste ‘rare’ en indrukwekkende natuurverschijnsel hier in Australië.

In Cooktown besluiten we eerst te gaan kijken of er op een van de caravanparken nog een cabin vrij is. Dat is over het algemeen redelijk betaalbaar, en je hebt lekker je vrijheid. Eigen toilet en douche en keukentje. En we boffen. Ze hebben er nog eentje vrij. We checken in voor twee nachtjes, hebben we morgen de hele dag om Cooktown en omgeving te verkennen.

De volgende morgen worden we wakker van de telefoon. Onze auto staat in de ‘krant’ en voor half 9 hebben we drie telefoontjes binnen. Dat ziet er goed uit. Met twee wordt afgesproken dat we maandag verder contact hebben, als we weer terug zijn in Cairns. Spannend.

Het is vandaag nog aangenamer weer. De wind is namelijk weg. En dat is voor Cooktown niet eens zo heel erg gewoon. Van verschillende mensen hebben we te horen gekregen dat het vrijwel altijd waait hier. En dan ook écht waaien, en geen lullig briesje. Maar vandaag is het dan zo’n dag dat de wind eens vrijaf lijkt te nemen.

Na de dag lekker langzaam op gang te laten komen, besluiten we eerst het plaatselijke James Cook museum te gaan bekijken. Het museum is in een mooi oud pand gevestigd. Lekkere krakende treden op de houten trap, en ook de vloer boven kraakt mooi oud. Maar de inhoud van het museum valt wat tegen. James Cook, dé Cook, daar zou toch wat moois van te maken moeten zijn. Maar meer dan het bekende verhaal en het in 1970 opgedoken anker van de Endeavor (het beroemdste schip in de historie van OZ, met als goede tweede de Hollandse Batavia!!), is er niet over deze Australische voorloper. Jammer, volgens ons een gemiste kans. Voor wat betreft de musea zijn wij toch meer onder de indruk van die in Nieuw Zeeland, en vaak waren ze nog bijna gratis ook. Ja, ja, wij blijven Hollanders 😉

Daarna door naar de heuvel waar de lighthouse is geplaatst. De eerste heuvel ook die Cook heeft beklommen, en waarvan hij in zijn logboek geen vrolijk verslag heeft vastgelegd. Evenals bij het rif, had hij hier weinig aandacht voor het fantastische landschoon. Hij zag veel zandbanken en mangroven aan de zijkant van de rivier, en dat bood hem weinig soulaas voor het repareren van zijn schip. Wij zijn echter zeer onder de indruk van de werkelijk ‘stunning’ vergezichten hier. Komt mede door het rustige weer, weet onze campingbaas te vertellen. Hij verschijnt namelijk als wij al een minuutje of 5 ons staan te vergapen aan zowel de prachtige vergezichten richting binnenland, alsook richting de zee. Hij wijst ons op de duidelijk zichtbare koraalriffen, en begint een lyrische opsomming van alle vissen die we daar nu zouden kunnen zien. Overigens genieten wij net zo van het uitzicht richting het binnenland. Wat is dat toch een prachtig gezicht, als je door alle heuvels die er zijn bijna de diepte kunt voelen. Doordat de heuvels op verschillende afstanden liggen, zijn alle kleuren net weer verschillend. Het is een prachtig scala van groen(ig)e kleuren. Het is vreselijk jammer dat zo’n vergezicht niet goed op foto is vast te leggen, maar je realiseert meteen weer waar je het allemaal voor doet. Het is werkelijk fantastisch hier.

Met een beetje pijn in het hart dalen we weer af. Op weg naar een portie chips en wedges. Wedges zijn gekruide partjes gefrituurde aardappel, die moeten in Nederland ook geïmporteerd worden, heerlijk. Vooral met soure cream en sweet & chili sauce. Hoe dan ook, lekker bij de haven in het zonnetje smaakt ook deze lunch meer dan gemiddeld lekker.

En dan op naar het strand. Had het mij vooraf gevraagd, en ik had gezegd dat we in Cooktown waarschijnlijk niet aan het strand zouden liggen. Maar dat is vandaag (mede door de wind, althans het ontbreken daarvan) nog eens een extra kadootje. Lekker hoor. En ook de meiden genieten weer volop. Finch bay is een prachtige baai die grenst aan de Botanic Garden van Cooktown. Op een bordje staat dat je hier wel moet uitkijken voor krokodillen. Die hebben we niet gezien. Wel spotten Lisa en René op hun wandelingetje langs het strand haaien. Ze zijn er bijna zeker van dat het haaien waren. Een moeder en haar jong (want grote en kleine vin), en duidelijk anders dan de meer gebogen rugvinnen van dolfijnen, echt driehoekige haaienvinnen. Bewijzen kunnen we het nooit, maar mogelijk is het natuurlijk wel.

Op zaterdagavond kijken wij een paar leuke potten rugby (interlands). Tja, voetbal is er voor ons niet bij, en je moet toch wat 😉 Voor de uitslagen van het Nederlands elftal hadden we vorige keer een SMS service, waarvoor dank. De rest moeten we een dag later lezen op internet, of summier in de krant. Overigens valt het ons nog mee hoeveel aandacht ze hier aan het EK besteden. Dat zal nog wel met het Europese verleden te maken hebben.

Zondag de terugtocht. Omdat de weg langs de kust ons is meegevallen, nemen we deze ook terug. 150 kilometer omrijden is ook geen geweldig idee. Bovendien blijkt maar weer dat als je een route van een andere kant rijdt, je ook andere dingen ziet/opvalt. Bovendien blijkt een afdaling die we hadden gedaan nu een zeer steile helling, waarbij we echt de low gear nodig hebben. En René heeft ook nog het lumineuze idee om de rijbeurten om te wisselen. Zodat we bijrijder zijn op een ander stuk dan gisteren, en dus iets meer van de omgeving kunnen genieten. Kortom, het wordt ook weer een plezierige rit terug.

We stoppen nog even bij een rivier om met wat steentjes te keilen, en genieten daar van de omgeving en het zonnetje. Voor we het eigenlijk echt in de gaten hebben, bereiken we het asfalt alweer. Deze weg is dus prima te doen, als het niet regent. En niet alleen vanwege de glibberigheid bij een natte ‘weg’, wat volgens ons reuze lastig kan zijn bij sommige steile stukken 😉 Maar ook de diepte van de gaten zijn bij, of vlak na, een goede regenbui niet echt goed meer te zien. En dan wordt het volgens ons pas echt gevaarlijk. Wij waren in ieder geval blij met deze weersomstandigheden. Bovendien ziet alles er veel vrolijker uit met een zonnetje, toch?

Vlak voor we de rivier oversteken stoppen we nog even bij een Daintree info center. Hier hebben ze wat boardwalks gemaakt, en een toren van 25 meter die boven het regenwoud uitsteekt. Bovendien hebben ze nog wat informatieve items over het regenwoud, klinkt allemaal erg leuk. Maar het valt ons wat tegen. Ook hier geldt waarschijnlijk dat we na een jaar wat verwend zijn. Regenwoud om je heen blijft een prachtig gezicht, maar we hebben (voor veel minder geld en/of soms voor noppes) mooiere wandelingen gemaakt en specialere plekken bezocht. Zelfs de toren van 25 meter imponeert niet eens echt meer, op onze bovenbeenspieren na dan. Maar ja, als je al boven een regenwoud hebt gegondeld en een prachtige treetop walk gedaan in het zuiden, tja …. Maar goed, voordeel is dat we voor de echte drukte bij de ferry zijn, en lekker op tijd op de camping.

Aan onze buren is nog niet veel veranderd. Die staan er allemaal nog, hebben lekker twee dagen op en bij de camping gehangen, en genieten ook van het heerlijke weer. We ruimen snel alle spullen op, en René gaat daarna nog even de auto wassen. Tenslotte komen er morgen kijkers voor de auto ………