Week41

week41: 19 april t/m 25 april 2004 geschreven door: Thea
 Meer dan strand alleen….
Maandag, het weekend weer voorbij. Gisteren voelde ik mij niet al te goed, en heb dus extra, extra rustig aan gedaan. Klein virusje waarschijnlijk, rommelende darmen en een zweterig gevoel. En dit keer kwam het niet van de warmte. Maar vandaag lijkt alles al weer voorbij. Kort herfstgriepje 😉

Vandaag (eindelijk) weer een uitje op het programma. We hebben ondertussen al een aantal dagen aan het strand gebivakkeerd, en het is nu tijd voor afwisseling. Ik mis de ruigheid en het avontuur van de eerste maanden af en toe wel een beetje. Natuurlijk is er niks mis met een prachtig zandstrand. Sterker, als we ‘gewoon’ vakantie hebben vind ik het heerlijk. Leg mij maar op een handdoek op het strand, af en toe even omdraaien, en ik heb het wel naar mijn zin. Maar nu wil ik juist ook wat meer van het land zien. En vandaag trekken we dus even het binnenland in.

‘Even’ kan dus in dit geval. Het is niet helemaal bij iedereen (hier) bekend, maar een goede 20 kilometer van de kust ligt een prachtige heuvelrug. Nu is de heuvelrug zelf al mooi, maar de weg die ze daar hebben aangelegd loopt perfect. De weg loopt namelijk een kilometer of 30-40 helemaal met de toppen van heuvels mee. Dat betekent een prachtig uitzicht naar beide kanten. Je voelt je een beetje op de ‘top van de wereld’. Stel je maar eens voor hoe dat eruit ziet. Ruim twintig kilometer van de kust op een hoogte van ongeveer 375 meter lekker rondtuffen en uitkijken over het land en de zee. Heerlijk. Ook de omgeving zelf is goed. Onze eerste stop is bij een heus stukje regenwoud, en een waterval. Nou, zeg nou eerlijk, dan krijg je toch iedereen enthousiast voor een wandelingetje? 😉 In onderhavig geval moeten wij af en toe wel een beetje tijd stoppen in het enthousiast krijgen van onze dametjes. Maar met een paar afleidingstruckjes lukt dat toch aardig.

Daarna op naar een ander uitkijkpunt. Ook hier wordt ons een waterval beloofd. Maar als we daar aankomen, blijkt die er wel te zijn, maar om deze te kunnen bezichtigen moeten we weer een kleine 5 kilometer lopen. En zó enthousiast hebben we Lisa en Mirthe ook weer niet gekregen. Door dan maar naar het volgende dorpje en bijbehorende ‘dam met meer’. Het wordt eerst de dam en vervolgens een ijsje in het dorp. Het uitzicht bij de dam is weer in orde. Je zou hier toch niet echt zeggen dat er sprake is van grote droogte. Het probleem hier in dit deel van Australië, en waarschijnlijk ook in andere gebieden, is waarschijnlijk het transport. Want ook deze dam lijkt redelijk gevuld. Toch zijn ze ook hier er benauwd voor hun ‘water toekomst’, en lees je overal over de waterrestricties. Je mag bijvoorbeeld je tuin wel sproeien, maar: ‘Als je huisnummer een even nummer is, alleen op dinsdag en vrijdag van 7 uur am tot 9 uur am’. En meer van dit soort beperkingen.

Het dorpje blijkt een zeer toeristisch plaatsje, boven op de heuvelrug dus. De (relatieve) drukte valt ons op. Het is hier eigenlijk drukker dan aan de kust. Niet té, maar we kunnen ons voorstellen hoe het er hier in het hoogseizoen uitziet. Ze hebben er overigens wel een leuk toeristisch dorpje van gemaakt. Veel leuk uitziende eetgelegenheden, en veel winkeltjes met van alles en nog wat. Ook veel ‘art’ winkeltjes, en dat brengt een leuke sfeer met zich mee. Afijn, na het ijsje het rondje verder afgemaakt, en zo kwamen we eind van de middag weer op de camping terug.

’s Avonds worden we verrast op een daverende bui. De druppels zijn zo groot en het gaat zo hard, dat je jezelf bijna niet kunt verstaan. Lisa en Mirthe worden er dan ook wakker van. Maar een paar minuten later slapen ze, met een kussen tegen hun oren, weer lekker verder. Dinsdag besluiten we een kleine 40 kilometer verder te trekken. Dit heeft niets met de bui van gister te maken, maar met de camping, ons plekje en het dorpje, dat ons allemaal niet extreem heeft kunnen boeien. Waren deze factoren wel positief uitgevallen, dan hadden we hier misschien nog een nachtje of 3 doorgebracht. En hadden we de uitstapjes naar het Noordelijk deel van de Sunshine coast vanuit Maroochydore gemaakt.

Noosa Heads, onze plaats van bestemming, wordt door de Lonely Planet flink aangeprezen. De eerste ‘ontdekkers’ van dit plekje zouden de alternatieve surfers zijn geweest, en deze ‘bende’ heeft weer een flinke aantrekkingskracht op de rijke vakantiegangers gehad (?? maar zo staat het er echt). Hoe dan ook, de meiden lachen zich een deuk als we na nog geen drie kwartier melden dat we er zijn. En het is werkelijk weer een plaatje. De camping is een beetje ‘basic’, niet de gebruikelijke zwembaden en games rooms. Maar dat heeft juist wel weer wat prettigs. We zitten redelijk in het centrum van het dorp en de camping ligt pal aan de rivier Noose. Een beetje schuin naar het noorden kijkend kun je vanaf de camping het eind van de rivier zien overgaan in de zee. Enig minpuntje is dat de dames ook op deze camping hun scooters niet mogen bestijgen. Dus besluiten we de scooters mee te nemen naar het dorpje, om ze daar uit te laten, en dat vinden de meiden een goed idee.

Langs de Main Beach loopt de Hastings Road, een winkelstraat waar winkeltjes en leuke eettentjes elkaar afwisselen. Maar daarachter ligt toch echt het strand. Deze is weer gelegen in (of is het aan) een baai, en de groene heuvels achter het strand doen de rest. Wij zijn ondertussen aardig gaan geloven in het spreekwoord: ‘Live’s a beach’ 😉 Hier aan de Oostkust van Australië kun je dat rustig zeggen. We besluiten dan ook ons daar even neer te leggen. Lisa moet ten slotte de kans krijgen haar nieuwe badpak uit te proberen (met dank aan de dieven). We boften overigens, het is hier uitverkoop (jawel, ook in OZ is dit een zeer bekend verschijnsel) dus voor de helft van het geld loopt Lisa er weer stralend bij op het strand.

De volgende dag besluiten we weer een uitstapje te maken. Deze keer naar wat meertjes ten Noorden van Noosa. Nou ja, meertjes. We waren gewaarschuwd, gisteren waren we langs een botenverhuur bedrijfje gegaan om een boot te huren. Maar die besloten toch ons geen boot te verhuren toen we vertelden waar we heen wilden. Niet dat het gevaarlijk zou zijn (voor ons), maar wel ver, en op plekken ondiep, en dat zou wel gevaarlijk kunnen zijn voor hun boot. Maar, bij Boreen Point, een plaatsje aan het bovenste meer, zouden we wel een boot kunnen huren.

Afijn, dat hebben we toen maar gedaan. Lunchpakketjes gemaakt en op naar Boreen Point. Het plaatsje zelf stelt wat (en wat meer dan dat) teleur. Het is eigenlijk nauwelijks een plaatsje te noemen, meer een buurtschap en er is weinig te beleven. Bij het botenverhuur bedrijfje hangt een bordje op de deur dat ze ‘even’ weg zijn. Een jongen weet te vertellen dat de eigenaar het meer overvaart om een aantal backpackers op te halen. Afijn, even wat rondgeslenterd, en het meer bekeken. Het is wel een erg groot meer. En dat moeten we toch echt oversteken om de beoogde plek te bereiken: ‘The Everglades’. Tegen elfen is de man er inderdaad weer. Wij vragen of het wel een goed plan is een boot te huren. Beetje domme vraag natuurlijk aan een botenverhuur meneer, maar goed. Hij bezweert ons dat het een leuke tocht is, die ook vooral door veel backpackers te kano wordt gedaan.

Om goed 11 uur zitten we dan ook op het Cootharaba meer. Het is heerlijk weer, het tochtje over het meer duurt ongeveer drie kwartier. Dan komen we aan bij de ‘ingang’ naar de Everglades. Dat is een rivier door een prachtig natuurgebied. We stappen even bij het informatiecentrum uit, maar stappen ook snel weer in. Wat zijn wij ook sufferds, het stikt er van de muggen. En natuurlijk hebben we van alles mee, behalve antimuggen smeersel. Maar goed, op het water hebben we er geen last van, en het is hier daadwerkelijk prachtig. Het heeft wel een beetje van de weerribben weg in ons eigen kikkerland. De begroeiing is natuurlijk anders, maar het heeft wel die serene sfeer. Het water op het meer was aardig ruw, dat komt door de wind, maar ook doordat het zeer ondiep is. Hier op de rivier is het water veel dieper, en daardoor veel rustiger. Bovendien zorgen de bomen voor een redelijke ‘windstilte’. Niks drukte hier, en je kunt je ook nauwelijks voorstellen dat een kleine 25 kilometer zuidelijker de Sunshine coast met al haar toerisme begint. Wie genieten volop deze middag.

En wij is in dit geval ook echt wij. De dametjes hebben ook wat te lezen en te spelen mee, maar ontdekken dat het schipperen van zo’n motorbootje toch ook echt leuk is. Er hangt een ‘gewone’ Yamaha motor achter, die we in Nederland ook kennen. En dat is natuurlijk best leuk sturen dan. Vooral Lisa leeft zich helemaal uit. Het eindpunt van onze tocht is Harry’s Hut. Daar blijven de diehards een nachtje kamperen. Maar wij, luie motorboot berijders, nuttigen hier een lunch en varen terug naar Boreen Point. Eenmaal bij het meer aangekomen blijkt de wind aardig aangetrokken. En, zoals we kennen van de Beulaker, wordt het ondiepe meer hierdoor nog ruiger. Eerst schrikken de meiden daar een beetje van. Maar ook hier weten de ouders de kinderen aan het roer te krijgen. En na een tijdje genieten ze ook van het opspattende boegwater. We zijn blij dat we dit tochtje hebben gemaakt. Wat zijn die Australiërs toch bofkonten, zoveel prachtige totaal verschillende natuurgebieden bij elkaar.

De volgende dag hebben we niet zoveel op het programma. Het weer heeft hier ook rekening mee gehouden, en we krijgen een paar zware buien op ons dak in de ochtend. Dit is (waarschijnlijk) het staartje van ‘the wet season’. Zware buien met dikke druppen. Het mooie is echter wel dat het ook echt buien zijn. Een half uurtje later zit je weer onder een strakblauwe lucht in de zon een kopje koffie te drinken. De temperatuur is ook zeer aangenaam, graadje of 28. De meiden doen hun schoolwerk en ‘s middags besluiten we even naar het National Park hier om de hoek te gaan. Noosa National park. Het is geen groot park, maar wel één van de mooisten (zegt men). En volgens de folder is het het meest bezochte NP in Australië. Nou denk ik dat daar nog iets achter moet. Iets van: ‘Per vierkante kilometer’ (want zoals gezegd het is niet zo’n groot park), of ‘door mensen met vier vingers aan hun rechter hand’. Kortom ik kan me niet voorstellen dat dit het drukste park van heel OZ is. En zeker niet als we er aan komen. De ingang van het park telt zeker niet meer dan 80-90 parkeerplaatsen (en dan reken ik ruim).

Een flink aantal van die plekken wordt in beslag genomen door surfers. Prachtige surfplekken zijn hier langs de kust van het park. En de surffreaks hebben er een wandeling van een kilometertje, mét hun surfplank onder de arm, voor over om hier in de branding te staan. Want hier kunnen echt geen auto’s komen. Wij wandelen nog iets verder, namelijk naar Alexandra Beach. Dat is een strand aan de andere kant van het park. Het is inderdaad een mooi strand, maar de golven zien ons er iets te onstuimig uit om hier ‘lekker’ te gaan zwemmen. Wij beperken ons dan ook tot het hangen op het strand, voor we de terugtocht aanvangen. Je loopt merendeels door het bos, langs de rand op enkele tientallen meters boven het water het pad af. Een geweldige ervaring. En de surfers zorgen natuurlijk helemaal voor een relaxte sfeer. Zelfs de dametjes laten op de terugweg geen mopper meer van zich horen, en wandelen gezellig babbelend mee. Er is ook echt genoeg te zien. ‘s Avonds bel ik nog even met een vriendin die vandaag haar verjaardag viert. Nog van harte, hoor Iris!!

De volgende morgen vertrek ik voor tienen alweer richting hetzelfde NP. Het is dan wel geen groot park, maar er zijn meerdere wandelroutes uitgezet. Gistermiddag hebben we één van de kortste wandelingen genomen (toch nog een kleine 5 kilometer hoor), maar vandaag pak ik het dus ietsie ruiger aan. Ik neem een wandeling die niet alleen langs de kust voert, maar juist ook door de heuvels en het bos. En het is een heerlijke wandeling. In het bos zet ik eerst mijn zonnebril maar eens af. Het is in het eerste gedeelte zo dichtbegroeid, dat de bril meer tot last is dan dat ik er gemak van heb. Het is een geweldige route, en ik kom bijna geen mens tegen. Aan de ene kant is dat jammer, want er is hier genoeg te zien, maar eigenlijk toch ook wel weer fijn. Laat de mensen de kustweg maar nemen, dat komt de rust hier ten goede 😉 Als ik bijna op de helft ben, moet ik ineens aan zo’n reclame hier denken. Wat er allemaal om je heen leeft in zo’n bos zonder dat je het weet. Ze laten dat eerst een bebladerd bos zien, en daarna ‘kaal’. De hoeveelheid dieren is onvoorstelbaar. Net als ik daar aan denk schiet er een dikke, grote leguaan voor me het bospad over. Even hart in de keel, en ik ben toch maar blij met alle bladeren 🙂

Aan het eind wordt ik nog getrakteerd op een heerlijk uitzicht over Alexandra Bay en de zee. Mooie beloning, maar hoog tijd om terug te lopen. Deze keer heb ik goed gekozen. De weg terug heb ik de zon in mijn rug, en dat is wel fijn te noemen. Het is toch al gauw bijna 30 graden.

Die middag besluiten we nog een uitgebreide strandsessie te ondernemen. Het water is hier heerlijk. En we hebben geen idee of we bij onze volgende stop veel aan stranden toekomen. Al ben ik blij dat er ondertussen weer veel meer te zien en te doen is dan het strandleven. Zo in de middag even een paar uurtjes naar het strand is natuurlijk niet echt verkeerd. De meiden vinden het ook geweldig, zolang er maar in de zee in de golven gesprongen kan worden. En wij vinden het een goede bijkomstigheid dat ze op deze manier redelijk goed met de ‘gevaren’ van de zee in aanraking komen. Onder toeziend oog van pa en ma, en van een flink aantal strandwachten.

De golven hier zijn echte ‘brekers’. Als je net op het punt bent dat ze omslaan, krijg je de hele golf op je kop, en lig je gewoon ondersteboven. Dat overkomt ons alle vier wel een keer. Eerst vindt Lisa het nog een beetje griezelig, en wil eruit. Maar wij geven aan dat er niet zo gek veel kan gebeuren, en dat ze juist moet zorgen dan net door de golf heen te zijn. Of verder naar het strand, waar de golf veel minder kracht heeft. René laat zich met zo’n echte breker aanspoelen, en voelt ineens iets tegen zijn heup. Het blijkt geen kwal, en ook geen haai. Het is Mirthe die vond dat ze René’s voorbeeld wel even kon volgen. Een redelijk moedige daad. Ze vindt het prachtig, en wordt de held van de dag. Zeker als ze ook nog een keer helemaal ondersteboven gaat, maar daarna luid proestend én lachend weer bovenkomt. Dat wordt nog lachen in West-Frankrijk.

Als we bij de camping komen, springen we allemaal even snel onder de douche om het zout en het vele aanwezige zand weg te spoelen. Daarna besluiten René en ik de zonsondergang nog maar even bij de rivier te bekijken. Stoel en biertje (voor de inwendige spoeling) gaan mee, en we blijken niet de enige toeschouwers te zijn. En een schouwspel kun je het wel noemen. Ik weet nog niet zo goed of het nu een voordeel of een nadeel is, maar je moet goed opletten bij een zonsondergang hier. Het is namelijk zo voorbij. Binnen een paar minuten dendert de zon achter de horizon. Dat blijft toch heel bijzonder. We zitten naast onze achterburen, en maken nog een gezellig babbeltje. Dat kan ’s avonds niet, want deze mensen liggen er al eerder in dan Lisa en Mirthe. De arme man moet ook nog buiten slapen, want zijn dochter is op bezoek. Dus om 9 uur ligt onze buurman op nog geen 3 meter bij ons vandaan onder de sterren te knorren.
Zaterdag reizen we weer verder. Een klein beetje met pijn in ons hart. Noosa Heads is een heerlijk plaatsje. Beetje toeristisch, maar met al die prachtige plekjes kijk je daar wel doorheen. En de sfeer is prima. Op naar Hervey Bay. Dat wordt onze springplank naar Fraser Island. Het grootste zandeiland ter wereld. En in dit geval komt daar geloof ik geen zinnetje achteraan. Het is echt het grootste eiland dat alleen uit zand bestaat. Niet dat het eiland kaal is, in het geheel niet, op zand groeit natuurlijk van alles. Maar er is geen rots of steen. Afijn, wij zijn benieuwd.

Eerst naar ons nieuwe thuis voor de komende dagen natuurlijk. De nieuwe camping. En die lijkt prima in orde. Lekker zwembad, en de meisjes mogen op hun scooters rondcrossen, hoera!!! Nog voor dat wij geïnstalleerd zijn gebeurt dat dan ook natuurlijk. En ook de rest van de dag wordt het metalen monster regelmatig bestegen. Wat wij vermoedden komt ook uit. Lisa en Mirthe zijn mobieler, en bezoek alle hoeken van het park, geheel uit zichzelf. Ze verzinnen allerlei wedstrijdjes en verhalen, en vermaken zich uitstekend. De camping heeft ook een vijver waar eenden, schildpadden en vissen in vertoeven. Ook een soort meerkoet, maar die heet hier vast anders. De ‘meerkoeten’ hebben jonkies, en de dames zijn er bijna niet bij weg te slaan. Er wordt oud brood, en later zelfs vers brood, aangevoerd alsof ze denken dat de beestjes in weken niet gegeten hebben. Afijn, het is voor ouders natuurlijk geweldig dat ze zich zo vermaken, dus dan eten wij maar een plakje brood minder. Dat kan ook wel 😉

We wandelen nog even naar de ‘esplanade’ en het achterliggende strand. En dat is hier ook prima in orde. We zullen hier wel niet veel het strand bezoeken, maar toch. Het is natuurlijk wel fijn te zien dat dat hier allemaal OK is.

We gaan maandag naar Fraser Island, en zullen daar dan weer een nachtje in onze tentjes kamperen. Zondag doen we dus maar niet al te veel. We hebben vandaag maar één must op het programma. Oma bellen. Mijn moeder is namelijk jarig vandaag, en dat kunnen en willen we natuurlijk niet vergeten. Even weer lekker beppen met Holland.

We verkennen het dorp wat meer (met de auto) en gaan nog even langs het plaatselijke Informatiecentrum. Daar blijken we op dat moment de enige bezoekers te zijn. De twee oudere dames die er werken begroeten ons hartelijk (dat had ons alert moeten maken). En vervolgens storten ze zich samen op ons als we vragen om wat info over Fraser Island. Het lijkt of ze in geen dagen iemand hebben mogen/kunnen adviseren. Ze blijven zoeken (wij weten niet waarnaar) en komen met allerlei ‘tips’. Zo vindt de ene mevrouw dat we er zeker een hele week heen moeten ?!?! Maar de andere mevrouw vindt dat onzin, en daar kunnen ze samen fijn een discussie over voeren. Afijn, om met een oud collega van mij te spreken (ik heb al eerder op mijn donder gehad dat ik ‘plagiaat’ pleegde): ‘We hadden nog beter een tube lijm leeg kunnen zuigen, dat was minder kleverig geweest’. Maar we komen heelhuids weg, en zien tot ons genoegen dat er weer twee mensen richting het informatiecentrum lopen.

Daarna bezoeken we nog een schelpenmuseum. Het is volgens ons meer een uit de hand gelopen hobby. Maar wel zéér uit de hand gelopen. Prachtige grote schelpen zijn er te bewonderen, en ook genoeg kleintjes overigens. En ook nog allerlei poppetjes en andere figuurtjes gemaakt van schelpen. Spotgoedkoop overigens. Een leuk mandje met allerlei verschillende schelpen heb je voor 4 dollar. En dat geldt ook voor de geknutselde figuurtjes. Hoe dan ook, de kinderen kijken hun ogen uit en Lisa zegt op een gegeven moment: ‘Wauw mam, ik wou wel dat dit míjn verzameling was’. De man vertelt later nog dat hij nu 25 jaar aan het verzamelen is, maar nog maar 20% van alle soorten schelpen die bestaan heeft. En gelooft u mij, dat zijn er al héél véél.

’s Middags moet er weer wat aan de conditie gedaan worden. Lisa en Mirthe doen dat op de scooters, maar pa en ma houden het respectievelijk bij een potje fitness en een stevige wandeling. Mijn wandeling voert naar de Botanic Garden van dit plaatsje. Niet dat ik die ooit te zien krijg, maar ik ben er in de buurt geweest. Ze hebben de Garden goed verstopt. Ik loop om twee verschillende vijvers heen die er volgens de kaart in de buurt liggen. Maar zie niets wat op een Botanic Garden lijkt. Zelfs geen bordje dat ik in de buurt ben, of dat ik even een andere kant op moet. Nou ja, dan hou ik het gewoon op een stevige wandeling naar twee vijvers, en de terugweg voert me langs de esplanade en het strand. Een pittige tippel al met al, maar heerlijk voor lijf en ziel.

Op naar het volgende avontuur.