Week35

week36: 8 maart t/m 14 maart 2004 geschreven door: Thea
 Op naar de Hoofdstad
Gisteren dus een uitstapje gemaakt naar het National Park Cape Conran. Dat betekent vandaag maar even rustig aan doen 🙂 We hadden eigenlijk verwacht dat het gebied hier iets groter zou zijn. Maar Cape Conran kun je niet veel verder in dan wij gedaan hebben. Aangezien we geen trek hebben 100 kilometer het binnenland in te gaan om de Snowy River nog wat beter te bekijken, betekent het een dagje luieren. Nou, niet helemaal, want René en ik pakken onze sportieve activiteiten maar weer op. De dames vermaken zich overigens prima, die vinden het niet zo erg dat we niet weggaan. We kunnen merken dat we weer ‘thuis’ zijn. Het speelgoed wordt allemaal weer veelvuldig tevoorschijn gehaald. Van verveling is zeker geen sprake.

’s Middags besluiten we nog even naar het dorpje net boven Marlo te gaan, Orbost geheten. Dit blijkt geen geweldige keuze. Niet alleen is het dorpje vrij klein en redelijk onbetekenend, ook zijn de meeste winkels dicht. Het is namelijk ‘Labour Day’. De dag van de arbeid dus, en dan zijn de meeste mensen vrij (?!?!) en de meeste winkels dicht. Tja, dan blijft van zo’n dorpje al helemaal weinig over. Het park bij de rivier ziet er nog wel aardig uit, maar goed dat hebben we in Marlo ook bij de hand. Afijn, de plaatselijke Appie Heijn is nog wel open, dus we kunnen onze voorraden even aanvullen. We besluiten (althans de kinderen) vanavond te gaan barbecuen. Dat wordt ook wel lekker en gezellig, vooral Mirthe vindt het prachtig de serveerster uit te hangen als we barbecuen. Maar hoe we het ook wenden of keren, we zijn een dag te lang in Marlo gebleven. Twee dagen hier was echt genoeg geweest. Zonde hè, zomaar een dag verloren 😉

Geen wonder dus dat we dinsdag zin hebben door te reizen. Op naar Tathra. Een aanrader van Bill. Daarnaast had hij nog een aanrader, namelijk Manhattan. Volgens hem was iedereen dol op beiden. Nu gaat het wat Manhattan betreft niet om de plaats, maar om een gemixed drankje van zijn hand (tijd voor weer een prijsvraag? Al was de vorige overigens geen succes, Ronald bedankt voor je inzending :-). En inderdaad het drankje smaakte mij prima. Logisch dus dat ik zeer benieuwd was naar Tathra 🙂

Verder is het ook prima reisweer, het miezert. Laten we maar eens gaan kijken of het aan de oostkust beter weer is. Overigens valt het me op dat het helemaal niet koud is. Wel grijs dus vandaag, maar de temperatuur is om 9 uur al boven de 20 graden.

Vandaag verlaten we Victoria. De staat waar Melbourne in ligt. We trekken begin van de middag New South Wales binnen. De reis gaat weer prima, zeker nu de remmen weer zijn gemaakt. Het is wat nat op de weg, dus we doen het rustig aan, wat ons betreft hoeven we dit jaar niet voortijdig af te breken. Als we NSW binnen tuffen zien we inderdaad her en der wat blauw in de lucht. We verbazen ons erover dat we bijna de hele reis door de bossen rijden (en niet eens allemaal gekapt :-). We hadden wel een heuvelachtig gebied verwacht, maar niet zó bosrijk. We zijn in Victoria waarschijnlijk behoorlijk gewend geraakt aan alle landbouw- en veeteelt gebieden. Dit is toch ook wel weer leuk, en de heuvels zijn niet te hoog, dus de echte ‘bochtigheid’ valt wel mee.

Als we door Eden rijden (met natuurlijk een camping die ‘Garden of Eden’ heet) valt het ons op dat het toeristische gebied begonnen is. Motel na motel en hele winkelstraten vol met toeristenwinkeltjes. Alleen, het echte hoogseizoen is hier al voorbij. De herfst is begonnen, en deze plaatsjes lopen al weer wat leeg. Ook de volgende (kust)plaats geeft hetzelfde beeld. We zijn benieuwd of dit de toon zet voor de komende weken/maanden.

Tathra is zeker prachtig gelegen. Het is eigenlijk gewoon niet eerlijk. Ik heb dat gevoel ook wel eens bij Frankrijk, zoveel mooie natuurgebieden, en zo verschillend, allemaal in één land. Hier in Australië geldt: ‘Zoveel mooie baaien met prachtige zandstranden en indrukwekkende rotspartijen’. En dat ook nog eens met een heerlijk klimaat, gemeen toch gewoon? Jazeker, Tathra is ook weer trotse eigenaar van een mooie baai. Dus niet zomaar een stuk ‘saai’ strand. Nee, echt een mooie redelijke beschutte baai, met aan beide kanten rotspartijen. Ook hier voldoende verblijven in allerlei soorten en maten voor de toeristen (3 campings om maar eens wat te noemen). Maar het plaatsje zelf is niet schreeuwerig, en dat geldt ook voor de plaatselijke middenstand. En de huizen ….. om te zoenen, vooral die boven op de heuvel liggen. ‘A million dollar view’.

Ik zie onmiddellijk twee prachtige wandelroutes voor de komende dagen, 1x naar links en 1x naar rechts 🙂 Hoe dan ook, hier vermaken we ons wel een paar daagjes. Onze camping is weer van alle gemakken voorzien. Het zwembad ligt weer binnen gehoor afstand (rekenen wij tegenwoordig goed voor ‘kids must be under surveillance’). En niet onbelangrijk, de camping is op loopafstand van alle winkel(tjes) en het strand.

’s Avonds vermaken de meisjes en ikzelf ons met onze nieuwe ‘hobby’. Sophie (van Buln Buln) had een boek waar de verschillende stappen instaan om de figuurtjes van Winnie de Poeh tot leven te wekken. Althans, op papier dan. Lisa en Sophie hebben zich daar goed op uitgeleefd en dat heeft Debby ertoe gebracht het boek voor ons onder de copier te leggen. Wij proberen nu deze Walt Disney figuren zo getrouw mogelijk na te tekenen. Voor dit doeleinde zijn zelfs wat extra kleurpotloden aangeschaft, dat kleurt mooier, vindt mama. En ik kan jullie meedelen dat ik niet ver verwijderd ben van het insturen van een prachtige Poeh of Konijn naar de Donald Duck (Dit is Konijn, getekend door Thea, 39 jaar 🙂 Hoe dan ook, wij vermaken ons prima met deze nieuwe hobby. Alleen René wil nog niet meedoen.

Woensdag beginnen we onze dag weer met les/ fitness /wandeling. Het is prima weer, maar het waait wel een beetje hard. Dat doet ons besluiten die middag niet naar het strand te wandelen, maar even de auto te pakken. Nee, nee, niet om naar het strand te gaan, maar naar een National Park. Die ochtend heb ik met een vriendelijke mevrouw die schoonmaakt op de camping, een babbeltje gemaakt. En zij raadde het NP ten noorden van Tathra aan. Want dit plaatsje heeft zowel ten zuiden als ten noorden een NP, het zal je maar gebeuren. Afijn, zoals gezegd, op naar Mimosa Rocks NP. Ik heb geen idee waarom het park zo heet, maar mooie plekjes genoeg. Eerst maken we een wandeling naar een uitkijk. Ook vanaf hier weer een prachtig uitzicht op een ‘pristine beach’. Maar zoals gezegd, het waaide nogal flink. Daarna nog even verder getuft, al met al was de hele tocht een kilometertje of 25, meer niet. Daar lag nog een ‘inlet’ een plaats waar een rivier de oceaan ontmoet. Dit bleek ook een zeer goede keuze. Deze inlet is voorzien van prachtige zandstranden, en ook het uitzicht is weer prima verzorgd. Groot voordeel van deze inlet is de ligging. Doordat aan beide zijden van de monding rotsen liggen, zitten wij aardig beschut. Zo konden wij optimaal van de omgeving genieten 🙂 Als we terugwandelen naar de auto, stuiten we nog op een wat oudere kangoeroe. Waarschijnlijk kijkt hij ons even nieuwsgierig aan als wij hem. Hoe dan ook, zoiets blijft leuk.

Donderdag besluit ik ook weer te gaan wandelen. Niet langs het strand, zoals eerst mijn plan was, maar op de kaart heb ik een paar wandelroutes door het bos achter het dorpje gezien. Dat lijkt me ook erg leuk. Maar oef, het wordt wel de zwaarste wandeling tot nu toe. Net als de vorige dag ontdek ik dat de aangegeven wandelpaden niet helemaal meer actueel zijn. Maar gisteren kon ik nog een ‘alternatieve’ route nemen. Wat meer langs wegen. Dat is er vandaag niet bij. Bos is bos natuurlijk, en daar lopen niet zomaar meerdere wegen doorheen. Dus een beetje survival is er wel bij. Zeker als ik op een gegeven moment ‘zeker weet’ dat ik nog wat verder naar rechts moet, maar ja, wat doe je als daar geen pad is. Dwars door het bos banjeren. Uiteindelijk vind je natuurlijk wel weer een weg, en dan kan ik terug ‘afdalen’ naar het dorp. Want de bossen liggen op aardige heuveltjes.

Helaas is de wind niet gaan liggen vandaag. We doen een poging om nog even aan het strand te gaan liggen. Maar dat houden we na goed een half uur wel voor gezien. We besluiten bij de caravan het zand maar even weg te spoelen. Al met al is Tathra ons prima bevallen. De omgeving is, zeker ook vanwege de bossen, zeer divers. En dat maakt het een uitstekende tip.

De volgende dag gaan we richting de hoofdstad van Australië. Ook hier zou een prijsvraag zeker niet gek zijn, maar vooruit ik zal iedereen niet langer in spanning laten. Ik denk dat er weinig Nederlanders zijn die weten dat níet Melbourne, en ook níet Sydney, de hoofdstad van Australië zijn. Die eer is namelijk voorbehouden aan Canberra. Nu is dit ook niet de grootste stad van Australië, en economisch gezien al helemaal niet de belangrijkste. Maar deze stad is in het leven geroepen omdat de eerder genoemde twee grootste steden het niet eens konden worden wie van hen de hoofdstad mocht worden. Jawel, in het leven geroepen. De stad bestond begin 1900 nog niet. Toen was er alleen een schapenfarm 🙂 U zult begrijpen, wij zijn zeer benieuwd.

Overigens gaan we vandaag niet echt naar Canberra, daar hebben ze namelijk geen fatsoenlijke camping ?!?! Misschien vinden ze een camping niet sjiek genoeg voor een hoofdstad. Wij gaan naar Queanbeyan. Dit stadje ligt overigens maar 12 kilometer van Canberra, en wordt eigenlijk meer gezien als suburb van Canberra. Het gekke is echter, dat Queanbeyan níet in dezelfde staat als Canberra ligt, maar in NSW. Ten behoeve van Canberra is namelijk een nieuwe staat ‘opgericht’, te weten Australian Capital Territory (ACT). Maar die is dus niet erg groot. Nou, voldoende aardrijkskundige en historische info voor deze keer. Op naar ons reisverhaal.

Wederom een goede reisdag. Niet te warm en de dag begint redelijk bewolkt. We worden vriendelijk uitgezwaaid door onze buren die tegelijk met ons op pad gaan. We verwachten een niet al te zware etappe vandaag. Maar dat komt niet helemaal uit. De wegenkaart waarvan wij gebruik maken geeft niet echt hoogte verschillen weer. Meestal kijken we of de wegen ‘kronkelen’ en daaruit leiden we dan af of er flinke heuvels zijn of niet. Nou, vandaag klopt er niets van de kaart. Die geeft een bijna rechte weg aan, maar al na een uurtje komen wij in een flinke klim terecht. Een flinke klim van meer dan 10 kilometer en met voldoende haarspeldbochten. Niks heuveltje dus, dit mag je toch echt een berg noemen. Snel nog maar even verder inlezen in de omgeving hier.

En wat blijkt we steken de ‘Great Dividing Range’ over vandaag. Vanuit de heuvels dus de bergen in. Als we bijna boven zijn willen Lisa en ik even een plasstop. En dat kan, want bij een uitkijk hebben ze ook een toiletje neergezet. Het genieten van het uitzicht wordt zeer beperkt, zowel door de wolken die in het dal hangen, als ook door de regen. Als we weer instappen volgt een verrassing. De auto weigert dienst. Wat René ook probeert, hij doet ut niet meer!! Bovenop een berg, 50 kilometer verwijderd van een dorpje, houdt onze auto ermee op!! René en ik staan er een beetje appelig bij te kijken. Als serieuze automonteur probeer ik allerlei tips te geven, maar dat schiet ook niet echt op. Ik gok het erop dat hij te warm is, en daarom niet start, en dat we even een paar minuten moeten wachten voordat we het weer proberen. Dat slaat volgens René nergens op, hij denkt aan een elektrische storing. Hoe dan ook …… bij de 25ste poging, waarbij René ook de lichten aandoet, start ie ineens weer prima?!?!? Snel in de auto springen en het nergens meer over hebben. Na nog zo’n 500 meter bereiken we de top. De auto blijft het prima doen.

Cooma is een plaatsje ongeveer halverwege onze reis van vandaag. We wilden hier sowieso onze koffiestop maken. In de Lonely Planet heb ik gelezen dat net buiten het dorpje een informatiecentrum ligt over de grote Hydro-electric Scheme van Australië. Elektriciteit opgewekt door waterkrachtcentrales. Maar dat alles ‘aangelegd’, dus veel dammen en ook allerlei pijpleidingen van tientallen kilometers door de bergen, met ingebouwde turbines. Dat lijkt me reuze interessant. We besluiten dus een ‘educatieve’ stop te houden. En leerzaam is het. We hebben het hier over een project wat 25 jaar heeft geduurd. Vanaf 1949 tot 1974 is aan dit (volgens eigen zeggen) grootste waterkrachtcentrale systeem van de wereld gewerkt. Allerlei dammen en pijpconstructies zijn aangelegd om een flink deel van Australië van deze schone energie te voorzien. Alleen jammer dat ze er geen koffie hebben. De auto start weer meteen als we na een half uurtje verder trekken. No worries 🙂

De rest van de reis gaat soepel en we zijn al voor tweeën in Queanbeyan. De camping is niet geweldig, maar ach, we gebruiken hem toch alleen maar als uitvalsbasis naar Canberra. De meisjes raken wat dat betreft overigens (nog) verwender dan wij. ‘Hier is helemaal geen grote speeltuin, en het zwembad is ook te klein.’ Tja, afzien dus. Het stadje is ongeveer 30.000 inwoners groot, dus een behoorlijk shoppingcentre zal er wel zijn. En jawel hoor, goed gegokt. Alle grote winkels zitten weer onder één dak. Nou, dat scheelt weer. En een echte grote supermarkt kunnen we ook wel gebruiken.

De volgende dag besluiten we het zuidelijk deel van Canberra te gaan verkennen. Dwars door deze (volledig van nul af aan ontworpen) stad, loopt een meertje/rivier. Ook aangelegd. Het officiële centrum van de stad ligt aan de noordkant, maar het parlementsgebouw en de ambassadewijk zuid. We gaan dus vandaag naar het Australische parlementgebouw. Dit is nogal een gebouw, het is ook al het derde parlementsgebouw sinds de oprichting in 1901. In Nederland ben ik niet verder gekomen dan ‘langs het binnenhof’ rijden. Dat voelt opeens gek. Als we terug zijn wil ik toch ook een keer onze tweede kamer enz. bekijken.

Eerst rijden we nog even naar een heuveltop. Er liggen drie heuvels rond Canberra. Dus van verschillende kanten kun je de stad goed bekijken. Het valt ons op hoe ongelofelijk groen de stad is. Bomen, bomen en nog een paar bomen. Dat is ook niet gek, want ze hebben er een slordige 12 miljoen!!!! geplant. Het mocht wat kosten. De huizen zijn door het groen bijna niet te zien. En aan deze kant van de rivier is dat echt een hele kunst. De huizen lijken namelijk niet op de doorsnee Aussie woning. Het is duidelijk het Wassenaar/Laren/Bloemendaal van Australië. We zien ook duidelijk aanwezige diplomaten beveiligingsdiensten. Dat is waarschijnlijk ook niet zo gek. Zeker niet na de verschrikkelijke aanslag in Spanje van afgelopen donderdag. Wat een waanzin, en Australië is er helemaal niet gerust op dat zij met rust zullen worden gelaten. We besluiten ook nog even een toeristen toertje langs de verschillende ambassades te houden. Ze staan op de kaart aangegeven, dus het is goed te zien welke ambassade het is. Bovendien hebben veel landen van de gelegenheid gebruik gemaakt een ‘lands eigen’ gebouw neer te zetten. Zo niet Nederland, alhoewel het gebouw inderdaad lijkt op andere saaie kantoorgebouwen in ons landje 🙂

We parkeren de auto vlak bij het oude parlementsgebouw. Dit gebouw was echt te klein geworden?!?! Volgens mij had een uitbreidinkje wel gekund, genoeg ruimte om het gebouw. Maar goed, je moet toch ergens je geld aan uitgeven. Dus 500 meter verderop is het nieuwe gebouw verrezen. Gedeeltelijk onder de grond gebouwd. Het moet gezegd, de ligging is prachtig, en het gebouw zeker indrukwekkend.

Gezien de eerdere opmerking over de ‘angst’ van Australië voor terroristische aanslagen, verrast het ons dat we ‘zomaar’ het parlementsgebouw binnen kunnen lopen. Er zijn wel redelijk veel bewakers aanwezig, en voor je echt binnen ben moet je door ‘vliegtuig’ detectie poortjes. Maar toch, ik vind dat je vrij makkelijk naar binnen mag. Binnen ziet alles er nog mooier en chiquer uit dan van buiten. De hal met de marmeren pilaren die op eucalyptus bomen moeten lijken, doet ons alle vier even stilstaan. Dat geeft een van de gastvrouwen de mogelijkheid ons een plattegrond in de handen te duwen, en te vragen waar we vandaan komen. ‘Nederland, oh maar dan moeten jullie zeker even gaan kijken naar de mooie klok die jullie overheid ons heeft geschonken.’ Nou vooruit maar, en hup, daar staan we voor een grote Friesche Staartklok. Toch wel geinig. De verdere tour is hartstikke leuk, en we vertellen de meiden zo’n beetje wat de Senate en het Parliament inhouden. Bovenop het gebouw laten we ons nog even met z’n viertjes op de foto zetten, door twee Nederlandse jongens, het zal eens niet zo zijn.

Daarna gaan we naar het hoogtepunt van de dag, voor onze dames. Het Questacon, The National Science & Technology Centre. Ja, da’s even wat anders dan een duf poppenmuseum 😉 Er zijn meer dan 200 ‘hands on’ activiteiten met een ‘wetenschappelijk’ tintje. En onze meiden weten daar wel raad mee. Bovendien leren ze er ook nog wat van. Al vraag ik me af of ze veel hebben opgestoken van het getoonde model van een differentieel. Maar goed, je kunt niet alles hebben. Verder gaat het over van alles en nog wat. Van aardbevingen tot uitvindingen van Australiërs, wat is digitaal, hoe zit het met remtesten, wat heeft wetenschap met kermis en circus te maken. En zo voort en zo verder. Hoe dan ook, leuk voor ons, en prachtig voor Lisa en Mirthe. Vooral de simulator waar je in een achtbaan gaat. En …. de vrije val.

Eerst staan we er naar te kijken. Een ‘vrije val’ van 6 meter hoog. Dus kinderen hangen aan een stang op 6 meter hoog, moeten zich laten vallen, en komen dan vrij snel op een hééél steile glijbaan terecht. Een beetje een ski-schans in het extreme. We zien een paar ‘weigeringen’ van kinderen. Eentje doet de benen over de balk, maar stapt dan toch terug, en een ander kindje ‘hangt’ al, maar durft dan toch niet. Als ze bijna huilt, wordt ze weer naar boven getrokken door een medewerker. Tja. Maar aan het eind van de middag roept Mirthe dat ze gaat ‘springen’. We kijken wat verbaasd (maar niet té). Lisa zegt dat zij ook gaat als Mirthe gaat. Nou, daar staan de dametjes dan in hun verplichte overalletjes. Mirthe gaat dus eerst. We zien een benauwd snuitje als ze op 6 meter hoog hangt, maar ze laat toch los. Ogen dan even dicht en een angstig gezichtje. Maar dat ontspant al gauw als ze ‘de glijbaan’ raakt en met een behoorlijke vaart een 20 meter doorglijdt. Daarna Lisa natuurlijk. Hetzelfde tafereel herhaalt zich, en het spijt ons dat we geen fototoestel bij ons hebben. Maar ook Lisa komt heel beneden en roept dat ze nog een keer wil, ook al vond ze het ‘Best wel eng’. Mirthe houdt het voor gezien, één keertje was genoeg. Maar wij als ouders zijn natuurlijk de grote winnaars, wat kun je toch trots zijn op je kroost.

Het is nog geen vijf uur als we hier klaar zijn. Dus besluiten we nog even naar de Telstra Tower (zou bij ons de KPN toren zijn) te gaan, aan de noordwest kant van de stad. Dit is het hoogste uitkijkpunt. Mooi gezicht dus, groen, groen, groen. En een meer.

De volgende dag is dus het noorden van de stad aan de beurt. We hebben twee activiteiten op het programma staan. Eerst trekken we naar het National Australian Museum. Dit is geen museum met allemaal schilderijen enzo, maar een museum dat laat zien hoe Australiërs naar Australië kijken. De sociaal-economische ontwikkeling van een land dus. En in dit geval redelijk interessant juist omdát het nog maar zo’n jong land is. Verder is het museum zelf nogal controversieel. Het heeft nogal veel geld gekost om het museum neer te zetten, en het gebouw zelf is ook nogal ‘apart’. Niet echt ouderwets Australisch. Wij vinden het een prachtig en vooral vrolijk gebouw. En binnen is van alles te beleven. Eerst worden we uitgenodigd een ‘filmpje’ over waar het museum nu eigenlijk over gaat, te bekijken. Althans, wij denken dat het gewoon een filmpje is. Maar we worden, met stoelen en al rondgedraaid en krijgen een hartstikke leuk audio-avisueel spektakel(tje) te zien. Echt de moeite waard. En het leuke is dat René en ik héél veel herkennen van wat de Aussies over zichzelf vertellen en laten zien. Wij begrijpen dus ondertussen redelijk hoe zij in de wereld staan.

Afijn, verder is het een leuk museum met veul geluid om je heen. En er is nog een leuke attractie. KSpace, de K staat voor Kids, maar ouderen zijn ook van harte welkom. Het is de bedoeling dat je een voertuig of een huis maakt voor de toekomst. Op een computer, in 4 minuten tijd. En als je daarmee klaar bent, inclusief een pasfoto van jezelf, kun je naar het theater. Daar wordt dan in 3D de stad van de toekomst geshowd. We krijgen een tour door de stad waar alle voertuigen en gebouwen een plaatsje hebben gekregen. Erg leuk (maar niet erg Australisch).

Als we hier klaar zijn gaan we naar het War Memorial. Een oorlogsmonument en museum in een. Het ligt aan het eind van de indrukwekkende Anzac Parade. Ook dit museum is weer gratis. Het verteld alle verhalen van de oorlogen waaraan Australië heeft deelgenomen. Tot en met de oorlog in Irak. Zes in totaal. Het begint in met WOI, waar Australië voor het eerst als één land meedoet aan een oorlog. Ook is er een grote hal voor WOII. En waar ik had verwacht dat dit veel over Europa zou gaan, is hier juist vrij veel over deze regio te vinden. Ook wel logisch natuurlijk. De Japanners waren een veel grotere bedreiging voor Australië dan de Duitsers. Afijn, ik kan de kinderen niet langer dan een uurtje geboeid houden. René gaat vast met de meiden naar buiten. Die willen weer graag hun handstand gaan oefenen ipv kijken naar de, soms lugubere, taferelen van de oorlog. Misschien hebben ze niet eens ongelijk.

Ook die avond blijft het lekker weer. We hebben getroffen hier bij Canberra. Niet te warm, ‘gewoon’ een graadje of 25 en lekker zonnig. De stad is ons goed bevallen. Lekker relaxed, en veel te zien en te bezoeken. Morgen weer op naar de kust.