Week34

week34: 1 maart t/m 7 maart 2004 geschreven door: René
 Veel strand en mooie rotskusten…
Maandag 1 maart. Wat een geluk, gisteren zomaar een extra februaridag gehad terwijl we in Australië rondreizen. Vandaag trouwens geen reis, we blijven lekker op onze camping in Wilsons Promontory National Park. We zitten hier echt midden in de natuur, allerlei kleurige papagaaien die rondvliegen, ’s avonds possums die over de boomtakken wandelen en de eerste wombat is ook al gesignaleerd door Thea. Toch pakken we ’s middags de auto voor een klein rondritje door het park. Allereerst rijden we ongeveer 5 kilometer naar een parkeerplaats die behoorlijk hoog tegen een berghelling ligt. Vanaf de parkeerplaats zijn allerlei walks (wandelingen) uitgezet, ook tot aan het topje van de berg. Maar de wandelingen zijn minimaal 2 uur heen en weer 2 uur terug, voor ons iets teveel van het goede. Dus we genieten van het uitzicht vanaf de parkeerplaats en hobbelen met de auto weer naar beneden. We rijden nog een kilometertje verder naar een parkeerplaats bij een strand, daar is een kort wandelpad uitgezet. Natuurlijk loopt dat naar de oceaan maar weer via een aantal kleine waterstroompjes en bijbehorend moerasgebiedje. De zijkanten van het strand worden begrensd door gigantische grote keien. Lisa en Mirthe zien daar weer een mooie gelegenheid om de klimvaardigheid weer te verbeteren. Door hun aangestoken klimmen we even later met z’n vieren over metershoge, ronde stenen. En na de nodige inspanning staan we uiteindelijk bovenop een duin, en daar is weer een wandelpad wat ons weer terug voert naar het strand.

We verbazen ons nog een poosje over de prachtige omgeving en rijden vervolgens terug naar de camping. Daar besluiten we om noch even langs de rivier en het strand bij de camping te gaan wandelen. Het weer is zich aan het verbeteren, vanaf morgen wordt het warm en dat merken we nu al. We zijn behoorlijk actief op het strand, voetballen, volleyballen, hardloopwedstrijdjes en handstanden (alleen de meisjes). Lisa en Mirthe zijn over het algemeen niet echt enthousiast als we weer eens een wandeling aankondigen maar zodra het met klimmen en klauteren te maken heeft of rennen en balspelletjes dan zijn ze niet meer te stoppen

Heerlijk uitgewaaid, moe en voldaan ploffen we bij de caravan in een stoel met een biertje. Lisa en Mirthe verdwijnen met laptop richting een soort kantine. Aangezien we bij de caravan geen elektriciteit hebben op deze camping is dit een goede manier om onze laptopaccu’s weer op te laden.

Dinsdag 2 maart. Het is warm vandaag, met als klein minpuntje een stevige wind. Omdat we hier zo’n waanzinnig mooi strand hebben met een fantastisch uitzicht hebben we besloten om nog een extra dagje te blijven. Gewoon om op het strand te kunnen zijn met heerlijk weer. Zelfs het zeewater begint wat warmer te worden. Tot nu toe was het water aan de Zuidkust van Australië behoorlijk fris. Nu we meer richting de Oostkust komen krijgen we te maken met wat warmere golfstromen. We nemen een duikje en Lisa en Mirthe gebruiken de niet al te hoge golven om te bodyboarden. De zon brandt er stevig op los maar we kunnen er goed tegen. De gemiddelde Australiër heeft zich al stevig ingesmeerd met factor 30 (geen grapje). Echt bruin worden ze ook niet, ze zijn zelfs aan het einde van de echte zomer nog spierwit, een enkele uitzondering daargelaten. Aan de oostkust schijnt dit overigens geheel anders te zijn.

Tegen de avond ruimen we de boel al een beetje op. Morgen moeten we 4 uur rijden naar de volgende plek. Omdat het een warme dag gaat worden willen we vroeg kunnen vertrekken. De wekker staat op half acht!

Woensdag 3 maart. Vandaag rijden we naar Paynesville. Dat is een plaatsje aan de rand van een gigantisch merengebied met een open verbinding naar de oceaan. De rit loopt prima, wel weer even wennen, rijden met caravan. Op de eerste 50 kilometer na hebben we prima wegen. Tegen half twee zijn we in Paynesville. Hier krijgen we weer een beetje het Nederlandse watersportgevoel. Veel zeilbootjes en jachthavens die lijken op Nederlandse jachthavens. De camping ligt net buiten het dorp, we kiezen een heerlijk plekje met schaduw bijna aan de rand van het (verwarmde) zwembad. Lisa en Mirthe springen er direct in en zijn er een uur later nog moeizaam uit te krijgen voor een late lunch. Het is veder niet echt druk op de camping, veel seizoenplaatsen zonder doordeweekse bewoners. Komend weekend zal dat wel veranderen want de Australiërs hebben dan een lang weekend. Aansluitend op zaterdag en zondag vieren ze op maandag de Australische variant van “de dag van de arbeid”, ofwel Labourday. Veel Australiërs gebruiken dit laatste lange weekend van de echte zomer om nog even lekker te kamperen. We hebben dus de volgende camping maar even vooruitgeboekt.

’s Middags wandelen we even door het dorp. Het ligt direct aan een groot meer dus we vergapen ons aan alle watersportactiviteiten. In het dorpje loopt een veerpont naar een eilandje. Daar schijnen veel koala’s en kangaroos te zitten. Dit uitstapje bewaren we voor donderdag.

’s Avonds weer eens uitvoerig achter de computer. Vanwege het ontbreken van stroomvoorzieningen op de laatste camping hadden we wat achterstand opgelopen met het bijwerken van de website en het sturen van mailtjes. Omdat we hier wel elektriciteit en een vaste wateraansluiting hebben kunnen we ook weer gewoon koffiezetten, de waterkoker en magnetron gebruiken en al onze accu’s bijladen. Wat een heerlijke luxe, elektriciteit en water!

Donderdag 4 maart. Heerlijk buiten ontbijten, dat was al een tijdje geleden. Na het ontbijt weer eens even serieus de schooltaken afgewerkt. Tijdens ons verblijf op Tasmanië was het er een beetje bij ingeschoten. Omdat we in de Nederlandse kerstvakantie gewoon waren doorgegaan met “schooltje spelen” was dat geen probleem. Maar vanaf nu pakken we ons weekritme weer op.

Lisa en Mirthe springen na hun schoolwerk natuurlijk weer in het zwembad. Ik ga op zoek naar m’n zoveelste internetgelegenheid om de website van nieuwe foto’s te voorzien. Het is toch een beetje een uitdaging geworden om in de meest kleine plaatsjes toch een internetcafé te vinden. Ook hier lukt het weer, al hoewel de verbinding niet stabiel is en ook nog eens behoorlijk traag. Maar 5 dollar later is de hele boel weer up-to-date.

’s Middags wandelen we naar het meer, lekker in de zon bij een strandje. Weer veel bootjes op het water dus genoeg te zien. Een uurtje later komen we tot de conclusie dat we genoeg zon hebben gehad voor vandaag. De zon heeft erg veel kracht en we willen niet verbranden. Dus op naar de camping waar de caravan redelijk in de schaduw staat.

Het vrouwelijke deel van ons reisgezelschap springt voor de afwisseling maar weer in het zwembad, dat ligt tenslotte toch voor de deur. Ik duik met een muziekDVD-tje van De Dijk lekker met een koptelefoon op achter de laptop. Zo’n dag als vandaag heeft toch een behoorlijk hoog “Zwitserleven gevoel” gehalte.

We hebben tot ‘s avonds laat buiten gezeten, dit in tegenstelling tot onze Australische buren met een kindje van ruim een jaar. Gisteravond lagen ze om kwart over acht al in hun bed. Vanavond mogen ze opblijven omdat er bezoek komt, tegen half tien slapen ze allemaal alweer. Als ik ze zo de hele dag bezig zie met dat kleine meisje dan weet ik weer hoe dat was en hoeveel tijd en energie daar in ging zitten. Twee bomen verderop zitten twee uilen op een tak ons te bekijken. Ik heb geen idee wat ze van ons denken.

Vrijdag 5 maart. Thea en ik pakken onze sportieve activiteiten weer een beetje op. Ik ga weer eens met wat halters onder een boom in de schaduw aan de gang en Thea maakt een stevige wandeling langs het meer. In Nieuw Zeeland en Tasmanië waren we een tijdje niet echt bezig geweest met deze conditieverbeterende bezigheden, het resultaat was zichtbaar. Nu we weer in ons normale reisritme zitten is er weer tijd en ruimte om een aantal keren per week sportief te doen. Lisa en Mirthe maken het laatste weekrestje schoolwerk af en kruipen daarna heerlijk achter de computer.

Voor de middag staat er een uitstapje naar een klein eilandje in het merengebied op het programma. Vanuit ons dorpje vaart een veerpont heen en weer naar de overkant. Mirthe heeft precies opgenomen hoe lang de overtocht duurt, 3 minuten en 15 seconden. We hadden al gehoord dat er veel koala’s wonen op het eiland, dus we gaan op koala speurtocht. Er lopen wat weggetjes kris kras over het eiland, de meeste zijn onverhard. Na een paar rijden minuten komen we in een deel waar we inderdaad de eerste koala’s zien. Het zijn net kleine knuffelbeertjes op een boomtak. De meeste liggen lekker te slapen, zo hier en daar is er één wakker. Wat kunnen ze je lief aankijken, je hebt de neiging ze te gaan aaien. Maar dat doen we maar niet, we maken wat foto’s en laten de koala’s verder met rust. We crossen nog wat over het eiland om allerlei vakantiehuisjes, van eenvoudig tot super-de-luxe, te bewonderen. En vervolgens rijden we maar weer de veerpont op. Nog wat kleine inkopen in het dorp en terug naar de camping. Daar wordt het langzamerhand steeds drukker, de meeste plaatsjes zijn bezet. In het weekend wordt er een 24-uurs zeilrace gehouden. Veel zeilfanaten komen met bootjes op trailers vanuit de wijde omgeving naar dit gebied. Maar wij gaan morgen weer een etappe verder, naar Marlo. Dat schijnt een piepklein kustplaatsje aan de monding van een rivier te zijn. Op aanraden van Bill (uit Buln Buln) gaan we hier naar toe, omdat dit vlak bij het Cape Conran National Park ligy. We zijn nu al benieuwd wat we daar morgen gaan aantreffen.

Zaterdag 6 maart. Vanochtend weer inpakken en wegwezen maar eerst nog even ontbijten in het zonnetje. Ons ritje van vandaag is niet al te lang, slecht 140 kilometer. Omdat het dorpje Marlo piepklein is, waarschijnlijk zonder fatsoenlijke winkels, doen we na 20 kilometer rijden nog even de grote boodschappen in het plaatsje Bairnsdale. Daar is alles te koop, we hebben de auto en caravan geparkeerd in een zijstraat van een behoorlijk drukke winkelstraat. Lisa en Mirthe kopen hun zoveelste paar slippers, ik ben de tel kwijtgeraakt. We investeren ook nog in een beach-volleybal, Lisa wil bij terugkeer in Nederland graag lid worden van een volleybalclub. Nu hebben we alvast 4 maanden de tijd om wat te oefenen op het strand. Want we gaan waarschijnlijk behoorlijk veel strand zien de komende tijd.

Marlo is inderdaad zo klein als we verwacht hadden. Het ligt bij de monding van de “de Snowy River”, die hier uitkomt in de oceaan. Vlak naast Marlo begint een zogenaamd “Coastal National Park”. Dat zijn dus mooie stranden, aparte rotskusten en een beschermd bosrijk achterland. De camping heeft dit keer geen zwembad, als we willen zwemmen moet dat in de rivier of in de zee. Verder barst het op de
camping van de Oost-Europees sprekende mannen met vissersboten op trailers. Ze gaan ’s ochtend al vroeg op pad en komen aan het eind van de dag terug met een voorraadje vis. Dat wordt vervolgens schoon gemaakt op een speciaal daarvoor bestemde plek en daarna gaan de barbecues aan. De volgende dagen herhaalt dit alles zich weer net zo.

’s Middags wandelen we langs de rivier richting de zee. We hebben geen zin in zwemmen en hangen wat rond langs het water. Het ziet er wel apart uit, de monding van de rivier bestaat uit een enorme strook zand, allerlei zandbanken en een hele rij duinen. Omdat het vloed aan het worden is stroomt het water de rivier weer in, een gek gezicht. Via een ijsjeswinkel lopen we terug naar de camping.

Op de camping ben ik maar eens even onder de caravan gekropen. We hadden wat problemen bij het remmen, de caravan drukte de auto een beetje scheef bij stevig remmen. Niet echt de bedoeling natuurlijk, dus tijd voor een klein onderzoekje. Onder de caravan bleek een leiding van de elektrische rem compleet te zijn doorgesneden. Sabotage? Waarschijnlijk heeft ie gewoon knelgezeten. Twintig minuten later is de boel weer voor elkaar, tijdens de volgende rit maar eens even testen of het allemaal goed werkt.

Zondag 7 maart. Vandaag een bewolkte dag. In het Oosten van Australië is het nogal noodweer geweest, bij ons is het weer daardoor ook een dagje wat minder. De ochtend klungelen we wat op de camping, iedereen heeft zo z’n eigen bezigheden.
‘s Middags gaan we met de auto het Coastal National Park in. We stoppen bij een plek met bijzondere rotsen langs de kust. Ze lijken allemaal rechtop te staan in dezelfde richting. We hebben al heel wat vreemde rotsen gezien tot nu toe.

Een eindje verder komen we weer aan bij een strand. Er wordt flink gesurfd en het ziet er allemaal aangenaam uit. Zelfs de zon is weer aan het terugkrabbelen. Een groot deel van de kust bestaat uit zandstrand afgewisseld met weer dezelfde vreemde rotsen die we bij de vorige plek ook hadden gezien. Langs de rotsen hebben ze een boardwalk gebouwd. Via een serie trappen en vlonders kunnen we een flink stuk van de rotskust bekijken. De boardwalk is gebouwd om een gebied eromheen te beschermen. Daar hebben vroeger (ongeveer 3000 jaar geleden) Aboriginals gewoond. De overblijfselen van die tijd willen ze in stand houden, dus vandaar een afgebakende boardwalk. Lisa en Mirthe ontdekken weer bijzondere schelpen waar een poosje mee gespeeld wordt. We wandelen weer terug naar het echte strand en we blijven er een uurtje hangen. Erg relaxed allemaal.

De zondagavond gebruiken we voor een deel om weer wat mensen in Nederland te bellen. Het tijdsverschil met Nederland is tien uur, dus als we ze ’s avonds bellen is het daar nog zondagochtend. Morgen blijven we nog een dagje op dezelfde camping. Daarna komen we echt bij de Oostkust uit en aan het eind van volgende week zitten we waarschijnlijk in de hoofdstad van Australië, Canberra.