Week32

week32: 16 februari t/m 22 februari 2004 geschreven door: René
 The shack en andere avonturen…
Maandag 16 februari. Na twee nachtjes in het huis van Rosie en John te hebben gekampeerd gaan we vannacht weer “op onszelf” slapen. Maar nog wel in het strandhuisje van Rosie en John. Bijna 100 kilometer naar het zuiden hebben ze pal aan het strand een stuk grond gekocht. Daarop staat een soort open schuur met een ouderwetse koelkast en een prachtige open haard. Wat wil je nog meer? Dit wordt “the shack”genoemd. En behalve de shack staan er nog twee caravans, een soort douche –en toiletschuur, en nog twee rommelhokken. De weg ernaar toe kronkelt zich door een soort heuvel/berglandschap met soms behoorlijke scherpe haarspeldbochten. De ene na de andere fantastische baai zien we voorbijschieten. Als we na ruim twee uur rijden arriveren, vallen we van de ene in de andere verbazing. Wat een geweldige plek zeg. In een rustig straatje, zonder asfalt, zomaar een kaveltje met op 20 meter afstand een hagelwit strand waar vrijwel nooit iemand te zien is. We gaan op zoek naar de sleutels die aan een spijker onder de trap hangen. De kids weten niet waar ze moeten beginnen met spelen. Er hangt een touw aan een boomtak waarmee geschommeld kan worden en in de caravans liggen allerlei leuke spellen. Bovendien vinden ze in één van de schuurtjes een aantal kindercrossfietsen.

We zetten alle spullen die we nodig hebben in de shack en gaan eerst maar eens even lunchen. We bakken een eitje op ons éénpits-campinggasstelletje, vanavond zal er op een heus houtvuur gekookt moeten worden. Er is namelijk wel elektriciteit maar geen gas. En Rosie en John zijn van het type “primitieve kampeerders” en hebben dus nooit de moeite genomen om voor een gaskookgelegenheid te zorgen.

Na de lunch gaan we lekker naar ons, bijna privé, strand. Het is heerlijk weer en Thea en ik hebben een luie bui. Dus vandaag geen cultureel verantwoordde uitstapjes maar gewoon passief aan het strand liggen. De meisjes vermaken zich prima en bouwen weer prachtige zandkastelen. Het was al weer een tijdje geleden (even nadenken…, 3 weken) dat we met heerlijk weer op het strand zijn geweest.

Aan het eind van de middag begint het harder te waaien en we gaan lekker weer naar onze shack. Uit de wind in het zonnetje lekker wat lezen. De ouderwetse koelkast heeft zich ondertussen bewezen, de biertjes zijn heerlijk koud. Lisa en Mirthe bouwen allerlei fietsparcoursjes, de hindernissen worden steeds moeilijker.

Om te kunnen koken moet er eerst hout worden gehakt, dus ik leef me lekker uit. De aardappelen en het vlees worden gaar op ons gaspitje en de spruitjes koken in een ouderwetse gietijzeren pan boven een houtvuurtje. En dat gaat prima, na een half uurtje staat het eten op tafel. Het houtvuur blijft de hele avond aan, het is een heldere avond, de sterren stralen zich helemaal suf en wij blijven lekker warm. Ondertussen hebben we één van de caravans ingericht als onze slaapplek. Lisa en Mirthe kruipen er tegen negen uur in. Tijdens de laatste plas- en tandenpoetssessie zien ze in het doucheschuurtje een superspin. Ze roepen Thea en ook die schrikt zich helemaal suf. Volgens hun beschrijvingen is de spin ruim 10 cm. lang, harig en glimmend tegelijkertijd. Wat was ik eigenlijk aan het doen op dat moment?

De rest van de avond zitten we lekker voor het haardvuur, Thea met laptop om de vorige week weer vast te leggen. Morgen in Hobart gaan we het hele verhaal weer uploaden.

Dinsdag 17 februari. We worden wakker in ons paradijsje voor één nacht. Iedereen heeft prima geslapen en Lisa en Mirthe hebben geen nachtmerries gehad van de grote spin. Nadat we hebben ontbeten, een beetje opruimen en nog een kopje koffie, rijden we nog wat meer zuidelijk. Een kleine dertig kilometer naar het Zuiden liggen grotten en warme bronnen, volgens zeggen. Nu hebben we geen plannen om de grotten in te gaan, dat hebben we al een aantal keer gedaan namelijk, maar de warme bron is misschien een optie. Als we bij het Visitor Centre aankomen blijken de warme bronnen niet zo bijzonder te zijn als we verwacht hadden. Ze hebben er gewoon een zwembadje omheen gebouwd en het water was “maar” 28 graden. De meisjes waren bovendien al gevraagd om aan het eind van de middag Jane en Paige te vergezellen tijdens hun zwemles, ze hadden dus geen zin in een warme bron. We drinken nog wat in het Visitors Centre en besluiten weer richting Hobart te rijden. De weg slingert zich weer door de heuvels en we zien weer prachtige plekken. Ik laat me tenslotte in Hobart afzetten om in een internetcafé de website weer op te fraaien. Lisa en Mirthe gaan met Jane en Paige naar het zwembad, Thea rijdt weer richting het centrum van Hobart om mij op te halen en samen kopen we nog wat cadeautjes voor allerlei mensen die we nog gaan ontmoeten.

Één daarvan is Shane, de zoon van Rosie. Hij wordt over een paar dagen 21 en dat wordt vanavond gevierd omdat hij op vakantie gaat. Dus we zitten zomaar in een echte authentieke Tasmaanse verjaardag. De meeste gasten komen vóór het eten, bijna iedereen die binnenkomt zet z’n eigen meegenomen voorraadje drank in de koelkast. We hebben een supergezellige avond en vermaken ons prima met de andere gasten, andersom trouwens ook. Na de nodige biertjes staan we om half twaalf de laatste restjes van de afwas te doen. We slapen weer op ons luchtbed in één van de vrije slaapkamers van Rosie en John, zo lijkt het toch een beetje op kamperen.

Woensdag 18 februari. We moeten vanochtend vroeg op want Lisa en Mirthe gaan met Jane en Paige mee naar school. Niet voor de hele dag maar gewoon om eens even te zien hoe zo’n school eruit ziet. Ze vinden het erg leuk en ook wel een beetje bijzonder, al die kinderen in hun schooluniform, dat ziet er in Nederland toch heel anders uit. Ze bekijken de klas waar Jane en Paige les krijgen en worden voorgesteld aan de Juf. Een kwartiertje later gaan ze weer met Thea mee naar huis.

We stappen in de auto en gooien de tank voor de zoveelste keer weer vol met “unleaded”. Op de Tasmaanse nieuwsuitzending horen we dat er in Nederland een “verrassende” beslissing is genomen om 26.000 asielzoekers weer terug te sturen naar hun eigen land. De Australiërs snappen het niet helemaal, Nederland stond toch bekend om gastvrijheid ten opzichte van asielzoekers. En nu nemen ze een superstrenge beslissing precies de andere kant op. Verwarring alom.

Wij gaan vandaag naar Port Arthur. Dat ligt ruim 90 kilometer Zuidoost van Hobart. Port Arthur is een “convict-nederzetting”. Een grote Engelse gevangenis op een soort schiereiland. Engelse boeven werden verscheept richting Australië, en in dit geval in Port Arthur gevangen gezet. Het woord “boeven” moet je niet al te letterlijk nemen, voor het stelen van een kleinigheid werden ze al op een schip gezet om in Australië de, vaak lange, straf uit te zitten. Eigenlijk is Australië op die manier opgebouwd. Port Arthur was één van de grootste Australische gevangenissen. Een groot deel van dat hele complex, eigenlijk een soort dorp, is redelijk intact gebleven. We bekijken de gebouwen en lezen ongelofelijke verhalen. En we maken nog een boottochtje door de natuurlijke haven van Port Arthur. We varen langs het “Dead Island”, hier werden de overleden gevangen begraven. Ook overleden bewakers vonden hier hun laatste rustplaats, voor hen werd zelfs een fatsoenlijke grafsteen opgericht.

Port Arthur is in 1996 nog wereldwijd in het nieuws geweest. Één of ander gestoorde figuur heeft hier toen in het Visitors Centre 35 mensen doodgeschoten. En natuurlijk waren er vele gewonden. Ter nagedachtenis is het oude Visitors Centre grotendeels afgebroken en is er een monument van gemaakt.

Tegen het eind van de middag rijden we terug naar Hobart, weer prachtige uitzichten gezien. We doen nog even wat boodschappen want vanavond gaat Thea voor iedereen burrito’s maken. Die vallen uiteindelijk bij iedereen in de smaak. Nog even gezellig natafelen en vervolgens gaan de kids, bij toerbeurt, twee aan twee in bad. Thea en ik rijden nog even met John naar hun echte huis. Het huis waar ze deze week in zijn getrokken is hun verhuurhuis, het schijnt belastingtechnisch aantrekkelijk te zijn om een tweede huis te verhuren. Hun echte huis hadden ze ook verhuurd aan een stel toen ze zelf zeven maanden door Australië gingen trekken. Wat echter tegenviel was dat het stel pas later uit hun huis zal gaan (eind mei) dan ze vooraf gehoopt hadden. Dus maar tijdelijk in hun verhuurhuis getrokken, dat kwam vorige week leeg te staan. Nou bij hun echte huis vielen we van de ene verbazing in de andere. De ligging was 100% perfect. Helemaal hoog tegen een heuvelrug met uitzicht over de baai met aan de andere kant de haven en het centrum van Hobart, je zag de grote cruiseschepen liggen. Verder had het een behoorlijk groot indoor-zwembad, een games/poolruimte een gigantisch terras en alle andere kamers waren ook zeer luxe. Kortom een droomhuis, door John zelf gebouwd. En als je nou denkt dat zo’n huis een vermogen kost dan vergis je je. Vlak bij hun stond een huis te koop, weliswaar iets kleiner maar nog steeds zeer riant. Voor de prijs van een simpel rijtjeshuis in Nederland woon je er. Het is dat we het klimaat van Tasmanië teveel op dat van Nederland vinden lijken anders was de verleiding wel erg groot geweest. Nog stil van verbazing rijden we terug naar het huurhuis. Daar kletsen en drinken we ons door de laatste avond in Hobart heen. Redelijk op tijd kruipen we in ons bedje, morgen rijden we richting de Westkust.

Donderdag 19 februari. Vandaag een behoorlijke rit. Van Hobart naar Strahan aan de Westkust, ruim 300 kilometer. En een groot deel van deze kilometers zal langs slingerende bergweggetjes lopen, we zijn vooraf al een beetje gewaarschuwd. Het eerste deel valt reuze mee en gaat behoorlijk soepel. Bij het tweede deel wordt het al wat bergachtiger, we rijden dwars door een National Park eerst richting Queenstown en daarna naar Strahan. Tasmanië heeft weliswaar geen gigantisch hoge bergen (maximaal 1700 meter) maar wel erg veel. De laatste kilometers voor Queenstown zitten vol met de bekende haarspeldbochten, bij sommige bochten zien we voor ons de achterkant van onze eigen auto weer (beetje overdreven misschien). Het gebied voor Queenstown is een grote open mijn geweest, de bergen zijn kaal en voor een groot deel afgegraven. Het ziet er een beetje spookachtig uit maar wel heel apart om te zien. Queenstown zelf is een beetje een ruig stadje, wel toeristisch maar tegelijkertijd ruw en ruig. We lunchen in een 50-er jaren lunchroom. Van Queenstown tenslotte nog 40 kilometer slingerende bergweg naar Strahan. Onderweg besluiten we om een cabin (huisje) te huren want het weerbericht ziet er niet rooskleurig uit. Maar dat valt even tegen, alle cabins en caravans zijn bezet, het is erg druk in Strahan. Dus toch maar de tentjes opgezet maar zelfs de campingplekken zijn voor het grootste deel bezet. Als het hele kampement weer staat rijden we nog even het dorpje in voor het gebruikelijke bezoek aan het Visitors Centre. We gaan hier voor morgen een boottocht boeken, de grote attractie van Strahan is een “rivercruise” op de Gordon River. Die willen we ook wel eens uitvoerig bekijken. Het was tenslotte al weer bijna drie weken geleden dat we een bootcruise gemaakt hebben! Gelukkig valt het weer de rest van de dag nog mee, pas ’s nachts valt de eerste regen.

Vrijdag 20 februari. We worden al voor half acht wakker gemaakt door onze wekkers. We moeten om negen uur op de boot zitten, pas tegen drie uur ’s middags zijn we dan weer terug. Het ontbijt doen we buiten onder het afdakje van de campkitchen. Het regent niet maar het ziet er wel dreigend uit. Voorzien van lunchpakketten, regenjassen, spelletjes, stiften en tekenmappen voor de kids, stappen we aan boord. Het is een behoorlijke luxe boot. Helaas geen tafeltje meer vrij voor ons viertjes maar we schuiven aan bij een ouder echtpaar.Tijdens het varen maken we beter kennis met ze, ze komen uit Sydney, en zijn erg gezellig en wij natuurlijk ook. Ondertussen vergapen we ons aan het waterlandschap(?). Strahan ligt aan een natuurlijke haven, een grote beschutte baai met daaromheen regenwoud. Middenin de baai ligt een klein eilandje waar rond 1830 weer gevangen (convicts) aan het werk zijn gezet. In dit geval vooral om schepen te bouwen van de hier volop voorradige Huonpine-boom. Huonpinehout is zeer geschikt voor schepen, zolang het vochtig is rot het niet. De houdbaarheid van Huonpine is bijna onbeperkt en op allerlei plaatsen in Tasmanië groeit het. Op het voormalige gevangeniseiland maken we een rondwandeling, zo hier en daar staan nog resten van het gevangeniscomplex.

We gaan ook nog een klein stukje buitengaats, de oceaan op. En het belangrijkste deel loopt stroomopwaarts de Gordon River op. Bij het verste punt stappen we van boord voor een korte wandeling door een stuk regenwoud. Het woud was prachtig maar door de hoeveelheid mensen die er liepen was het toch minder indrukwekkend dan de andere stukken regenwoud waar we al eerder hadden gelopen.

Tenslotte varen we weer richting het dorp, het weer is verslechterd en de golven in de baai zijn behoorlijk heftig. Het schip dendert er weliswaar met een behoorlijke vaart doorheen, zelfs in onze luxe stoelen worden we, zo nu en dan, flink heen en weer geschud. Af en toe regent het flink en de wind is fors toegenomen. We verheugen ons niet echt op een avond en nacht in een klein tentje.

Weer aangekomen in Strahan duiken we gelijk maar even een café in om eens uitvoerig in de reis- en campinggidsen te verdiepen, en natuurlijk drinken we een drankje. We vinden dat we voor de volgende nachten wel een cabin hebben verdiend. Na wat telefoontjes is het allemaal geregeld. Morgen slapen we in het dorpje Cradle Mountain in een kamer voor 4-personen met gedeelde keuken, toiletten en douches (de cabins waren volgeboekt) en de laatste twee nachten hebben we in het dorpje Stanley wel een luxe cabin kunnen bemachtigen. Ook de vooruitzichten voor de komende dagen zijn niet echt geweldig, bovendien regent het in Cradle Mountain gemiddeld zeven van de tien dagen. Dat komt natuurlijk weer door de bijna altijd aanwezige Westenwind en de bergen.

We maken het onszelf nog gemakkelijker door uit eten te gaan. We zitten een groot deel van de avond lekker te smikkelen in het restaurant van een groot hotel bovenop een heuvel met uitzicht over de baai. Daarna kruipen we in onze tentjes en horen ‘s nachts een flinke windkracht acht met regen over de camping denderen

Zaterdag 21 februari. Gelukkig is het vanochtend min of meer droog. We ontbijten in de campkitchen en pakken de tentjes en de andere spullen niet al te nat in. We rijden van Strahan naar Cradle Mountain. Maar dat doen we via het dorpje Zehan, volgens John was daar een leuk museum over de mijnbouwgeschiedenis van het hele gebied. Maar dat viel toch wat tegen, het museum was een beetje oud(bollig) en niet in alle zalen even interessant.In een uurtje hadden we ons er doorheen gewerkt.

Snel verder naar Cradle Mountain. Dat is niet echt een dorpje maar eigenlijk alleen een Visitors Centre in het National Park waar Cradle Mountain in ligt. Daaromheen een hotel, jeugdherberg en een camping. We hebben op de camping een bunk geboekt. Dat is een 4-persoons slaapkamer met gezamenlijk gebruik van een grote keuken en douche/toiletgelegenheid. De kamer was prima en de keuken was perfect. Alles wat we nodig hadden was aanwezig inclusief een grote houtkachel met bijbehorende houtvoorraad. Het kan in dit gebied ’s nachts behoorlijk koud worden dus de kachel was noodzakelijk. Ook in de slaapkamers en de toiletgelegenheid waren kachels aanwezig. Na een late lunch rijden we richting het Visitors Centre. Daar kopen we een dagpas die ook morgenochtend nog geldig is. Dankzij die dagpas kan je parkeren en onbeperkt gebruik maken van een busdienst het park in. Iedere 10 minuten rijden shuttlebusjes een route naar het meer aan de voet van Cradle Mountain. Onderweg kun je op een aantal vaste plekken uit- en instappen. Daar zijn dan weer wandelingen uitgezet, variërend in lengte van 20 minuten tot 5 dagen. Wij laten ons naar het verste punt rijden, een tochtje van nog geen half uur. Onderweg vergapen we ons aan de prachtige omgeving. Veel bergen, en groene vlaktes, zo hier en daar een stuk regenwoud. We genieten van het uitzicht over het meer naar Cradle Mountain. Gelukkig schijnt de zon, driekwart van het jaar regent of sneeuwt het hier. Vandaag is het fris maar redelijk zonnig.

We nemen weer een shuttlebusje terug naar het Visitors Centre. Daar is een korte boardwalk uitgezet door een stuk regenwoud. Op het moment dat je zo’n regenwoud binnenstapt verandert ook direct de atmosfeer. De luchtvochtigheid gaat omhoog en het wordt frisser. We zien prachtige bomen, varens en een uitbundige begroeiing. Onderweg lopen we bijna tegen twee walliby’s aan. Je kunt merken dat ze aan mensen gewend zijn. Bij het eindpunt lopen we langs een prachtige waterval. Fascinerend om zoveel mooie dingen te zien in een wandelingetje van 25 minuten.

Nadat we terug zijn op de camping nemen we onze intrek in de grote keuken (campkitchen). Daar staan wat grote tafels, de laptop wordt opengeklapt en de meisjes gaan weer eens uitvoerig Simsen. We stoken de kachel flink op en komen met een krant en een biertje het staartje van de middag door. ’s Avonds komen er nog wat andere mensen bij. Op een gegeven moment zitten we met z’n zevenen in de keuken. Een Noorse, een Australiër (die nu in Noorwegen woont), een Duitse, twee Japanse meisjes en wij dus, Lisa en Mirthe lagen al lekker te knorren. In het Engels wisselen we onze reisbelevenissen uit, het was weer erg gezellig.

Zondag 22 februari. We worden wakker in ons vierpersoonsslaapkamertje. Het lijkt redelijk weer te zijn dus we besluiten dat we nog een wandeling gaan doen in het National Park. Lisa en Mirthe hopen dat het flink gaat regenen want ze hebben geen zin in wandelen. Weer bij het Visitors Centre aangekomen stappen we in een shuttlebus naar het eindpunt van de route, daar gaan we een klein uurtje rond het meer wandelen. Maar helaas, we zijn nog maar net aan het wandelen en de lucht wordt volledig grijs. De regendruppen veranderen van klein in groot. We trekken nog wel onze regenjassen aan, wandelen nog een klein stukje, maar besluiten dan toch om deze onderneming af te blazen. Het was al erg koud, nu ook nog erg nat, we gaan terug met een shuttlebus. Bij de ingang van het National Park warmen we ons op voor de grote houtkachel en drinken een cappuccino.

We stappen in de auto om aan de tweehonderd kilometer van Cradle Mountain naar Stanley te beginnen. Stanley is eigenlijk ons laatste bestemming op Tasmanië, we hebben voor twee dagen een cabin geboekt op de camping, daarna (dinsdagavond) gaan we in Devonport weer op de ferry naar Melbourne. De rit gaat lekker snel totdat we worden tegengehouden door een politiebusje met bijbehorende agent. We mogen niet verder in verband met een autorally die wordt gereden in dit gebied. In plaats dat ze de weg aan het begin afzetten doen ze dat pas na 19 kilometer. Er zit niets anders op dan 19 kilometer terug te rijden en vervolgens via een alternatieve route toch bij de kustweg uit te komen. Maar volgens de agent is ook de enige alternatieve route in gebruik door de rallyrijders. We kunnen er een klein stukje op maar dan moeten we afslaan om via een onverhard pad toch weer bij de originele route uit te komen. Kortom, de kustweg is min of meer onbereikbaar, tenzij je via de onverharde weg verder rijdt. Wij hebben natuurlijk het voordeel van 4-wielaandrijving dus we kiezen voor de onverharde route. Maar juist op het moment dat we daar zullen inslaan komt er een rallyauto uitflitsen. Dat klopt niet met de informatie die het agentje ons had gegeven. Dus we houden lekker de normale weg aan en komen na een omweg van 75 kilometer toch bij de kustweg aan. Vervolgens is het naar de camping nog een uurtje.

We komen aan het eind van de middag in Stanley aan, een klein dorpje aan zee met als hoofdattractie een gigantische rotsbult die de zee in loopt, ‘The Nut’. We nemen onze intrek in een luxe cabin en zijn blij dat we niet hoeven te kamperen. Het is afwisselend zonnig, warm, koud, winderig en regenachtig, echt weer om een goed dak boven je hoofd te hebben. Nog twee nachtjes Tasmanië en dan begint het harde, moeilijke leven op het vasteland van Australië weer. Maar heb geen medelijden, we slaan ons er wel doorheen.