Week30

week30: 2 februari t/m 8 februari 2004 geschreven door: René
 De laatste week in Kiwiland…
Maandag 2 februari. Vandaag blijven we op ons stekkie in Te Anau (Tie-ie-nou). Dit zal waarschijnlijk ook de laatste camping zijn waar we twee nachten blijven want de einddatum komt al behoorlijk snel in zicht. En we zijn nog lang niet in Christchurch. De tijd vliegt hier werkelijk voorbij, dat komt waarschijnlijk omdat ons reistempo een stuk hoger ligt dan in Australië. Het is heerlijk weer, het dorpje is prachtig en we zitten aan een fantastisch meer. De ochtend besteden we voor een deel aan wat schoolwerk, dat was tenslotte al weer wat dagen geleden. Na het schoolgedeelte fladderen de meisjes naar een grote speeltuin vlak naast de camping. Wij komen de rest van de ochtend door met een boek in het zonnetje.

Voor de middag hebben we een verschillend programma. Thea gaat met Mirthe naar een grot met zogenaamde glowworms (gloeiwormen) en ik ga met Lisa het dorp in en dan vooral richting internetcafé. In de bergen aan de andere kant van het meer zitten onderaardse waterstromen. Eigenlijk geldt dat voor bijna alle bergen hier in de omgeving. Door die gangen en grotten stromen soms complete rivieren. Aan de andere kant van het meer van Te Anau is een grot ontdekt waar ook water doorheen stroomt en in een deel van die grot zitten de glowworms. Dat zijn dus wormen die een beetje licht uitstralen. Met een boot ga je naar de overkant van het grote meer. Vervolgens stap je uit de boot en wandel je daar door die grot terwijl je het water er doorheen ziet, en hoort, stromen. In kleine bootjes dobber je daarna een grotere ruimte in waar de glowworms zitten. Allemaal kleine lichtgevende puntjes tegen de wanden en het dak van de grot. De glowworms zijn niet uniek voor Te Anau want ook in andere plaatsen door heel Nieuw Zeeland zijn ze te vinden. Mirthe en Thea kwamen enthousiast terug van dit uitstapje.

Lisa en ik gaan eens even uitvoerig achter de computer zitten. Dan kan hier prima in Te Anau, eigenlijk is het maar een klein dorpje maar we kunnen werkelijk kiezen uit wel 5 verschillende internetgelegenheden. Het was ons al opgevallen dat de internetdichtheid hier een stuk groter is dan in Australië. Op de meeste campings staan computers waar je kunt mailen en in de plaatsjes zijn goede internetcafé’s met redelijk snelle verbindingen. Ik zet weer het zoveelste verhaal met foto’s op de website en een nieuwe diavoorstelling van Lisa en Mirthe. Vanaf ons vertrek uit Nederland hebben we al ruim 5000 bezoekers gehad op onze website. Na het internetten slenteren we door het dorp, eten een ijsje en gaan op het gras liggen om te kijken naar alles wat er op het meer gebeurt. Ook wij hebben een heerlijke middag.

Dinsdag 3 februari. Vandaag rijden we van Te Anau naar het meest zuidelijke puntje van Nieuw Zeeland. We hebben het plan om te stoppen in Riverton maar misschien rijden we ook wel door naar Invercargill. Het eerste deel van de route loopt door een vrij leeg heuvellandschap. Leeg betekent in dit geval weinig menselijke activiteiten, de natuur is behoorlijk aanwezig. Na een uurtje rijden zitten we aan de kust. We proberen een gezellige koffiestop te vinden in één van de dorpjes waar we doorheen komen maar dat is teveel gevraagd. De koffie zullen we zelf moeten zetten vandaag. Op zich ook geen probleem, dus we stoppen bij een strandje waar de zogenaamde gemstones te vinden zijn. Gemstones zijn in dit geval aparte stenen met allerlei spikkels en mooie ronde vormen. Vooral Lisa blijft het stenen zoeken en verzamelen erg leuk vinden. De voorraad mee te smokkelen stenen is na vandaag weer wat gegroeid.

En klein half uurtje na het stenen zoeken en de koffie komen we aan in het dorpje Riverton. In de Lonely Planet stond geschreven dat de mensen in het dorpje het vergeleken met de Franse Rivièra. Nou dat viel toch wel wat tegen, en ook de camping stelde niet veel voor. Dus na kort overleg besloten we maar door te rijden richting Invercargill, dat is een stad van bijna 50.000 mensen. Nu was de Lonely Planet ook niet echt uitbundig over Invercargill maar je moet toch ergens stoppen. De camping lag een beetje buiten de stad maar was verder wel oké. Wel een stuk leger dan we gewend waren van de laatste dagen. Het hele gebied hier is een stuk minder toeristisch.

Omdat het aan het eind van de middag begon te regenen besloten we nog maar even richting het centrum van Invercargill te rijden. Hier hadden ze het Informatie Centrum gecombineerd met een behoorlijk museum. Niet helemaal super spectaculair allemaal maar wel leuk genoeg om een regenachtige middag mee door te komen.

Weer terug op de camping zien we dat een ander gezin in een camper ook weer van de partij is. We hebben ze al op minstens zes andere campings zien staan waar wij ook waren. Kennelijk is er een soort logische route en reistempo want we zien op allerlei plekken weer dezelfde mensen terug. We raken behoorlijk aan de babbel met de man van het gezin. Ze komen uit Engeland en reizen een half jaar door Canada en Nieuw Zeeland. Erg leuk om te horen hoe zij het aanpakken en wat ze al gezien hebben. Zij hebben een dochter van een jaar of negen en een zoontje van zes. Het jongetje heeft leukemie gehad en is drie jaar lang bezig geweest om daar bovenop te komen. Nu de vooruitzichten weer gunstig zijn besloten ze dat ze er maar eens op uit moesten met z’n allen. Dus baan opgezegd en op reis met z’n viertjes. Best wel een goed idee eigenlijk.

Woensdag 4 februari. We vertrekken tegen een uur of half tien vanaf de camping in Invercargill. Het doel voor vandaag is de stad Dunedin, een kilometer of tweehonderd. Het eerste deel van de route loopt door een wat saai landschap. Maar waarschijnlijk zijn we ook een beetje verwend geraakt door al het moois wat we de laatste dagen/weken hebben gezien. Halverwege de rit wordt het toch weer wat heuvelachtig met veel aparte begroeiing langs de weg. De mensen die hier wonen zijn allemaal superblij met de regen van de laatste dagen, er was echt sprake van een noodsituatie bij de boeren. De akkers waren te droog en er ontstond voedseltekort voor de grazende dieren. Zo zag ik een artikel in de krant waarbij een bedrijf waar herten werden gefokt, die zie je hier veel, reclame had gemaakt voor het neerschieten van je eigen hert. Door de droogte was er geen eten voor de hele groep, dus die moest uitgedund worden. Tegen betaling kon je dus een hert uitkiezen en neerschieten en vervolgens meenemen voor welke reden dan ook.

Aan het eind van de rit nemen we nog een omweggetje langs de kust. Daar zien we weer prachtige baaien en hagelwitte strandjes. Maar warmer dan een graad of 18 is het vandaag niet. Voordat we de camping in Dunedin opzoeken gaan we nog even een soort schiereiland vlak bij Dunedin bezoeken. Bijna midden op het schiereiland staat een kasteel wat hier door een rijke, vooraanstaande Schotse Nieuw Zeelander is gebouwd rond 1850. Dat kasteel, het enige kasteel van Nieuw Zeeland, is opengesteld voor publiek. Je kunt er allerlei kamers bewonderen die in redelijk oorspronkelijke staat zijn hersteld. Ook de tuinen waren prachtig aangelegd en ook toegankelijk. De bussen met allerlei groepen reden af en aan, het was een behoorlijke publiekstrekker. Wij vonden het ook erg leuk.

Via een klein weggetje langs de baai komen we uiteindelijk in Dunedin terecht. De stad is tegen een berg opgebouwd, veel straten zijn er supersteil. Maar we krijgen de camper fatsoenlijk de hellingen op. De camping is weer van de meeste gemakken voorzien, zo is er een warm overdekt zwembadje waar Lisa en Mirthe dankbaar gebruik van maken. Natuurlijk ontbreekt ook de speeltuin en de trampoline niet, dus de kids zijn een tijdje uit beeld. Als het tegen de avond kouder wordt kruipen ze lekker in de TV-room om de Nieuw Zeelandse versie van Expeditie Robinson te zien.

’s Avonds gaat de kachel weer aan, het Zuidereiland is een stuk kouder dan het Noordereiland. Niet zo gek ook want het ligt zo’n 1000 kilometer verder naar het zuiden, richting Zuidpool.

Donderdag 5 februari. Omdat we gisteren nog nauwelijks iets hebben gezien van het centrum van Dunedin rijden we niet direct naar het volgende stadje. We gaan eerst het centrum van Dunedin in. De camper kunnen we redelijk soepel parkeren in de buurt van het museum. We wandelen eerst even naar het echte middelpunt van Dunedin, een soort achthoek met daaraan een aantal markante gebouwen en het Information Centre. Daarna gaan we uit elkaar. Thea en de meisjes gaan een museum bezoeken en ik duik maar weer eens uitgebreid een internetcafé in. Ik heb het even een beetje gehad met het bezoeken van musea, Thea en de meisjes blijven enthousiast. En als ik dan toch iets moet opnoemen wat ik echt mis dit jaar is het een snelle internetverbinding in de caravan of camper. Dus bijna overal waar de internetmogelijkheden goed zijn (lees: snel en betaalbaar) grijp ik m’n kans. Gewoon lekker mailen en vooral “surfen”.

Tegen een uur of twaalf komen we elkaar weer tegen bij de camper. Iedereen heeft het reuze naar zijn/haar zin gehad. Lisa en Mirthe worden echte museumfreaks zo langzamerhand. Ook niet zo gek want er wordt erg veel aandacht gegeven aan jonge bezoekers. Er zijn vaak prachtige doe-activiteiten voor ze. Ook het museum in Dunedin was erg aantrekkelijk voor kinderen, en ook weer gratis toegankelijk.

We rijden van Dunedin naar Oamaru, slecht 120 kilometer over een fatsoenlijke weg. Een kilometer of 40 voor Oamaru zien we een bordje met daarop een nieuwe attractie, de Mouraki Boulders. Op het strand liggen een aantal grote ronde keien. Het is niet helemaal duidelijk waarom ze er liggen, ze zijn waarschijnlijk vrijgekomen door erosie van de duinen. Maar waarom al die stenen nu precies hier bij elkaar liggen, en verder nergens, is een raadsel. We maken wat leuke foto’s en wandelen lekker langs het strand. Weer bij de camper aangekomen knutselen we even een lunch in elkaar en eten die ook lekker op aan het strand. Het weer van vandaag, en ook de komende dagen, lijkt een stuk beter dan de twee dagen hiervoor.

Oamaru is een stadje van ruim 10.000 inwoners. Het ligt natuurlijk weer aan zee en het heeft tal van mooie, oude Limestone gebouwen, de meeste weer in oorspronkelijke staat teruggebracht. Maar de grootste attractie van Oamaru zijn de pinguïns die hier aan land komen. Er zijn zelfs twee verschillende kolonies, blauwe pinguïns en geel-oog pinguïns, en allebei redelijk in de buurt van het stadje. Voordat we met de camper naar de camping rijden informeren we eerst in het Information Centre van Oamaru wat de beste tijden zijn om de pinguïns te bekijken. Dat wordt dus om zeven uur voor de geel-oog en half tien ’s avonds voor de blauwe. Die komen pas weer terug van hun visvangst tegen de tijd dat de schemering begint.

We hebben dus maar eens vroeg gegeten, normaalgesproken pas tegen een uur of zeven, maar nu al voor zessen. Tegen zevenen staan we met de camper op een parkeerplaats waar een pad is aangelegd richting het strand waar de pinguïns lopen. Maar dat valt wat tegen, ten eerste loopt het pad vrij ver van het strand, ten tweede zijn de pinguïns erg klein. Ze zijn maar een centimeter of twintig hoog. En we zien er maar een paar over het strand waggelen. Maar goed, ze tellen wel mee, we kunnen zeggen dat we echte pinguïns hebben gezien. We kijken nog een poosje en besluiten maar om naar de volgende kolonie te rijden. Daar is meer werk van gemaakt want er is een heel spektakel omheen gebouwd, inclusief tribune en informatiecentrum. We zijn er veel te vroeg want het spektakel begint pas om half tien. Daar komt dan weer één van de voordelen van een camper naar voren, je hebt alles bij je, we kunnen koffie zetten en een spelletje doen om de tijd door te komen.

Tegen negenen gaat het informatiecentrum open en even later wandelen we naar binnen. We worden dringend verzocht geen camera’s mee te nemen want daar kunnen de pinguïns niet tegen. Er is ook een monitor die met behulp van een webcam in een hol (eigenlijk een hok) van een pinguïn familie kijkt. Die kan je zelf bewonderen via de volgende link: www.penguins.co.nz.
We moeten behoorlijk lang wachten op de tribune, en met een windje van zee is het nogal fris. En de pinguïns laten nog wat op zich wachten. Er wordt uitleg gegeven door een vriendelijke pinguïnoloog die ons op de hoogte brengt van alle details. En eindelijk daar zijn ze, in groepjes spoelen ze aan uit zee, klimmen de berg op, likken hun veren schoon en maken zo weer een waterdicht laagje voor de volgende dag. Vervolgens waggelen ze keurig langs de tribune naar hun eigen familieholletje. Dat daar ongeveer 50 mensen op een tribune naar zitten te kijken maakt ze niets uit.
Ook deze pinguïns zijn niet erg groot maar wel erg actief. Ze beginnen ’s ochtends om half vier met de vangst, zwemmen daarbij zo’n 20 kilometer de zee op, duiken een keer of duizend en zijn pas om half tien ’s avonds weer terug. Daar geven ze dan hun eventuele jong te eten, kletsen buiten het hol nog een paar uur met de andere ouders, en gaan een minuut of 6 slapen. Na die 6 minuten gaan ze weer hun hol uit voor weer wat sociale bezigheden met vrienden en bekenden.Vervolgens slapen ze weer een paar minuten en om half vier loopt de wekker weer af, eten zoeken! Ik heb daar wel respect voor.

Na een half uurtje pinguïns kijken houden we het voor gezien, we zijn redelijk verkleumd geraakt. Misschien is tribuneverwarming nog niet zo’n gek idee, of zelfs gesponsorde skyboxen! Volgens mij een geweldig plan.

Tegen half elf rijden we, in het donker, de camping weer op. Ons plekje is nog steeds leeg. Stekker weer in het stopcontact en we zijn weer helemaal klaar. De meisjes duiken behoorlijk moe hun bed in. Wij nemen nog een borrel.

Vrijdag 6 februari. Vanwege de uitputtende pinguïnactiviteiten van gisteravond worden we pas om half negen weer wakker. Na het douchen, tandenpoetsen, ontbijten, opruimen en wegrijden gaan we nog even een boodschapje doen en de dieseltank van de camper weer bijvullen. In de supermarkt is het erg rustig, dat komt omdat het vandaag Waitangi Day is. Dat is een nationale feestdag waarbij wordt herdacht dat de oorspronkelijke Maori’s in 1840 zijn erkend door de blanke, vooral geïmporteerde, Engelse bevolking. We lezen in de krant dat er gisteren een aantal kabinetsleden zijn belaagd door ontevreden Maori’s. Net als in Australië is het ook hier niet zo dat er 100% gelijke rechten en kansen zijn voor iedereen. Hoewel de Maori’s een stuk beter zijn geïntegreerd dan de Aborigines in Australië. Dat komt misschien ook omdat hun eigen cultuur veel verder ontwikkeld was dan die van de Aborigines. Laatstgenoemden leefden echt in hun eigen wereldje en konden niet aanhaken bij de Westerse “beschaving”.

Onderweg zien we bij de meren waar we langs rijden veel lokale bewoners in de weer met speedboten, jetski’s en andere vaartuigen. Veel mensen hebben er, dankzij de feestdag, een lang weekend van gemaakt. Wij zijn vanaf Oamaru weer het binnenland ingereden. We maken vandaag een rit naar Lake Tekapu. Dat ligt tegen de Southern Alps (Zuidelijke Alpen). De route er naar toe is behoorlijk vlak en dus goed berijdbaar. We rijden door een langgerekte vlakte, langs een rivier, tussen de bergen. Prachtige uitzichten schieten voorbij. We komen langs een stuk of vijf schitterende meren waar ook druk gewatersport wordt. Die meren zijn bijna allemaal ontstaan door het bouwen van dammen in de rivier om op die manier, via waterkrachtcentrales, elektriciteit te winnen. Bij het één na laatste meer stoppen we voor de lunch, we hebben hier een prachtig uitzicht op de besneeuwde toppen van Mount Cook, een behoorlijke berg van ruim 3700 meter hoog. Bijna iedereen die hier langs komt stopt er even voor het maken van wat foto’s.

Na de tussenstop rijden we de laatste 50 kilometer naar Lake Tekapu. Bij het meer ligt een piepklein dorpje, heel veel toeristische winkeltjes en wat eet -en drinkgelegenheden. We slenteren er even langs, en rijden vervolgens naar de camping. Die ligt pal aan het meer, ook hier extra drukte vanwege het lange weekend. We krijgen een prachtig plekje met meeruitzicht. Het water is helder, zacht blauw van kleur en het meer heeft een behoorlijke omvang. Weer veel speedboten, vanwege de bergen heeft zeilen niet zoveel zin waarschijnlijk. Er wordt niet gezwommen want het is een echt bergmeer en dus behoorlijk koud. Er is ook een grote groep Nederlandse fietsers neergestreken, even later wordt met een auto en aanhanger hun bagage nagebracht. We hebben in heel Nieuw Zeeland erg veel fietsende mensen gezien. Wel een beetje wonderlijk, eigenlijk zijn alle redenen om niet te fietsen aanwezig; veel wind, hoge bergen, smalle weggetjes, regen en soms kou. Wij zijn blij met onze comfortabele camper.

Zaterdag 7 februari. Vandaag richting Christchurch. We hebben eigenlijk het plan om nog een stukje door te rijden naar het puntje van het schiereiland waar Christchurch bovenin het hoekje ligt. Het dorpje heet Akaroa en ligt aan een idyllische baai. Maar bij het wakker worden regende het al en ook tijdens de eerste kilometers is het flink bewolkt. Dus we twijfelen of we naar Akaroa gaan of maar direct naar Christchurch. Wat moet je ten slotte aan een idyllische baai terwijl het weer niet echt geweldig is. Na de koffiestop onderweg kiezen we definitief voor Christchurch, het prettige is dat we daar dan twee dagen zijn voordat we de camper moeten inleveren. Dus kunnen we ook nog wat van Christchurch zien. We schieten lekker op vanochtend, de weg is breed en vlak. Dat betekent tegelijkertijd dat het landschap wat minder boeiend is. Maar goed, we hebben onze portie bijzondere landschappen al ruimschoots gehad.

Tegen een uur of twee zijn we in Christchurch. Omdat we het nog te vroeg vinden om al op de camping te gaan staan rijden we nog even door naar het plaatselijke strand en bijbehorende pier. Niet om uitvoerig te gaan liggen zonnen, wel om even uit te waaien. Nou, uitwaaien wordt bijna wegwaaien, er staat een stevig windje. Maar goed, de neuzen zijn weer fris en we rijden maar naar de camping.

De camping is een kinderparadijs. Een overdekt zwembadje met glijbaan en water van 30 graden, een speeltuin om SPEELTUIN tegen te zeggen en een grote trampoline. En verder is ook alles in orde. Kortom, ’s avonds om negen uur moeten we Lisa en Mirthe onder protest het zwembad uitpraten.

Zondag 8 februari. Vandaag onze laatste “echte” dag. De ochtend slapen we uit (het is tenslotte zondag) en doen we wat schoolwerk (het is tenslotte zondag). Natuurlijk nog flink in de speeltuin banjeren en nog even het zwembad in. ’s Middags gaan we het centrum van Christchurch maar eens beter bekijken. Natuurlijk komen we weer in de onvermijdelijke Botanic Garden terecht. Weer een heerlijk park met prachtige kolossale bomen en allerlei soorten planten. Direct naast de Botanic Garden staat het plaatselijke museum. Ook hier weer een heerlijk museum met allerlei thema’s die eigenlijk weinig met elkaar te maken hebben. Dat zie je hier veel, iedere grote stad heeft een museum met van alles en nog wat. Wel erg leuk meestal, hier ook weer. En er is weer een discovery hoek waar de kids hun gang kunnen gaan.

Na het museumbezoek (weer gratis toegankelijk) wandelen we het centrum in. Veel kunsttenstoonstellinkjes, zowel binnen als buiten. Christchurch is een typisch Engelse stad, veel Engelse architectuur. Ze zeggen zelf dat het de meest Engelse stad van Nieuw Zeeland is, volgens ons hebben ze gelijk. In het centrum eerst maar even een internetcafé ingedoken met z’n allen, iedereen verstuurd en ontvangt weer wat mailtjes. Nog wat winkeltjes bekeken, Lisa koop na lang beraad een “echt” Maori kettinkje en ik koop een NZ T-shirt. We hebben zo een heerlijke middag in een redelijk zonnig Christchurch.

Morgen leveren we de camper in en vliegen we terug naar Melbourne. Daar logeren we dan twee nachtjes bij Paloma en Brendan voordat we op de ferry naar Tasmanië stappen (lees: rijden). De 32 dagen in Nieuw Zeeland zijn voorbijgevlogen, we hebben fantastische dingen gezien en het reuze naar ons zin gehad. Het weer had wel wat beter gekund, we hebben toch behoorlijk wat regen gehad. Maar tegelijkertijd weet je dat je in dit land, en dan met name op het Zuidereiland, niet het warme Australische weer moet verwachten. Het handige aan reizen in Nieuw Zeeland was dat we ons Nederlands weer goed hebben kunnen oefenen, er waren hier erg veel landgenoten. Het reizen in een camper was, voor de manier waarop we hier bijna dagelijks een stukje verder trokken, ideaal. Je verliest maar weinig tijd met opbreken en weer opbouwen en je hebt altijd alles bij je. Na een weekje waren we ook gewend aan het grote bakbeest, zelfs parkeren in de stad ging prima. Voor de manier waarop we in Australië reizen zijn we blij dat we daar een auto (4WD) met caravan hebben. We staan daar langer op dezelfde plek (3 á 4 dagen gemiddeld) en dan heb je veel meer vrijheid met een aparte auto, en je hoeft niet altijd alles persé met z’n vieren te doen. Bovendien kunnen we daar ook de niet-geasfalteerde paden mee berijden, en dat zijn er in Australië nogal wat.

Komende week naar Tassie, daar hebben we ook weer erg veel zin.