Week21

week21: 1 december t/m 7 december 2003 geschreven door: Thea
 Adelaide en Kangoeroe Island.

Maandag 1 december. Hoera, de zomer is begonnen 🙂 Hier in Australië hebben ze ook gewoon vier seizoenen, maar ze gaan de eerste van de maand in. Dus zomer nu. En het weer heeft ernaar geluisterd. Hadden we de afgelopen tijd weer erg veel wind, vandaag een heerlijk ontbijtje in de zon zonder dat onze jam van de boterham vloog. De dag begon overigens verder ook heel leuk. Nog tijdens het zetten van het kopje ochtendthee werd ik gebeld door mijn twee beste vriendinnen. Giechelend en wel natuurlijk. Sandra en Iris waren net naar de Night of the Proms geweest en vonden het absoluut noodzakelijk mij daar even over bij te praten 😉 Ik kan iedereen dus vertellen dat het erg leuk is geweest, en dat we afgesproken hebben dat we er volgend jaar met z’n drieën heen gaan. Het tijdverschil tussen ons hier Down Under en de thuisblijvers is ondertussen weer dusdanig groot, namelijk 9 ½ uur, dat een telefoontje om 12 uur ’s nachts ons niet meer wekt.

We hebben besloten het hier in Port Broughton een beetje rustig aan te doen. In de Flinders Ranges zijn we aardig op pad geweest en hierna komt Adelaide, daar zullen we waarschijnlijk ook genoeg uitstapjes maken. Dus hier maar even lekker uitrusten. Ja, ja, wij hebben ook onze rust nodig, reizen is vermoeiend hoor.

Kortom de dagindeling had vooral veel lummelen, zwemmen en even een kijkje in het dorp op het program. Ik moet eerlijk zeggen dat het toch opvalt dat het nog zo erg rustig is op de camping. In het Westen en Noorden waren de campings bijna allemaal wel voor de helft gevuld. Maar hier is dat zeker niet het geval. Ik denk dat ik kan zeggen dat alle campings na de Nullarbor voor maximaal 10 tot 25% vol stonden. Dus, zou nog iemand een camping in Australië willen beginnen. Niet hier in het Zuiden doen, het seizoen is wat kort 😉 De schoolvakanties beginnen over een goede twee weken. Dan staan al deze campings wel vol. Vooruit boeken is dan zeker noodzakelijk.

De volgende dag is het nog steeds heerlijk weer Nog een graadje of twee warmer, maar met een zwembad voor de deur is dat geen enkel probleem. We vermaken ons prima op de camping, en merken op dat dit bijna op vakantie begint te lijken. De meiden vinden het ook heerlijk om even gewoon een paar dagen rond de caravan te hangen. We wandelen wel richting het dorp, waar een nog veel mooiere speeltuin is dan hier op de camping. Maar ze hoeven twee dagen de auto helemaal niet in en vinden dat prima.

Ik besluit aan het begin van de middag de baai nog wel even te voet te gaan verkennen. Deze keer met een diskman om mijn middel gebonden en een koptelefoon op. Het is heerlijk. Weer helemaal alleen op het strand. De baai is zeer ondiep, de pier en de ‘boat ramp’ waar de bootjes van de sportvissers te water gaan, liggen aan de ene kant van het dorpje. De baai van Port Broughton ligt net aan de andere kant van het dorpje, en is zeer rustig. Heerlijke wandeling dus met de zon op mijn bolletje (onder een pet natuurlijk). Het wandelen hier in Australië begint me echt goed te bevallen. Ik ben alleen een beetje bang voor de hitte de komende tijd. Iedereen blijft maar zeggen dat het nu te koud is voor de tijd van het jaar. Maar wij vinden een graadje of 25 prima. We weten dat het nog regelmatig op zal lopen naar de 40 graden. Het zal er dan vanaf hangen of het een droge warmte is, anders zal het wandelen toch even een tandje minder moeten.

’s Middags nog even ijsjes voor de meisjes (en voor René) halen in het dorpje. Het aantal ijsjes dat wordt verorberd ligt wel een stukje hoger dan thuis. Maar verder wordt er eigenlijk erg weinig gesnoept. Het is ook zeker niet zo dat er door de dames elke dag chips wordt gegeten. Zelfs de koekjes bij de koffie zijn vaak gewoon een biscuittje. Dat kan natuurlijk ook niet anders als je een heel jaar op pad bent. Het is niet de bedoeling dat we tonnetje rond terug komen.

’s Avonds toch weer in de caravan. De wind is weer aardig op komen zetten. In Frankrijk zouden we overigens regelmatig buiten zitten met dit weer. Maar op de een of andere manier vinden we het als het wat fris is, nu net zo lekker beschut binnen te zitten. We lezen nog steeds behoorlijk veel, en de computer is onze trouwe ‘mate’. De TV missen we eigenlijk geen van allen. Ook onze dametjes hebben het er nooit over. Ik heb ze nog niet één programma horen noemen dat ze echt missen.

De volgende ochtend is het heerlijk rustig zomerweer. Dat wordt dus een kalm ritje naar Adelaide, fijn. We hoeven niet meer dan een kleine 200 kilometer te rijden. Het eerste deel van de reis is wel over een redelijk smal en slecht onderhouden weggetje. Op zich niets mis mee, maar je moet je snelheid even aanpassen. Na een goede 75 kilometer zo getuft te hebben, komen we tot onze grote verbazing op een vierbaansweg uit richting Adelaide. Dit hebben we zelfs in de buurt van Perth niet meegemaakt. Ze hebben wel een ‘freeway’ in Perth, maar die loopt echt alleen in de stad (dwars erdoor heen dus) en is bedoeld om al het lokale verkeer lekker vloeiend door Perth te laten lopen. Wat overigens ook zeer goed lukt! Maar hier is dus ongeveer 100 kilometer voor dat de stad begint al een vierbaansweg. Wel op de Franse manier hoor, er zijn dus gewone afslagen van en naar de ‘snelweg’. Beetje uitkijken blijft het dus wel, maar toch het rijdt anders, rustiger. In Adelaide zelf merken we weer eens hoe anders het toch is in de buurt van een stad te rijden. Het ene stoplicht na de andere, en dan heb ik het nog maar even niet over alle rotondes. Kortom over de laatste 20 kilometer doen we meer dan een half uur.

Maar goed, we komen er en de camping ziet er goed uit. In de Lonely Planet wordt deze camping omschreven als: Pluche, with manicured lawns, but a good atmosphere 🙂 Echt iets voor ons dus 😉 Het valt overigens wel mee hoor, maar alles is inderdaad aanwezig en geregeld op de camping, een soort Centre Parks dus. Niets mis mee, toch? En de camping ligt aan zee. Even het duin over wandelen en we staan op het strand. Het centrum van Adelaide is ongeveer 10-15 minuten met de auto (dat hangt vast weer van die stoplichten af ;-). Ons kampje is gauw weer opgezet en we besluiten in de loop van de middag nog even een stukje over het strand te gaan wandelen. Dat wordt uiteindelijk een aardig stuk, maar tot ieders genoegen want er is voor ieder wat wils. We komen langs een aangelegd haventje waar motorbootjes in het water worden gelaten, zeilbootjes worden opgetuigd en jet-ski’s rond razen. Het verdere strand ligt bezaaid met mooie schelpen en in de verte zien we de appartementencomplexen van Glenelg, een wijk van Adelaide.

Onze wandeling voert daar helemaal heen en is niet voor niets. Voor het eerst zien we in Australië een wijkje/strandgebied met allure. Een soort Zuid Frans idee. Luxe appartementen, een haven met veel (te) dure boten en heerlijke terrasjes. De verleiding is te groot en we gaan op zo’n terrasje zitten. We vertellen de kinderen dat dit een flink gat in onze (week)begroting gaat slaan, maar ach, je leeft maar een keer. Echter ….. het is helemaal niet duur, een ‘rondje’ voor ons viertjes kost omgerekend nog geen Eur 6,50. Dat valt dus reuze mee, vooruit dan nog maar een ijsje 😉 De wandeling terug is ook leuk en gezellig, het lekkere weer speelt natuurlijk mee.

’s Nachts worden we wakker van de harde wind. Daar hadden we niet op gerekend, de luifel staat nog uit. Als goede huisvader stapt René uit bed om hem in te rollen. Verder blijft alles wel aardig overeind, al worden we nog wel een deel van de nacht wakker gehouden door een aantal giechelende dames achter ons. Die hebben het niet zo nauw genomen met het opzetten van de tent, en tja met deze wind moet je dan even aan de stokken gaan hangen. Ook een groepje van vier jongens naast ons vonden het voldoende om de buitentent gewoon over de binnentent en de stokken te draperen. Dit hebben ze de volgende ochtend maar even anders geregeld, gelukkig voor hen was alles nog wel heel. Overigens vinden wij dit toch wel erg leuk aan deze camping. We hebben weer een ‘gemengde’ bezetting. Gezinnen, ouderen en jongeren staan op deze camping. Het geeft een beetje dezelfde sfeer als in Alice Springs, niet iedereen ligt om 10 uur op bed. Er is meer leven op camping. Niets ten nadele van ‘The grey army’ maar dit geeft toch wat meer het echte gevoel van kamperen, voor ons dan.

Het is zwaar bewolkt als we wakker worden. Het is niet koud, graadje of 22, maar geen zonnetje te zien dus, zoals gisteren wel het geval was. Op zich vinden we dat niet zo heel erg, we willen wat meer van de stad gaan zien. En dat wil net zo goed en zelfs beter met dit weer. Een van de eerste exercities is het vinden van een internetgelegenheid waar we de website weer kunnen updaten. Dat wordt weer hoog tijd, we lopen al meer dan een week achter met de foto’s. Als dit is geregeld kijken we nog even bij het Nederlandse nieuws, en daar zien we dat de storm bij Melbourne zelfs de kranten in Nederland heeft gehaald. Het is ook bijna niet te geloven hoor. Er zijn zelfs plekken waar mensen op het dak van hun auto zitten. Nu ligt Melbourne niet direct om de hoek, maar we hadden daar natuurlijk net zo goed kunnen zitten. Een dergelijke storm komt in Melbourne ongeveer één keer in de 100 jaar voor. Tja.

Ook Adelaide verrast ons weer aangenaam. Zeker voor een stad met ruim 1.3 miljoen inwoners. Veel groen en in het centrum is parkeergelegenheid genoeg, en ook nog eens voor een redelijke prijs. Voor $ 7 (ruim 4 euro) mag je er een hele dag staan. Da’s nog eens wat anders dan de Amsterdamse tarieven, niet? Verder is de kerstsfeer natuurlijk erg grappig. Wij lopen er nog een beetje koukleumig bij, maar de meeste Australiërs vinden een korte broek, of bij de meisjes nog veel geliefder een héél kort rokje, en een t-shirt of topje nu al lekker. En dan zo’n Kerstman er dus tussendoor te banjeren. Erg leuk. Zoals gezegd het centrum is redelijk compact, dus beloopbaar, en gezellig. We sluiten de wandeling af met een speeltuin aan de rand van de stad, en ik besluit dat ik er nog wel een middagje rond kan lopen. Dat wordt dan over een paar dagen.

’s Avonds vieren we Sinterklaas, jawel deze oude baas heeft Australië ook gevonden. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat dit wel moest worden gevierd met kerstpapier om de kadootjes (de spellingscontrole zegt dat ik dit moet veranderen in kapotjes of cadeautjes, ik laat het maar gewoon staan), maar toch. Na enige Sinterklaasliederen kon het feest beginnen. Omdat we het niet zo leuk vonden als de dames ‘gewoon’ het papier van de pakjes (hé, dat is ook een optie) zouden trekken, hebben we een opdracht voor ze bedacht. Ze moeten iedere keer twee regels aan een Sinterklaasgedicht toevoegen voor ze een pakje mogen pakken (lekker educatief, hè). Tot grote vreugde van de ouders doen ze dit met veel plezier. En hebben wij nu een prachtig gedicht van een hele A-4. Op een gegeven moment zegt Mirthe zelfs tegen Lisa dat ze een pakje maar even neer moet leggen, want ze is nog even bezig. Nah, dat is toch wel goed nieuws, niet? De dames zijn geheel tevreden met de giften van de goede Sint en gaan blij slapen.

De volgende ochtend is het nog steeds bewolkt, dat hadden we niet besteld. Maar ja, daar luistert niemand naar. De dames spelen natuurlijk uitgebreid met hun nieuw verworven speelgoed en na de koffie besluit René zijn fitness oefeningen weer te doen. Aan het begin van de middag bezoek ik met de meiden nog even wat winkels in de buurt. We zijn tenslotte in een grote stad, verder doen we het lekker rustig aan. Zaterdag gaan we op pad naar Kangaroo Island.

Dat betekent weer kamperen. Het is een eiland, dus met de boot over. Het zou erg kostbaar worden om de caravan mee te nemen, deze blijft dus achter op de camping in Adelaide. Bovendien denken we dat we mobieler zijn op het eiland, er zijn nogal wat dirt roads. Weliswaar vermelden de gidsen dat ze goed te berijden zijn, maar we doen ze liever niet met de caravan. Van Adelaide naar de haven om over te steken is ruim 100 kilometer. Het eiland zelf is 155 bij 55 kilometer. Groot genoeg dus om je een aantal dagen te vermaken. Het is beroemd vanwege haar uitbundige ‘wildlife’. Ruim 7500 jaar geleden is dit eiland losgeraakt van Australië, lang genoeg geleden om alle ‘nieuwe’ dieren buiten de poort te houden. Het eiland kent dus bijvoorbeeld geen vossen, wilde honden (dingo’s) en konijnen. Dit heeft ervoor gezorgd dat de kangoeroes, possum’s (heeft iemand daar een goed Nederlands woord voor?) en koala’s hier ongestoord kunnen leven. Ze hebben nauwelijks natuurlijke vijanden, en omdat de mensen hebben besloten ze ook met rust te laten komen ze op dit eiland in groten getale voor. Verder heeft het eiland nog wat zeeleeuw kolonies. Kortom een soort grote ‘open’ dierentuin stellen wij ons voor.

De reis op de boot gaat prima. Wel rolt het schip als een gek heen en weer. Goed naar de horizon blijven kijken dus, gelukkig kunnen de kotszakjes blijven liggen 😉 Aangekomen op het eiland tuffen we door de prachtige heuvels naar Kingscote, alwaar wij de eerste nacht zullen doorbrengen. De tentjes worden opgezet, de dames doen erg hun best die van hun zelf zoveel mogelijk neer te zetten, en zijn daar erg trots op. Als de tentjes staan besluiten we toch maar in het dorpje te gaan eten. Ook hier op het eiland staat een behoorlijke wind, en in dit geval is die ook redelijk fris.

De volgende dag klaart het weer wat op, wij hebben vandaag een bezoekje aan Seal Bay op het program, en vervolgens naar de camping vlak bij het National Park in het Zuid Westen van het eiland. Dit schijnt toch vrij bijzonder te zijn, juist vanwege alle dieren dus. Bij de zeeleeuwen van Seal Bay mag je wel in de buurt komen. Tot op een afstand van ca. 6 meter. Dat lijkt mij ook voldoende, het zijn tenslotte wilde dieren, en de mannetjes kunnen uiteindelijk ergens tussen de 300 en 400 kilo worden. En last but not least, de dieren zijn gewend om met hun tanden flink in vis/vlees te happen. Het wordt een leuke ervaring. Al op de board walk hebben we een leuke zeeleeuw ervaring. Twee meter onder ons ligt een mannetje heerlijk te slapen, je kunt hem bijna aanraken. Het strand ligt verder bezaaid met zeeleeuwen. Ik moet echter mijn eerdere conclusie bijstellen. Het zijn geen luie dieren, ze rusten hier een dag of 2-3 uit van een non-stop voedseljacht van een dag of 3 op open zee. In die periode rusten ze dus helemaal niet. Hmm, toch maar weer op zoek naar een ander voorbeeld beest voor een van mijn toekomstige levens.

We doen nog even een andere baai aan, en in de loop van de middag arriveren we op de geplande camping. Ook hier nog geen 10% bezetting. Wel ziet het er veel gezelliger uit dan de eerste camping, en ook de ‘camp kitchen’ is hier prima in orde. Je kunt lekker beschut zitten eten, en in de keuken is alles aanwezig (behalve het eten dan natuurlijk) om je maaltijd te bereiden. Ook hier wordt (nog) met veel enthousiasme het kampement opgebouwd, en nog voordat we helemaal geïnstalleerd zijn zien we onze eerste koala. Koala’s om precies te zijn. Drie bomen bij ons vandaan zit op zo’n twee en een halve meter hoogte een moeder met haar jong. Net als op een ansichtkaart, maar dan echt dus. De moeder kijkt ons aan met een mengeling van nieuwsgierigheid en minachting. Ze zien er echt zeer knuffelig uit, maar ook best wel groot. We zijn er allemaal een beetje opgewonden van, zomaar een koala zo dicht in de buurt, zonder oppasser.

Als we wat zijn bijgekomen besluiten we de koala walk te gaan doen. Een klein wandelingetje een beetje om de camping heen. We verwachten er qua koala’s niet heel veel van, maar wel mooie natuur natuurlijk. Dit moeten we echter binnen 5 minuten bijstellen. We struikelen letterlijk over de wallaby’s, een soort kleine kangoeroes. Het snuitje is een echt verschil, en de grootte natuurlijk. We zien wallaby’s die nauwelijks groter zijn dan een leuk formaat rat. Erg schattig. Beetje raar natuurlijk, dat we dit schattig vinden en ratten niet. Maar vooruit. Verder hebben ze dus een spitse snuit, terwijl een kangoeroe meer een ‘vierkant’ gezicht heeft. Twee bochten verder zien we weer een koala, en dan nog een, en dan nog een. Tjonge, dit is echt een koala walk zeg. Het stikt er hier van. Ook de wallaby’s blijven voor je opduiken en zijn helemaal niet bang. Als klap op de vuurpijl zien we ook nog een echinda, dit is een soort grote egel met een lange snuit. Deze is hier wel redelijk zeldzaam. Gaaf. We worden in het bos nog wel even opgeschrikt door een zeer indringend geluid wat lijkt op het geschreeuw van een wild zwijn. De wallaby’s doen er echter niets op uit, wij dus ook maar niet. Later die dag blijkt dat ook niet nodig. Het zijn namelijk de koala’s die zo afgrijselijk krijsen. René ontdekt er nog twee vlak bij ons in de buurt. En als ze het niet met elkaar eens zijn schreeuwen ze als magere speenvarkens, de hele camping (nou ja, dat zijn niet zo heel veel mensen, maar toch) loopt ervoor uit.

Na een lekkere hap in de camp kitchen blijkt dat we ook hier een vuurtje mogen stoken. Dit geheel buiten onze verwachting. We hadden gedacht dat er nu wel een ‘fire ban’ zou zijn, maar nee dus. Gezellig rond een vuurtje (in een vuurpot) dus, alleen zonder gitaar. Als ik de meiden naar bed breng beleeft René nog een avontuur. Hij besluit op en rond ons kampement even wat op te ruimen, en stuit op een possum (soort vriendelijke buidelrat) die nieuwsgierig rondwandelt. Voordat René er erg in heeft is dit beest(je) op tafel gesprongen en heeft ie ons aangebroken pak pizzakoekjes tussen zijn pootjes. Met gevaar voor eigen leven gaat René een gevecht met het beestje aan. Oftewel, hij heeft de grappige ervaring om samen met een possum elk aan een kant van een pak pizzakoekjes te trekken. Uiteraard wint René, de possum besluit om als teken van protest even een paar drolletjes op de tafel te deponeren.

Dat dit eigenlijk niet zo’n bijzondere ervaring is, merken we in de loop van de avond. Er zijn twee possums die hupsakee in de auto van een paar Israëlische buren springen, en zich te goed doen aan het brood en andere lekkernijen die daar liggen. De beestjes zijn voor niets bang en het kost onze buren dan ook aardig wat moeite de boeven uit de auto te krijgen. Zeer amusant allemaal natuurlijk. Het zijn rasboefjes, die zelfs het eten uit je tent komen stelen. Kortom, voorzichtigheid is geraden, geen voedsel laten slingeren. De rest van de avond worden wij vermaakt door alle dieren uit de buurt. Om beurten komen de possums, wallaby’s en op het laatst zelfs een koala even bij ons aan. Ja ja, wij hebben dus een koala op twee meter afstand van ons op de grond zien lopen! Werkelijk geweldig. We hebben nog twee dagen te gaan, maar ik kan Kangaroo Island nu al iedereen aanraden. En mis dan vooral deze camping niet, het is net alsof je in een dierentuin kampeert.