Week20

week20: 24 november t/m 30 november 2003 geschreven door: René
 Baaien en Ranges.

Maandag 24 november. Vandaag onze derde, en laatste, dag in Coffin Bay. De ochtend begon al met beter weer dan we gisteren hadden. Maar tegen een uurtje of 11 was het echt heerlijk weer. We hadden al het plan om vandaag het nabijgelegen National Park te gaan bezoeken. Nu konden we dat mooi combineren met even heerlijk aan het strand liggen. Coffin Bay ligt op een soort schiereiland, aan de ene kant de oceaan en aan de andere kant een fantastische baai. Niet een rechttoe rechtaan baai, maar eentje die al kronkelend, met in het midden allerlei eilandjes, zich een weg naar de oceaan zoekt. Het gebied in de punt van het schiereiland was een National Park. Bij de ingang weer keurig zes en een halve dollar in een envelopje gedaan, daarmee waren we legaal in het park. Ze hadden een prachtig weggetje aangelegd wat zich door een soort duinengebied heen slingerde. Zo hier en daar even oppassen voor overstekende emoe’s maar andere mensen zag je er niet of nauwelijks. De hoofdroutes waren goed berijdbaar maar er waren ook grote stukken alleen geschikt voor 4WD’s. De mevrouw van de camping had me keurig uitgelegd welke routes erg mooi waren om te doen met een 4WD. Maar een lokale bewoner die er bij stond fronste bij haar uitleg meerdere keren z’n wenkbrauwen. Volgens hem waren bepaalde delen helemaal niet makkelijk te berijden, ook niet met een 4WD. Maar goed, wij dus eerst maar even de hoogtepunten langs de hoofdroute afgewerkt. Meerdere mooie uitzichten over het duinengebied, prachtige stranden, mooie eilandjes en de oceaan met spectaculaire riffen en schitterende blauwe kleuren. We hadden ook al een plekje gevonden waar we heerlijk aan het strand zouden kunnen gaan liggen maar eerst eens kijken of we een echt 4WD-track zouden kunnen volgen.

Op een gegeven moment hield de verharde weg op en werd het zand, mul zand met diepe sporen. Onze Landrover heeft permanente 4-wielaandrijving, als het lastig wordt kies je voor een lagere gearing (minder snelheid, meer kracht). Dus die ook maar gelijk even ingeschakeld. Toch werd het ons al snel te gek. We hebben geen echte zandbanden (weinig profiel) en ook geen gereedschap om onszelf uit te graven. Bovendien moet je in mul zand je banden half leeg laten lopen en wij hebben geen compressor bij ons om die weer op spanning te brengen zodra er weer asfalt te zien is. Kortom, we zijn maar amateur 4WD-rijders. Dus toen het ook in de lage gearing moeilijk werd, hebben we onze laatste truc (versnellingsback in diff-lock zetten) gebruikt om te keren en uit het mulle zand te komen.

Weer op de verharde weg aangekomen hebben we ons strandje maar even opgezocht. Daar was verder niemand, behalve een achtergelaten auto met boottrailer, die een nog veel moeilijker zandpad had genomen. Kennelijk een ervaren zandhapper. Het strand was heerlijk, even anderhalf uur wat kastelen bouwen, lekker liggen en wat beachballen. Het water is nog te fris (vinden wij) om er echt in te springen. Dat komt later wel.

’s Avonds op de camping de mail binnengehaald. Was wel even spannend want we hadden gemerkt dat onze website niet meer bereikbaar was en onze mail konden we ook niet meer binnenhalen. Een paar weken geleden hadden we van ons webhostingsbedrijf wel een mailtje gehad dat er dit weekend wat kleine aanpassingen gedaan zouden worden maar verder niets bijzonders. Maar toen ik gisteren (zondag) probeerde te updaten vanuit een nabijgelegen internetgelegenheid was de hele website niet meer bereikbaar, en ook de mail deed het niet. Kortom, lichte paniek hier aan de andere kant van de wereld. Ook vanmorgen was de zaak nog niet in orde, gelukkig werkt het op dit moment (maandagavond) wel weer.

Dinsdag 26 november. Vandaag weer een stuk verder gereden, ruim 300 kilometer langs de kust naar Whyalla. Whyalla is een stadje met veel ijzerertsindustrie. In de omgeving wordt het op verschillende plaatsen uit de grond gehaald en vervolgens per trein naar Whyalla gebracht. In Whyalla wordt het in allerlei andere tussenvormen bewerkt en vervolgens verscheept. Toen we ’s middags in de omgeving van die fabriek waren zag alles er roestbruin uit, de gebouwen, de straten, de bomen, de lantaarnpalen, alles. Het hele gebied rond de fabriek had dezelfde kleur, de longen van alle mensen die hier wonen en werken waarschijnlijk ook. Gelukkig lag de camping wat verder weg en daar was er niets van te zien of te merken.

We staan weer pal aan zee, tenminste als het vloed is. Bij eb is de zee ongeveer een kilometer lopen. ’s Middags hebben we het plaatselijke winkelcentrum opgezocht om weer wat grote voorraad in te slaan. De laatste anderhalve week hadden we alleen op plekken gekampeerd waar weinig winkelfaciliteiten te bekennen waren, hier in Whyalla is het weer dik in orde. Ze zijn in Australië erg goed in grote overdekte shoppingsmals waar alles dicht bij elkaar zit. Lisa en Mirthe hebben, gewapend met een notitieblok, de Toyworld bekeken. Het notitieblok was bedoeld om de bestelling aan Sinterklaas door te geven. Gelukkig stond er niet al te veel op toen ze klaar waren.

Na het avondeten nog een heerlijke strandwandeling gemaakt. Wel in een dikke trui want er stond een frisse wind. We vinden het wel weer erg prettig om wat langere avonden te hebben. Gedurende het eerste deel van onze reis was het ’s avonds om een uur of zes al donker. Nu pas om half negen, dus dan kunnen we nog wat actieve buitenactiviteiten ontplooien na het avondeten.

Woensdag 26 november. Het heeft toch wel wat om ’s ochtends aan de rand van de zee je ontbijtje naar binnen te werken. Het is vandaag heerlijk weer, de harde wind is verdwenen. De ochtend gebruiken we voor schoolwerk. Ik ga op pad om een Repco-garage te zoeken die onze auto een grote beurt zou kunnen geven. Repco is een bepaalde garageketen die door heel Australië zit. Ze staan goed aangeschreven en worden door de Australische ANWB aanbevolen. Er is een Repco-garage in Whyalla maar ze hebben het erg druk, we zouden anderhalve week moeten wachten. Gelukkig heb ik wel een adressenboekje van alle Repco-garages in Australië kunnen bemachtigen. Nu weten we waar we er onderweg één gaan tegenkomen. Dus kunnen we vooruit bespreken.

Na de lunch gaan we op zoek naar een strand. We staan weliswaar aan zee maar dat strand is niet echt geschikt om te zwemmen. We zouden eerst een kilometer moeten lopen over een drooggevallen zandvlakte voordat we bij de zee zouden zijn. In het plaatselijke toeristenblad staat een vage route naar een ander strand. Met wat hulp van een andere badgast komen we uiteindelijk op de goede plek uit. We vinden het geen geweldig mooi strand maar we vermaken ons er prima.
Het is heerlijk weer, niet al te heet dankzij een lekker windje. ’s Avonds nog tot laat buiten kunnen zitten.

We hebben trouwens nog wat te vieren. Whyalla is onze 50e camping, daarbij meegeteld dat we op drie campings twee keer zijn geweest. Dus vanaf half juli hebben we al 50 keer de boel opgezet en weer ingepakt. En aangezien we qua tijd nog niet op de helft zitten gaan we de 100 campings ruimschoots overtreffen.

Donderdag 27 november. Het is ’s ochtends al warm. Onze picknicktafel lekker in de schaduw gezet en weer heerlijk buiten kunnen ontbijten met uitzicht over de zee. Thea gaat vandaag nog wat grote inkopen doen (sinterklaas) want de volgende drie dagen zitten we weer echt in de bush. De meisjes doen hun schoolwerk, ik help ze indien nodig en doe wat andere klussen. Vandaag geen strandplannen, het weer is er geschikt voor maar je kunt natuurlijk niet iedere dag voor pampus op een strandmatje gaan liggen. In de middag heb ik bij een tweedehands boekenwinkel zes dikke boeken gekocht voor 10 dollar (6 euro), een koopje dus. Daarna hebben we het maritiem museum van Whyalla bezocht. In Whyalla is tot 1978 een grote scheepswerf actief geweest. Ze bouwden daar grote vrachtschepen en in de tweede wereldoorlog hebben ze een aantal oorlogsfregatten in elkaar geknutseld. Eén daarvan hebben ze in de jaren tachtig opgekocht en met veel pijn en moeite op een soort stelling weten te zetten en vervolgens is het hele zaakje twee kilometer het land op gereden. Het schip is vervolgens weer netjes geschilderd en vormt nu de hoofdattractie van het museum. We kregen een interessante rondleiding en zijn blij dat wij er niet op hoefden te zitten toen het nog in gebruik was. Erg weinig ruimte en allemaal kleine kamertjes en gangetjes. Maar wel leuk om eens te zien. Ook bij dit museum weer de gebruikelijke picknickgelegenheid met grote barbecues. Ieder museum, park, sportgelegenheid of andere ontmoetingsplek is voorzien van grote overdekte barbecues. Zo af en toe zie je ook mensen die er gebruik van maken. Kennelijk doet de gemiddelde Australiër niets zonder een doos vlees, salade en stokbrood achter in z’n auto.

Aan het eind van de middag hebben Thea en ik nog een wandeling gemaakt naar de rand van de zee. Bij vloed staat het water tot 10 meter voor de caravan maar bij eb is de zee ruim een kilometer wandelen. Het strand is daarbij grotendeels drooggevallen met allemaal schelpen, krabbetjes en andere vage schepsels. Met een al wat lage zonnestand zie je een prachtige schittering over het strand en de zee. Het is een erg warme dag, in tegenstelling tot de laatste weken staat er nauwelijks wind.

Ook de hele avond lekker buiten kunnen zitten in een korte broek en een shirt. Het koelt maar een beetje af. De komende drie dagen gaan we het waarschijnlijk nog wat warmer krijgen. We gaan het binnenland een stukje in. We zitten vlak bij de Flinders Ranges, een groot, droog, bergachtig natuurgebied. Het is de bedoeling om de eerste dag naar een camping te rijden iets ten zuiden van de echte Flinders Ranges. Daar zetten we dan de caravan op en blijven er een nachtje. De dag daarop willen we met alleen de auto en twee kleine tentjes het echte natuurgebied in, en dan een nachtje kamperen in de bush. Vervolgens keren we dan weer terug naar de camping om daar de derde nacht door te brengen. Het voordeel van de camping is dat er een zwembad is. Sinds Perth hebben we geen zwembad meer gehad bij al die campings pal aan zee. Het kan zijn dat we onze plannen nog moeten bijstellen want we hebben al van twee verschillende personen het advies gekregen om het natuurgebied van de echte Flinders Ranges maar te laten zitten in verband met de hitte (boven de 40 graden). We gaan morgen eerst maar eens die camping opzoeken en laten ons daar vervolgens wel adviseren wat verstandig is.

Vrijdag 28 november. Vanochtend vertrokken uit Whyalla op weg naar de Flinders Ranges. Een ritje van ongeveer 225 kilometer. Het eerste deel gaat nog langs de kust en rijdt makkelijk weg. Het tweede deel merken we al dat we in de buurt van de bergen komen. De weg wordt wat smaller, het aantal andere auto’s neemt nog verder af en zo af en toe moeten we flink klimmen en dalen. We drinken halverwege een lekker kopje cappuccino in een veel sfeer uitstralend outbackdorpje. Het is heerlijk warm maar toch valt er zo af en toe een drupje regen. De bergen van de Flinders Ranges zorgen er voor dat de wolken omhoog moeten, afkoelen en vervolgens wat regen laten vallen. Maar de temperatuur bleef boven de dertig graden. Een poosje later waren alle wolken verdwenen en de regen dus ook.

De camping is een echte natuurcamping. Ze vertellen ons dat we een beetje buiten het hoogseizoen zitten, het is er behoorlijk rustig. Maar de natuur is prachtig. Aan alle kanten zijn er bergen te zien en het barst er van de vogels. Die maken met z’n allen behoorlijk veel herrie. We weten nu al dat we de volgende ochtend tegen een uur of zes wakker zullen worden van de vogels, die ervaring hebben we al eerder gehad.

’s Middags nog even een duik in het kleine zwembad, het water was lekker koel. Na het avondeten een korte wandeling gemaakt naar “Kangaroo Gap Lookout”, met de verwachting dat we daar kangaroo’s zouden zien. Op de camping hadden we er ‘s middags al wel één zien rondhuppen, maar bij “Kangaroo Gap Look” was in eerste instantie geen kangaroo te ontdekken, wel zo hier en daar een kangarookeutel. Pas toen we terugliepen zagen we er twee, een moeder en een jonkie. Het blijft fascinerend om die beesten te zien springen. Australië zit barstensvol met kangaroo’s maar je ziet ze maar weinig levend en wel.

Zaterdag 29 november. Het loopt vandaag allemaal even anders als we gepland hadden. Het was de bedoeling om vandaag, alleen met de auto en twee kleine tentjes, de echte wildernis op te zoeken. We zouden de nacht gaan doorbrengen in het Flinders Ranges National Park, op een bushcamping. Maar de lucht zit potdicht en er staat een behoorlijke wind. We hebben geen idee wat het weer gaat doen vandaag. Daar komt bij dat Thea’s zus, die in verwachting is, besloot dat het tijd was om een kindje op de wereld te zetten. We hadden gisteravond al via de telefoon gehoord dat de eerste weeën waren begonnen. Dus voor ons niet echt handig om anderhalve dag telefonisch onbereikbaar te zijn. We waren natuurlijk reuze benieuwd. Dus door deze beide omstandigheden het plan bijgesteld, we gaan er wel op uit maar komen aan het eind van de dag gewoon terug op de camping. Dan kunnen we tegen de avond even bellen.

Dus met de auto erop uit. Het mooie aan de Flinders ranges is dat je er prachtige 4WD-tochten met de auto kan maken. Er is ook een wandeling naar de Wilpana Pound, dat is een uitzicht over een grote vlakte omgeven door bergen, maar die hebben we maar overgeslagen. De wandeling was bijna 8 kilometer lang, het was erg warm en drukkend en we zaten wat krap in de tijd. Dus op pad met de auto, wel zo comfortabel. Het landschap rolt aan je voorbij terwijl je met de airco aan zelf ook lekker zit. Ze hadden een route uitgezet die dwars door twee kloven liep. De weg was voor het grootste deel “unsealed”. In de kloven reden we gewoon door de drooggevallen rivierbeddingen. Een echte 4WD-tocht dus. Het was erg rustig in het park, bijna geen mens te bekennen. De natuur liet zich van een prachtige kant zien. Vooral in de kloven was het soms spectaculair. In het vlakke gebied langs de bergen zagen we zelfs in het wild dromedarissen lopen. De Australiërs noemen het “camels”. Ze lopen hier, en in andere delen van Australië, gewoon in het wild. Lang geleden zijn ze gebruikt bij het aanleggen van spoorwegen en bij allerlei ontdekkingstochten. Toen ze niet meer nodig waren zijn ze gewoon achtergelaten. De “camels” konden zich in het onherbergzame Australië goed in stand houden. Ook in het westen en het noorden hebben we ze los zien lopen. De lunch hebben we gebruikt in een sfeervol café/restaurant/kroeg. Midden in het “niets” lag dit leuke plekje. Op de menukaart stond ook “camel”. Wij hebben het bij een salade met emoevlees en wat frietjes gehouden.

Na de autorit, die bijna de hele dag duurde, kwamen we weer aan op de camping. Gelijk de telefooncel opgezocht en maar even gebeld naar Nederland. En daar hadden ze goed nieuws, Lasse was geboren. Lasse is het spiksplinternieuwe zoontje van Gea en Jeroen en ons nieuwe neefje. We zijn er reuze blij mee. Wel apart om aan de andere kant van de wereld te zijn als zo iets gebeurt. Gelukkig hebben we de eerste digitale foto’s al met de mail binnengekregen.

Omdat we ons plan toch al hadden bijgesteld en eigenlijk het grootste deel van het National Park de Flinders Ranges, vanuit de auto hadden gezien. En omdat we helemaal alleen op de camping stonden, besloten we dat we een dagje eerder zouden vertrekken naar de volgende camping. Morgenochtend pakken we weer in en rijden dan naar Port Brougton, een kustplaatsje bijna 200 kilometer boven Adelaide.

Zondag 30 november. Een kleine 275 kilometer naar Port Brougton. Het blijkt een aardig, rustig, klein kustplaatsje te zijn. Veel vissers, dat is een nationale sport hier in Australië, en weer een mooie baai. De camping is lang niet vol, driekwart van de plaatsjes is nog vrij. We hebben een lekker zwembad op 25 meter afstand. Het is heerlijk weer, een graadje of 30, maar met veel wind. We vinden eigenlijk dat we genoeg wind hebben gehad de laatste weken. Maar niemand houdt er rekening mee.

Het lukt de laatste 2 weken niet goed om een internetgelegenheid te vinden waar we ook de foto’s kunnen doorsturen. De verhalen doen we gewoon met onze eigen mobiele telefoon maar voor de foto’s hebben we een snellere verbinding nodig. Over 3 dagen zijn we in Adelaide, daar gaat het zeker lukken.