Week12

week12: 28 september t/m 5 oktober 2003 geschreven door: René
 Fantastische bergen!

Zondag 28 september. Vandaag zijn we van Alice Springs naar Kings Canyon gereden, ongeveer 475 kilometer. Een behoorlijke afstand volgens onze normen maar wel te doen. Als we een reisdag hebben vertrekken we om ongeveer half negen vanaf de camping. In dit geval zijn we tegen een uur of drie op de volgende camping. We hebben wel wat onhandige reisroutes de komende week want van Alice Springs naar Kings Canyon is een behoorlijke rit terwijl we maar een kleine 100 km naar het Zuiden afdalen. Ook de volgende rit van Kings Canyon naar Uluru (310 km) maken we maar weinig kilometers in Zuidelijke richting. We rijden nogal een stuk over dezelfde weg terug. Pas na Uluru gaan we echt kilometers maken in Zuidelijke richting. En dat moet ook wel want we willen eind oktober (25e) in Perth zijn, en dat is vanaf Uluru nog een kleine 4000 kilometer. Maar goed, de rit naar Kings Canyon verloopt prima. De auto doet het goed, de caravan hobbelt gewoon mee en de beide dames vermaken zich met van alles en nog wat. De camping bij Kings Canyon ligt in Watarrka National Park. Het is een prima camping en vanaf ons zitje voor de caravan kijken we uit over het Kings Canyon gebergte. Vandaag doen we verder niet al te veel meer, behalve wat zwemmen, ijsje eten en ’s avonds naar een gezellig avondje in de kantine. Daar aangekomen vallen we midden in een optreden van een populair lokaal duo dat erin gespecialiseerd is om met liedjes en grappen het publiek flink in te schakelen. Allereerst staan Lisa en Mirthe op het podium om met zelfgemaakte bush-muziekinstrumenten mee te doen aan een aantal liedjes. Vervolgens ben ik aan de beurt om mee te spelen in een gelegenheidband op een zelfgemaakte bas om afsluitend nog een kleine demonstratie koe-bel-dansen weg te geven. Daarna wordt Thea het podium opgedirigeerd om samen met een aantal andere dames, allemaal voorzien van een kleurige pruik, een liedje mee te playbacken. Lisa en Mirthe vinden het prachtig, de beide ouders laten het gelaten over zich heen komen.

Het toerisme is hier volkomen anders dan wat we gewend zijn. Alice Springs heeft een enorme aantrekkingskracht en je ziet in de wijde omgeving van Alice Springs dan ook heel veel bussen met allerlei gezelschappen die meerdaagse tours richting Uluru en Kings Canyon maken. Midden op de camping is een gedeelte gereserveerd waar deze groepen kamperen. Een enorme verzameling speciale bush-tenten is opgezet en er zijn ook groepen die helemaal geen tenten gebruiken maar slapen in een zogenaamde “swag”. Een swag is een hele dikke slaapzak met ingebouwd matras. In Australië zijn ze erg populair, mij lijkt het niet al te geweldig.

Maandag 29 september. Vandaag gaan we actief doen! We rijden een kleine 5 kilometer met de auto naar een beginpunt van een serie wandelingen rond Kings Canyon. Dit keer gaan we voor de ultieme uitdaging, een wandeling van 6 kilometer met veel steile klimmen en afdalingen langs de bovenkant van de canyon. We zijn redelijk vroeg (half acht) opgestaan om niet op het heets van de dag te moeten wandelen. Daar aangekomen is het al behoorlijk druk. Goed geschoeid en van veel water, koekjes en snoepjes voorzien, beginnen we aan de wandeling. Het eerste stuk is supersteil en behoorlijk zwaar maar tegelijkertijd ook erg mooi. Je weet gewoon niet wat je ziet. Daarna lopen we via de bovenkant een route langs de canyon. Prachtige rotsformaties en diepe afgronden. Gelukkig is het vandaag nogal bewolkt, dat betekent dat het niet warmer wordt dan een graad of dertig. Het is de mooiste en tegelijkertijd de zwaarste wandeling die we gedaan hebben. Veel klim- en klauterwerk over gigantische rotsplateaus. Lisa en Mirthe doen het prima, aan het eind slaat de vermoeidheid toch wel een beetje toe. Maar vanaf het moment dat we de parkeerplaats van bovenaf weer in zicht krijgen wordt er weer stevig doorgestapt. Behoorlijk onder de indruk van al het moois dat we gezien hebben rijden we weer richting camping. Even wat eten en dan maar snel het zwembad weer in. ’s Avonds willen de beide dametjes weer naar het optreden van hetzelfde duo van gisteravond. Thea gaat met ze mee en ik werk de voorraad digitale video maar eens even bij. Via de laptop maken we er cd-rom’s van die we binnenkort voor de zekerheid (backup) naar Nederland sturen. Morgen reizen we naar Yulara (300 km), dat is een gehucht/resort bij Uluru (Ayers Rock), de bekende rode berg die op vrijwel alle reisgidsen van Australië op de voorkant staat afgebeeld. Op dit moment (11 uur ’s avonds) begint het licht te druppelen. In de verte zien we het behoorlijk flitsen. Snel de laptop uit en morgen zien we wel verder.

Dinsdag 30 september. Vanochtend vroeg opgebroken. De reis naar Uluru verloopt prima. Het weer is nog steeds van slag, veel donkere wolken bij een graad of dertig.
Als we op de camping zijn aangekomen wordt het nog wat slechter, zo af en toe een drup en veel wind. Op een gegeven moment zien we dat de auto en de caravan lichtelijk van kleur veranderen. Het blijkt dat de donkere wolken die wij voor regenwolken hadden aangezien geen echte regenwolken zijn maar een combinatie van rood woestijnzand en water. Er is een klein desert-stormpje aan de gang. De kleur van de caravan en de auto is na een tijdje “Red Center”-rood. Ondanks het “funny weather” gaan we toch nog even op pad naar de grote berg, Uluru. Sinds 1985 heet hij/zij niet meer Ayers Rock maar Uluru. Vanaf 1985 is het grootste deel van de National Parks teruggegeven aan de Aborigines. En ook de namen zijn daardoor veranderd in de oorspronkelijke namen. In dit geval Uluru. De berg ligt er indrukwekkend bij. Je probeert je van te voren een voorstelling te maken maar het is toch weer anders. Midden in een redelijk vlak gebied ligt er een enorme hoeveelheid steen, min of meer aan één stuk. Gigantisch, het verbaast mij niet dat het voor de Aborigines een heilige plaats is. Omdat we verwachten dat het morgen weer goed/redelijk weer zal zijn besluiten we niet al te lang te blijven. We rijden nog even naar het Visitor Centre van de berg om daar nog wat indrukken op te doen.

’s Avonds maar weer eens in de caravan gegeten. Dat is lang geleden, misschien wel een week of zes. Maar omdat de zandstorm nog niet echt wil wegtrekken hebben we eigenlijk geen keuze.

Woensdag 1 oktober. Het weer is opgeklaard. De lucht is blauw, de zon schijnt en er staat een behoorlijk windje. De ochtend gebruiken we voor uitslapen en schoolwerk. Voor de middag staan er twee hoofdonderdelen op het programma. Allereerst rijden we naar een bijzondere berg/rotsformatie die vroeger de Olgas heette, nu is het Kata Tjuta, op zo’n 40 kilometer vanaf de berg Uluru. Er zijn mensen die Kata Tjuta mooier vinden dan Uluru, ons maakt het niets uit. Ze zijn allebei heel speciaal. Bij Kata Tjuta maken we een wandeling van een kleine 3 kilometer min of meer door een kloof tussen twee hoge delen van Kata Tjuta door. Wat we hier zien is uniek. Nergens anders in de wereld zijn de rotsen zo gevormd. Enorme ronde bolwerken met alleen maar rode steen. Zo hier en daar zijn er droogliggende watersporen te zien. Dat geeft de berg op die plekken een zwarte kleur en hij is daar een beetje uitgesleten. Op de één of andere manier krijg je heel veel ontzag voor zo’n verzameling steen. Miljoenen jaren oud en daardoor heel intrigerend. Een groot deel van de berg is afgesloten voor publiek, dit uit respect voor het geloof van de Aborigines. Ook Kata Tjuta is voor hen een heilige plek.

Na Kata Tjuta rijden we richting Uluru, vandaag gaan we proberen te zien wat er tijdens de zonsondergang met de kleuren van de berg gebeurt. Voor het bekijken van de zonsondergang (18:45 uur) is een grote parkeerplaats aangelegd. We zijn er redelijk vroeg en hebben een goed plekje. Op het moment dat de zonsondergang daadwerkelijk aan de gang is staan er honderden auto’s. In dit geval betekent zonsondergang niet dat de zon achter de berg verdwijnt, het is juist andersom. De zon gaat onder precies tegenovergesteld aan de berg. Maar door de lage stand wordt de lichtinval heel anders, en daardoor verandert de kleur van de berg per minuut. We hebben wat foto’s bijgevoegd maar in het echt is het effect nog veel bijzonderder. Ook dit is een heel bijzondere ervaring. De zonsopkomst de volgende dag laten we aan ons voorbijgaan, je moet tenslotte ook een beetje kunnen uitslapen.

Donderdag 2 oktober. Nog een dagje op dezelfde camping. Voor de derde keer rijden we weer naar de berg. Het weggetje er naar toe slingert zich door een woestijnlandschap. Daardoor zie je de berg steeds vanuit een andere positie. Ondanks het feit dat we Uluru nu al voor de derde dag achter elkaar gaan bewonderen blijft het uitzicht, en de ervaring, heel speciaal. Vandaag gaan we twee wandelingetjes doen. We laten het beklimmen van de berg aan ons voorbijgaan. Er is een soort pad omhoog langs de berg waar een rij mensen met behulp van een ketting omhoog kruipt. Het ziet er behoorlijk gevaarlijk uit en er gebeuren regelmatig (soms ernstige) ongelukken. Het beklimmen van de berg gaat tegen de wens van de Aborigines in. Het pad wat gevolgd wordt is voor hen een heilig pad. In alle brochures, routekaartjes en andere informatiebronnen wordt er gevraagd de berg uit respect voor de Aborigines niet te beklimmen. Wij besluiten dit te respecteren.
De twee wandelingetjes zijn erg leuk. Op een aantal plaatsen wordt er extra uitleg gegeven. Het van dichtbij bekijken van Uluru is heel bijzonder. Ook deze rots maakt diepe indruk. De vorm en de kleur zijn uniek. Nergens ter wereld is een monoliet van deze omvang te vinden. Al met al een bijzondere week. In één week hebben we Kings Canyon, Uluru en Kata Tjuta gezien. Het zal lastig worden om een selectie uit de foto’s te maken voor de website deze week.

De middag brengen we door op de camping. De kinderen spelen met van alles en nog wat. Het weer is prima. Niet al te heet, lekker windje en een heldere lucht. We moeten wel weer wennen aan de koelere avonden. We zijn het al een tijdje niet meer gewend om ’s avonds in de caravan te zitten.

Vrijdag 3 oktober. Vandaag reizen we van Yulara (vlakbij Uluru) naar Kulgara. Kulgara stelt niet veel voor. Het is slechts een roadhouse met camping en een politiestation. We blijven hier maar één nachtje. Toch vermaken we ons best op de camping. Het is heerlijk weer, de wind is sterk afgenomen en de zon schijnt er heel plezierig, het is niet te warm. De kinderen spelen in een klein speeltuintje op een oude tractor. De ouders doen het rustig aan. We krijgen nog een bezoekje van twee stieren en een koe die besluiten dat het gras rond de caravan en onder onze tafel het lekkerste gras in de hele buurt is. Dus niet te versmaden. De bijbehorende koeienvla laat niet lang op zich wachten.

Morgen reizen we door naar Coober Pedy. In de Lonely Planet beschreven als een “extremely inhospitable environment”. Dat slaat dan vooral op de ligging. Midden in een woestijnlandschap met veel te weinig water. Ver afgelegen van andere plaatsjes. Om genoemde redenen is een groot deel van de film Mad Max hier opgenomen. Ondanks de woeste omgeving zijn er drie fatsoenlijke campings en behoorlijk wat winkels. We blijven waarschijnlijk twee nachtjes in Coober Pedy. Het is bij kenners wereldberoemd vanwege de opaal-mijnen. Allerlei gelukszoekers hebben pogingen gedaan om snel rijk te worden aan opaal. Sommigen is dat ook gelukt, de meeste echter niet. Misschien gaan we in Coober Pedy nog een mijn-tourtje doen. Bovendien moeten er weer eens wat inkopen gedaan worden.

Tijdens de reisdagen zijn we erg blij met onze radio/cd/mp3-speler die al in de auto ingebouwd was. In Nederland had ik al onze hele cd-verzameling in mp3 formaat op de laptop gezet. Aangevuld met twee dvd’s met daarop de top 2000 in mp3-formaat betekent dit dat we kunnen kiezen uit bijna 4500 muzieknummers. Met de laptop kunnen we daaruit een selectie maken en die vervolgens op een cd-rom branden. In de auto hebben we er dan veel plezier van.

Zaterdag 4 oktober. Vandaag zijn we aangekomen in Coober Pedy. Een ritje van 410 kilometer, dwars door niemandsland. Zelfs de begroeiing liet het op een gegeven moment afweten. Al met al een bijzonder landschap. Veel kaler en leger kan je je niets voorstellen. Ongeveer 50 kilometer voor Coober Pedy kregen we de eerste mijnschachten in beeld. Overal op het land liggen dan hopen zand en vlak daarbij is dan een mijnschacht(je). Sommige zijn heel klein maar er wordt op bepaalde plekken ook met groot materieel gegraven. Rond Coober Pedy wordt opaal gewonnen, het is één van de belangrijkste opaal-gebieden van Australië en de wereld. Het vreemde is dat de mijnconcessies niet aan bedrijven worden gegeven maar aan particulieren, met een maximum van één per persoon. Het gevolg daarvan is dat er allerlei gelukszoekers naar Coober Pedy zijn afgereisd om zelf een mijntje te beginnen. De aantrekkingskracht van de opaalwinning heeft er voor gezorgd dat er op dit moment maar liefst 45 verschillende nationaliteiten in het stadje aanwezig zijn en dat met een inwoneraantal van minder dan 2800 personen!!!! Op allerlei plaatsen staan waarschuwingsborden om te voorkomen dat je in een mijnschacht valt. De kans daarop is vrij groot want in en rond Coober Pedy zijn maar liefst 250 duizend mijnschachten gegraven. Veel daarvan worden niet meer gebruikt en zijn onafgedekt achtergelaten. Het stadje zelf ziet er ook heel bijzonder uit, een groot deel van de huizen, hotels en winkels is ingegraven in de grond. Dit vooral als bescherming tegen de extreme hitte, bovendien waren ze toch al erg handig in graven. We hebben een aantal opaal-winkeltjes en galerieën bekeken en snappen nu ook waarom zoveel mensen proberen opaal te vinden. De prijzen van opaalsieraden zijn gigantisch hoog. Wij besluiten dat we best gelukkig kunnen zijn zonder opaal.
Het is toch een beetje een bijzonder dorp, in de supermarkt worden, behalve de gebruikelijke dingen, ook explosieven verkocht (volgens een reclamebord).
Morgen gaan we het dorp beter bekijken.

Zondag 5 oktober. Vandaag gaan we Coober Pedy nog eens verder verkennen. In de ochtend doen we een tourtje door een opaalmuseum met bijbehorend atelier en echte mijnschacht. Na een uurtje weten we alles van opaal. Grappig om in het echt te zien dat een groot deel van de bewoners van Coober Pedy ondergronds woont. Vervolgens maken we een rondrit door de omgeving. Duizenden mijnschachten op allerlei plekken, herkenbaar een berg zand die ernaast ligt. Vlak bij Coober Pedy ligt een gebied met een soort gebergte, en verder volkomen vlak, waar werkelijk helemaal niets groeit. Vele duizenden jaren geleden was dit de bodem van de oceaan. De grond is vlak zo ver je kunt zien en bedekt met alleen maar stenen en gruis. Het lijkt wel alsof we over de maan rijden. Dit gebied is in allerlei films gebruikt waar ze een “einde van de wereld” of “rampen” entourage nodig hadden.
De middag gebruiken we voor wat schoolwerk en mailtjes. Het is vandaag een frisse dag. Er staat een straffe wind (windkracht 8 minimaal), tot nu toe blijft de boel redelijk overeind. Morgen reizen we naar Woomera en vervolgens naar Port Augusta aan de kust.

Deze week sluiten we de maand september af. Qua bezienswaardige hoogtepunten een bijzondere maand. We hebben ontzettend veel mooie dingen gezien en ook gigantisch veel vastgelegd op digitale foto’s en film. In september hebben we meerdere fantastische National Parks bezocht. Het Noorden en midden van Australië (Northern Territory) hebben ontzettend veel te bieden. Oktober wordt meer een reismaand. We willen onze vooraf gemaakte planning toch een beetje aanhouden. (zie Onze route). Dat betekent dat we vanaf nu tot eind oktober een behoorlijke afstand gaan afleggen richting Perth. Dat kan ook wel want de hoeveelheid echt bijzondere National Parks zal wat gaan afnemen of ligt direct aan de route.

De foto’s van week12 komen wat later, in deze omgeving is een internetcafé net iets teveel gevraagd.