Week10

week10: 15 september t/m 21 september 2003 geschreven door: René
 Heet, heter, heetst,…

Maandag 15 september. Een bijzondere dag vandaag want Thea is jarig. Zeven en een half uur eerder dan wanneer we in Nederland waren gebleven. Onze eerste verjaardag in Australië. In Darwin stiekem wat gewinkeld alleen en met de meisjes dus de cadeautjes waren geregeld. Zelfs de happy-birthday ballonnen waren aanwezig. Lisa en Mirthe hadden tijdens de autorit van Darwin naar Jabiru hun best gedaan op prachtige verjaardagstekeningen en zelfverzonnen verjaardagswensen.
De beide dames waren ’s ochtends om half acht wakker en vroegen heel discreet aan mij of ze buiten slingers mochten maken. Natuurlijk mocht dat en een half uurtje later waren ze klaar. Dus vervolgens met z’n drieën Thea wakker gezongen en knuffels en cadeautjes uitgedeeld. Net als thuis dus. De avond ervoor, om 12 uur ’s nachts, was Thea al gebeld door 2 vriendinnen (Sandra en Iris) dus met het verjaardagsgevoel zat het wel goed. Wel anders dan normaal want er kwam niemand op visite. Waarschijnlijk was de afstand net iets te groot. ’s Ochtends hebben de beide meisjes keurig hun schoolwerk gedaan want voor de middag stond er weer een uitje op de planning. Door iedereen was ons aangeraden om in Kakadu National Park de Yellow Water Cruise te gaan doen. Dat is een twee uur durende tour op een boot dwars door de natte delen van Kakadu. We hadden gekozen voor de laatste tour van die dag. Aan het eind van de dag worden de vogels en de andere aanwezige dieren weer wat actiever en laten zich beter zien. En dat deden ze inderdaad. Met een man of 30 op een grote platte stalen boot, met toiletje en veel gekoeld water (geen overbodige luxe) en twee krachtige buitenboordmotoren gingen we van wal. Een zeer deskundige vrouwelijke gids, en tegelijkertijd stuurman, leidde ons door het gebied. En het was inderdaad fantastisch. Al na vijf minuten zagen we onze eerste saltwater krokodil heerlijk in de zon liggen. En er zouden er nog veel volgen. De saltwater krokodillen moet je dus niet verwarren met de freshwater krokodillen die we een paar weken eerder al hadden gezien. Het belangrijkste verschil is dat saltwater krokodillen je wel opeten en freshwater krokodillen waarschijnlijk niet. Bovendien zijn saltwater krokodillen veel groter. De grootste die wij gezien hebben die middag was een meter of vijf.
Behalve de krokodillen zagen we veel prachtige vogels, heel veel verschillende soorten vogels die we nog nooit eerder hadden gezien. En op een gegeven moment liepen er een aantal wilde paarden (daarover later meer) op een droger deel van het gebied. En aan het eind van de tour voeren we met de boot vlak langs een overhangende tak waar een (niet giftige) slang van het uitzicht lag te genieten.
Behalve de aanwezigheid van al deze dieren was het gebied ook waanzinnig mooi. Prachtige bomen met vreemde wortelstructuren, veel waterplanten en aan het eind een schitterende ondergaande zon. Kortom, een prachtige manier om de wetlands van Kakadu National Park te zien. Heel bijzonder om te zien hoe mooi zo’n gebied is. En het was maar een fragmentje van het hele park want het grootste deel is niet eens open voor publiek.

Omdat het ondertussen donker was geworden moesten we de terugweg naar de camping (ongeveer 50 kilometer) wel voorzichtig aandoen. Dwars door een natuurpark rijden, in het donker, betekent dat er van alles voor je auto kan komen te staan. Dus de “shu roo” maar weer eens aangezet. Een “shu roo” is een apparaat onder de bumper dat geluidssignalen produceert die, wij mensen, niet echt kunnen horen, maar dieren, vooral kangaroes, op afstand houdt. En het apparaat werkte perfect want geen enkel dier haalde het in zijn/haar hoofd om voor onze auto te springen.

Op de camping de avond afgesloten met een hapje bij de zwembadbistro. Geen hoogstaande culinaire prestaties maar wel erg gezellig. Voor het eerst kangaroe vlees (gegrild) gegeten want dat hoort erbij als je in dit land bent, toch????? Wel een beetje raar want bij elke hap zag ik zo’n vriendelijk, vrolijk jumpend beestje voor me. Met varkensvlees of een runderlapje heb ik dat nooit. Waarschijnlijk hebben de kangaroes die ik tot nu toe gezien een sympathieke indruk op me gemaakt.

Dinsdag 16 september. Vandaag gaan we iets bijzonders doen. We gaan het comfort van de caravan inruilen voor het comfort van een drie-persoons koepeltentje waar we met z’n vieren in gaan slapen. De reden voor deze actie is dat we dan wat dieper in het park vlakbij een waterval op een camping kunnen gaan staan. De weg naar deze waterval gaat over 36 kilometer “dirt-road”, niet geschikt voor onze caravan dus.
Tijdens de eerste week in Perth hadden we al een tentje, luchtbed en voetpomp aangeschaft. Aangevuld met wat andere spullen waren we helemaal klaar voor “echt kamperen”. Maar eerst moesten we de caravan wegbrengen naar een roadhouse. Daar zouden we dan een dag later weer terugkeren. Vanaf de camping in Jabiru moesten we zo’n 150 kilometer rijden naar het roadhouse, met nog een tussenstop bij de Nourlangie Rocks om nog wat aboriginal-rotstekeningen en andere prachtige uitzichten te aanschouwen. Tenminste, dat was de planning. Na zo’n 15 kilometer stond de temperatuurmeter van onze fijne Landrover volledig in het rood, en dat hoort niet. Dus auto en caravan aan de kant, half in de berm en half op de weg. Maar dat geeft niets want er komt toch bijna niemand langs. Eerst wat Australische krachttermen geoefend en vervolgens maar eens de motorklep omhoog. De verse koelvloeistof (auto 5 dagen hiervoor een beurt laten geven) liep, al pruttelend, op de straat. Ondertussen stopten er al twee auto’s (want dat doen ze in Australië als je pech hebt). Eén daarvan was een parkranger. Die wist ons te vertellen dat ze in het park altijd probleemloos gebruik maakten van Toyota Landcruisers, terwijl de ene Landrover die ze hadden gehad altijd problemen had met de hoge temperaturen.
Dat was het dus, ons Landrovertje kon het niet aan. Er was niets kapot, maar de combinatie van een buitentemperatuur dicht bij de 40 graden Celsius, een caravan die moet worden meegesleept en onze airco die op volle kracht stond, was iets teveel voor deze stoere auto (V8, 3.9i voor de kenners). Conclusie: af laten koelen, water bijvullen en iets rustiger aandoen.Airco uit dus en een versnellinkje terugschakelen. En gelukkig dat hielp. We konden veilig en probleemloos verder rijden op weg naar onze tussenstop. Tip van René: ga je op reis naar gebieden waar het erg warm kan worden? Koop dan geen Landrover Discovery!

De tussenstop bij de Nourlangie Rocks was weer indrukwekkend. Prachtige plekken met aboriginal-rotstekeningen, een mooie wandeltocht door het gebied en weer een fantastisch uitzicht. Vanwege de motorperikelen hadden we wel een beetje haast en zijn al redelijk snel verder getrokken naar het Mary River Roadhouse waar we de caravan hebben achtergelaten op een campingkje. Wel even de stroomvoorzieningen gerealiseerd zodat bij terugkeer de volgende dag de biertjes koud zouden liggen.

De weg naar de Gunlom Falls bestond uit 12 km asfalt en 36 km dirtroad. Maar we zijn al zeer geoefende dirtroad rijders, daar doen we niet moeilijk meer over. Aangekomen bij de Gunlom Falls eerst maar even de camping opgezocht. Nou die was niet moeilijk te vinden, wat wel moeilijk te vinden was waren andere kampeerders. De camping was helemaal leeg. Dat hadden we niet verwacht. Maar het was nog vroeg in de middag dus wie weet zouden er nog meer komen. Eerst maar eens de Gunlom waterval opgezocht met het bijbehorende meertje (pool). Nou, het was weer fantastisch! Hoewel de waterval niet echt overhield, het was slechts een klein stroompje water van bovenaf. Maar dat kan ook niet anders want het is bijna het einde van de droge periode (The Dry). Het meertje was heerlijk warm, de omgeving weer betoverend. Gelukkig waren er nog wat anderen aan het zwemmen zodat wij dat ook durfden. Je moet altijd oppassen in het Noorden voor krokodillen. Ze zetten bij elk riviertje of meertje borden neer dat er krokodillen zouden kunnen zitten. Maar als die er echt aanwezig zijn wordt het wel definitief verboden. Zeker aan het eind van de droge periode is zo’n meertje wel veilig. Er is, behalve de 40 meter hoge waterval, geen aanvoer route voor krokodillen. In de natte periode (the Wet) is die aanvoerroute er wel. Dus na de natte periode is in principe alles onveilig totdat het tegendeel bewezen is. Na het zwemmen maar eens teruggewandeld naar de camping. Daar een plekje uitgezocht met veel schaduw. Er waren ondertussen nog twee andere tenten met bijbehorende bewoners gearriveerd dus we voelden ons niet meer helemaal alleen. Het tentje kwam splinternieuw uit de verpakking net als het luchtbed en de pomp. De ruimte die we in het tentje hadden was niet geweldig groot, zeker niet met nachttemperaturen van rond de 25 graden. Vanwege deze temperatuur hebben we de buitentent maar in de verpakking laten zitten en alleen het binnententje opgezet. Zo konden we door het vliegengaas heerlijk naar de sterren kijken. Met een éénpits-gasstelletje wat te eten gemaakt en na het eten een gezellig kampvuur gebouwd. Ondanks de droge omgeving mag er rustig een kampvuur worden aangelegd. Bij Australisch kamperen hoort dat er bij. Een voordeel van de avond was ook dat de vliegen verdwenen. In dit National Park barstte het van de vliegen. En dan niet van die vliegen die zich weg laten jagen maar juist het omgekeerde. Hoe meer je je ergert aan ze des te meer ze jou gaan dwarszitten. Op allerlei manieren, ik zal je de details besparen. Daar hadden we de hele dag al last van gehad. Maar gelukkig verdwijnen ze als het donker wordt. Na het kampvuur gingen de kids het eerst de tent in en konden pappie en mammie nog even genieten van een paar heerlijk lauwe biertjes. In de caravan hebben we een koelkast maar in dit tentje natuurlijk niet. Toen, redelijk op tijd, maar een plekje gezocht tussen de kids in onze koepeltent. Nou de ruimte was niet overdadig maar het ging. Als je zo in de natuur kampeert kan je ook verwachten de nodige beesten te zien. We hadden ’s avonds al een soort marmot zien rondschuifelen en de nodige kikkers voorbij horen huppen. Maar midden in de nacht werden Thea en ik wakker van paardenhoeven. Er liep een wild paard rond onze tent. Behoorlijk vreemde ervaring kan ik je zeggen. We hadden ze tijdens een boottocht ook al zien lopen op het land, dus we wisten dat ze hier zaten. Gelukkig vond het beest het niet nodig om onze tent van echt dichtbij te inspecteren. We konden weer rustig gaan slapen.

De volgende ochtend werden we tegen acht uur wakker. Eigenlijk best goed geslapen allemaal. De vliegen waren weer van de partij en de hitte begon weer toe te nemen. Na het ontbijt, met een gebakken eitje, ons kampement afgebroken en alles weer in de auto gestouwd. Vervolgens weer naar de waterval en het meertje gewandeld voor een verfrissende ochtendduik. Daar was het weer heerlijk en Thea had een verrassing. Bij de koffie (in thermoskan) was er Hollandse gevulde koek. Die had ze weten te bemachtigen in een Australische supermarkt. Nou ik kan je verzekeren, je kunt je geluk niet op (ik niet als afkickende gevulde koek verslaafde).
Bij het meertje weer met allerlei leuke mensen, van allerlei nationaliteiten, gesproken. Het is ontzettend leuk om reiservaringen uit te wisselen met anderen. Vaak komen ze van plekken waar jij nog naar toe gaat of andersom. We raakten ook in gesprek met een Australische vrouw (later ook met haar man), we hadden hen al een paar keer eerder gezien, en zij ons ook. Zij trok met haar man en zoontje door een deel van Australië. Ze kwamen uit Melbourne. Toen wij vertelden dat we in januari vanuit Melbourne naar Nieuw Zeeland zouden vliegen om daar per camper een maand door te brengen bood ze gelijk aan dat we onze caravan wel bij hun konden stallen. Dat is dus typisch Australisch, die gastvrijheid. We zijn nog maar twee maanden onderweg en hebben al 4 potentiële caravanstalling opties.

Ondertussen was het middag geworden, tijd om naar de caravan te gaan. Die stond nog bij het roadhouse en het was de bedoeling daar één nacht door te brengen om dan de volgende ochtend verder te reizen. Onderweg bedachten we dat het misschien handiger was om gelijk maar 140 kilometer verder te rijden naar Katherine. Daar waren we ook al geweest op de heenweg naar Darwin. We wisten dat daar een heerlijke camping was en dat erg vrijwel geen vliegen waren. Dus caravan aangehaakt en doorgereden. In Katherine zouden we dan twee nachten kunnen blijven.

Donderdag 18 september. Deze dag hadden we geen uitje gepland. Gewoon een lekker rustig dagje. De kids hadden ruim tijd voor hun schoolwerk. Nog wat boodschapjes gedaan, de website ge-updated vanuit een internetgelegenheid en weer heerlijk in de warme bronnen gezwommen. Best prettig een dagje zonder speciale excursies.

Vrijdag 19 september. Vandaag zijn we aangekomen in Mataranka, een klein plaatsje op maar 110 kilometer afstand van Katherine. Het bijzondere aan Mataranka is de aanwezigheid van warme bronnen. Daar hadden we er al meer van gezien maar deze zouden heel speciaal zijn. En dat waren ze, niet alleen de bronnen maar ook de aanwezigheid van allerlei dieren. Het paadje naar de bronnen was omgeven door een soort palmbomen die helemaal volhingen met “flying foxes”. Dat zijn een soort vleermuizen maar dan groter en ze houden van de zon. Duizenden van die beestjes hingen in de bomen. Met z’n allen produceerden ze wel de nodige poep en de bijbehorende geur maar dat mocht de pret niet drukken. We keken onze ogen uit en hebben vervolgens heer lijk in de bronnen gezwommen. Toen het een uur of zeven ’s avonds was bedachten al die “flying foxes” dat het tijd was om ergens anders heen te gaan. De lucht werd zwart van de rondvliegende nepvleermuizen. En dat duurde wel een minuut of tien. Behalve deze “flying foxes” zagen we nog kikkers en kangaroes. Terwijl ik dit zit te tikken, ’s avonds om een uur of 11, staan de kangaroes op twee meter afstand te controleren of ik geen spelfouten maak.

Zaterdag 20 september. In de ochtend rustig opgebroken, de meisjes hebben eerst nog een rekentaak gemaakt. Na het opbreken en inpakken hebben we de caravan nog even op het parkeerterrein gezet om daarna nog even van de bron te kunnen genieten. Heerlijk dobberen in het warme, heldere water met boven je duizenden Flying foxes dia omgekeerd aan een boomtak hangen. Na de zwempauze zijn we begonnen aan de volgende etappe, slechts 170 kilometer verder. De bestemming was Daly Waters, niet eens een dorpje maar slechts een pompstation een camping en een wereldberoemde pub. De Daly Waters pub is in heel Australië bekend en berucht. Midden in het niets is dit voormalige telegraafstation een plek waar elke dag weer veel mensen komen om even de sfeer, en het bier, te proeven. Toen we kwamen aanrijden zagen we dat er een rodeocircus was neergestreken bij de pub. Een tweedaags rodeospektakel was gaande. De camping was dus overvol en het zwembad gesloten. Wij zijn dus 10 km verder gereden naar een volgende camping waar het rustiger was. Na het opbouwen van de caravan maar weer in de auto gestapt terug naar Daly Waters. Wij wilden wel eens een dergelijk rodeospektakel van dichtbij meemaken. En het was heel bijzonder. We hebben staan kijken naar stierrijden en paardrodeo. Van een aardige Australisch stel kregen we tekst en uitleg. Dit alles leek op 100% Wildwest. Inclusief stoere cowboys en echte actie. Na een uurtje of twee maar even naar de pub gewandeld om daar ook eens even poolshoogte te nemen. De pub wordt in meerdere Australische televisieseries en films gebruikt als decor voor een authentieke pub. Nou dat klopte wel aardig. Veel echte pubsfeer met alle bijbehorende onzinattributen. Een enigszins dronken Australiër wist me te vertellen dat ik binnen een aantal jaren maar een “shotgun” moest aanschaffen om de jongens bij m’n dochters vandaan te houden. Alles bij elkaar toch weer een verrassende dag.
Morgen gaan we op weg naar Tennant Creek, een wat groter plaatsje ongeveer 400 kilometer rijden.

Zondag 21 september. Vandaag hebben we een behoorlijke rit gemaakt. Van Daly Waters naar Tennant Creek, bijna 400 km. Al met al een ritje van vier en een half uur, inclusief een pauze en tankstop. We rijden nu echt in het binnenland. De omgeving is volledig verlaten, amper een bocht in de weg. Wel meer verkeer dan we gewend waren tot nu toe, vooral veel roadtrains. De auto heeft gelukkig geen temperatuurproblemen meer. Het feit dat we min of meer door een woestijn rijden vinden we behoorlijk fascinerend. Er is eigenlijk niets te zien maar tegelijkertijd zie je van alles???? Tegen een uur of twee kwamen we aan op een camping in Tennant Creek. We blijven hier maar één nachtje, morgenochtend gaan we 130 kilometer verder naar de Devils Marbles. Dat is een serie bijzondere rotsblokken maar daarover in het verhaal van week11 meer.

Afsluitend. Het is erg heet geweest de laatste 6 weken. Vooral in het echte Noorden liepen de temperaturen overdag op tot bijna 40 graden op sommige dagen. ’s Nachts altijd nog een graad of 25. En dat alles met een hoge vochtigheidsgraad. Niet altijd erg comfortabel maar met veel zwempauzes wel uit te houden. Nu we meer richting het centrum gaan worden de nachten gelukkig weer wat koeler. Bovendien neemt de luchtvochtigheid af. De dagtemperatuur is nog steeds een graad of 30 maar het voelt veel beter aan. Toch geen gekke temperaturen voor de winter. Vandaag is de Australische lente begonnen. Dat betekent dat het in het zuiden van Australië ook lekker weer gaat worden. Dat komt goed uit want vanaf half oktober zitten we in het Zuiden.