2 – Van wal en langs de westkust van Istrië

17 t/m 23 april 2016, geschreven door Thea

week2
Route bij verhaal 2

Van wal en langs de westkust van Istrië

We zijn er klaar voor! Zondag lijkt een mooie dag om te starten, rustig weer en het grootste deel van de tocht naar Umag is te bezeilen. Bij het afrekenen in de haven wacht ons nog een kleine ‘verrassing’. We moeten ‘uitklaren’ uit Slovenië, bij de plaatselijke douane/politie en dat moet met onze boot daar aan de steiger. Dit komt overigens omdat Slovenië wel een Schengenland is, en Kroatië niet. Nu is het geen mijlen omvaren, maar toch, we hadden hier niet direct op gerekend. Een extra aan- en afmeeractie op de eerste dag. Deze oefening verloopt overigens prima, en we krijgen een staaltje bureaucratie te zien waar we al over hadden gehoord, maar zelf meemaken is toch iets anders. René moet in het ene kantoortje de verzekerings- en eigendomspapieren van de boot laten zien, en daarna de straat oversteken om in een ander gebouw de ‘crewlist’ te laten zien (die we bij de haven al hadden ingevuld). Afijn, het was niet druk en een kwartiertje later was René weer bij de boot. Een stempel of ander bewijs dat we hebben uitgeklaard hebben wij overigens niet.

Trossen los dan maar, en het zeilen kan beginnen! De eerste ruim 10 mijl gaan lekker. Alles lijkt goed te zitten, de mast blijft overeind, en wij komen aardig in ons zeilelement. We moeten het eerste stuk richting het westen, en met een zuidenwind gaat dat prima. Het is geen constante wind overigens, het gaat van 8 – 15 knopen. We zien ontzettend veel zeilen en zeiltjes, vlak voor de kust van Izola zijn verschillende wedstrijdjes aan de gang. Dat geeft een lekker gevoel, ook voor hen is het seizoen blijkbaar begonnen. En dan, na die dikke 10 mijl, moeten we toch echt de bocht om richting het zuiden, naar Umag. Wel een zonnetje, maar een windje 4 pal tegen. Pffff, dat is dan weer even minder hoor. Op de motor bonkend tegen wind en golven de laatste 6 – 7 mijl afgelegd. Ik krijg een soort ‘deja vu’ van onze zeilreis vorig jaar richting Normandië, hier waren we niet direct voor naar de Middellandse Zee gegaan!

Na goed anderhalf uur stoempen bereiken we Umag. Hier moeten we weer inklaren (dat niet-Schengen verhaal dus). Omdat het zondag is, is er geen ‘opper havenmeester’ van de politie (of zoiets). Is allemaal geen probleem. We moeten wel even onze papieren afgeven, en dan begint een spraakverwarring waar deze papieren zullen blijven. We lopen nog even naar de receptie van de haven. Dat ‘nog even’ valt overigens aardig tegen, die receptie is een kleine kilometer lopen voor de bemanning van boten aan de passantensteiger. Maar vooruit, de beenspieren moeten toch een beetje gebruikt blijven worden. De receptie blijkt wel open, we hadden (in die spraakverwarring) begrepen van niet. Maar de mevrouw van de receptie zegt in allerschattigst Engels, dat we morgen gewoon eerst naar de opper havenmeester moeten. Zo gezegd, zo gedaan. Deze beweert bij hoog en bij laag dat er daar geen papieren (meer) zijn, en René kan weer de tocht naar de receptie maken (het kantoortje van de opper havenmeester is wel op onze passantensteiger).

Haven--en-politiekantoor-in-Umag
Haven–en politiekantoor in Umag

En jawel hoor, daar zijn de papieren …… ra ra. Afijn, na het afrekenen van het liggeld (daarover in latere verhalen vast meer), krijgt René de papieren weer mee, en kan hij naar de opper havenmeester. Deze gedraagt zich conform ongeschreven regelement: Onvriendelijk, kortaf en niet echt behulpzaam. Maar samen met een assistent politieagente, lukt het René alles binnen niet al te lange tijd te regelen. De opper havenmeester zet als laatste (en enige actie van zijn kant) de begeerde stempel. Overigens heb ik dit alles niet fysiek meebeleefd, ik was maar eens begonnen met een rondje hardlopen deze ochtend.

We besluiten 2 nachten te blijven. Maandag zou de wind ook vanuit het zuiden komen. En die richting moeten we op. Geen trek om de wind 14 mijl tegen te hebben, en ach we hebben de tijd J. Umag is een aardig dorpje. Wel ver lopen naar het centrum, want om de baai heen, maar goed (zie boven over het gebruik van onze spieren). In de zomer is het hier razend druk, er liggen maar liefst iets van 5 campings pal om het dorpje heen, en dan zijn er nog een aantal hotels en appartementen. Het camping seizoen is echter zeker nog niet geopend, en dus oogt het op dit moment nog als een verlaten dorpje. Dat zal de komende weken bij onze volgende stops nog wel zo blijven, het seizoen moet duidelijk nog op gang komen.

Maandagavond bekijkt René het weerbericht voor de dinsdag. Het wordt ons duidelijk dat dit er anders uitziet dan verwacht. Er is zich in het Velebit gebergte een Bora (harde noordoosten wind) aan het opbouwen. Het is nog niet duidelijk hoe lang die gaat duren en hoe hard de wind gaat waaien, maar niet het windje 3 wat eerder was aangekondigd, dat is duidelijk. We gaan lekker slapen en wachten het wel even af. Dinsdag wordt duidelijk dat we nog een nachtje blijven. In het Velebit Channel (dat is een stuk water en eilandjes tussen het vaste land van Kroatië en Istrië, wordt in ieder geval 40 knopen wind aangegeven (dat is bijna windkracht 9) met zelfs mogelijke uitschieters (vlagen) tot 80 knopen (en dat heet orkaankracht). Afijn, zo bont is het op dit moment bij ons, maar een dikke windkracht 6 hebben we wel om onze oren. Gelukkig goed vastliggend in de haven.

Woensdag dan maar een nieuwe poging Porec te bereiken, onze eerste verwaaidag hebben we er in ieder geval opzitten dit seizoen.

De tocht woensdag verloopt prima. Het zijn relatief kleine stukjes varen nu.  De afgelopen jaren bij Engeland en Frankrijk was 40 mijl op een dag eerder regel dan uitzondering. Vandaag is het iets meer dan 12 mijl. De wind staat gunstiger dan verwacht we kunnen een flink stuk zeilen, en na zo’n 2 ½ uur varen we Porec binnen (zie video). Het is een mooie binnenkomst, je ziet het dorpje met oude gebouwen aan de ene kant, en aan de andere kant een leuk eiland. Deze wordt zo te zien in rap tempo volgebouwd. Voelt wel een beetje jammer, het ‘groene’ uitzicht wordt op deze manier het koekeloeren naar een groot hotel.

Binnenvaart-Porec
Binnenvaart Porec

De binnenkomst verloopt niet geheel vlekkeloos (understatement). Het is een kleine haven, veel kleiner dan we verwacht hadden, en de plek die ons toebedeeld wordt, heeft weinig manoeuvreerruimte. Ik zal proberen een beetje uit te leggen hoe aanmeren hier gaat. In Nederland kennen we ‘boxen’ in de meeste havens. Je vaart tussen palen door, gooit een lijn om een paal (achter) vast, en vaart verder richting wal, waar je de voorste lijnen vastmaakt. En dan lig je stevig op je plek. Hier kennen ze dat niet. In het water liggen mooringlijnen. Dit zitten met een (vaak dunne) lijn vast aan de kade. Je vaart met de kont (van de boot) naar de kade, gooit als je dichtbij bent de aanwezige havenmedewerker een achterlijn toe, krijgt van deze persoon de (dunne) lijn aangereikt waar de mooringlijn aan vast zit, loopt met deze lijn (die dus buiten de boot hangt) naar voren, van de kuip naar het gangboord (zelf binnendoor, lijn buiten onze arch om), loopt over gangboord (verstaging in de weg), richting voorkant. Ondertussen is de dunne lijn een vieze (want hele winter op de bodem van de haven gelegen) dikke mooringlijn, die jezelf en de boot flink onder de smurrie weet te krijgen. Aangekomen bij de voorste kikker, is het de bedoeling die vieze dikke mooringlijn zo strak mogelijk te trekken, en deze op de kikker vast te zetten. Probeer voor het geestesoog te krijgen wat er hier allemaal mis kan gaan.

Afijn, ook hier komen we vast nog wel een keer op terug. Vandaag in ieder geval waaide onze voorpunt zo snel weg, dat ik met alle kracht nog net kon voorkomen dat we met ons anker een kras op het grote motorjacht naast ons maakten. We kwamen daarna dwars op de kade te liggen. De tweede poging ging nauwelijks beter, ook nu was het nodig alle gewicht in de strijd te gooien geen schade aan te richten. De havenmedewerker vond dat we het prima deden….. Wij waren allang blij dat het nog geen hoogseizoen was, en dit met weinig publiek gebeurde.

Porec is een leuk stadje. Echt oude panden, mooie oud centrum waar je je bijna in de Middeleeuwen waant, en een fijne flaneerboulevard met leuke terrasjes. We kregen helemaal een vakantiegevoel.

De volgende dag door naar Rovinj.

Rovinj-vanaf-zee
Rovinj vanaf zee

Tegen de verwachting in, kunnen we ook dit stuk helemaal zeilen: Lekker. Rovinj is helemaal een plaatje. Zowel het zicht vanaf zee, als ons uitzicht vanuit de haven. René en ik waren beiden onder de indruk. Het was goed te zien dat Venetië ook geregeerd heeft over dit gebied, en met name dit stadje. De huizen aan de buitenkant (Rovinj staat op een soort landtong) staan ‘in’ het water. Leuk om te zien.

Rovinj-lijkt-op-Venetie
Rovinj lijkt vanaf de buitenkant op Venetie

De wandeling door het stadje is ook erg leuk. ’s Avonds besluiten we nog een stukje te gaan wandelen richting een baai aan de andere kant van onze haven. Ook hier zien we dat Rovinj het heel anders aanpakt dan de vorige plaatsen die we hebben gezien. De hotels die daar staan zijn veel stijlvoller en minder ‘in your face’. Ze zijn eerder verborgen in het landschap.

Hoe mooi we het hier ook vinden, en ook vandaag is het weer zeker geen spelbreker, we gaan toch morgen door. Dat is namelijk het lot van zeilers. We zijn afhankelijk van het weer en de wind(richting), en de voorspelling voor het weekend is niet echt ok. Er is weer harde wind op komst. Als we hier dus blijven kan het zo zijn dat we tot maandag hier liggen, en dat is wel weer wat erg lang. Op naar Pula dus!

Donderdag op de motor naar Pula, het kan niet alle dagen feest zijn…. Maar het is rustig weer, en de wind tegen is niet al te sterk, dus het is gelukkig niet oncomfortabel. In Pula krijgen we een mooi plekje toegewezen, en ons aanmeren gaat in 1x goed (ook successen moet je delen).

Pula is een van de grotere steden in Istrië, en rijk aan Romeinse historie. Zo is er een amfitheater welke gebouwd is rond de begin van de jaartelling door keizer Augustus. Er konden zo’n 23.000 mensen in! Geef het volk brood en spelen, dat konden ze die Romeinen. Er zijn nog meer overblijfselen te zien van de Romeinse overheersing, en ook van de Venitianen ná de Romeinen. Heerlijk, ik ga me hier wel even vermaken, ook al wordt het weer minder.

Thea-in-amfitheater
Thea in het amfitheater